RecensieExpositie

Vincent van Goghs woorden schilderen verder in veertig unieke brieven

Beeld EPA

Vincent van Gogh dankt veel van z’n wereldfaam aan zijn brieven. Vanwege hun kwetsbaarheid toont het Van Gogh Museum de waardevolle papieren maar zelden, nu zijn de veertig mooiste even echt te zien.

 Wilt gij dat ik in een soort koopmansstijl zal schrijven, droog en afgepast en mijn woorden wikkende en wegende en eigentlijk niets zeggende?’ Vincent van Gogh, beginnend kunstenaar, stelde zijn broer Theo, die in Parijs woonde, begin 1882 vanuit Den Haag voor de keus. ‘Of wilt gij dat ik zal voortgaan te schrijven net zoo als ik in den laatsten tijd gedaan heb, over allerlei U de gedachten zeggende die in me opkomen zonder bang te zijn eens door te slaan, zonder mijne gedachten te kortwieken of terug te houden?’

Vincent had al lang gekozen: tot aan zijn dood, acht jaar later, zou hij Theo nog vele honderden brieven sturen waarin hij zijn gedachten de vrije loop liet. Soms gebruikte hij zijn koopmansstijl voor anderen. Het Amsterdamse Van Gogh Museum heeft zo’n achthonderd van die brieven in beheer. Vanwege hun kwetsbaarheid zijn ze zelden te zien en worden ze nauwelijks uitgeleend. De komende maanden toont het museum voor het eerst sinds 2009 de veertig mooiste – qua tekst én qua schetsen – samen met de kunst die Vincent erin beschrijft en tekent.

De tentoonstelling vult weliswaar maar één grote zaal, er is veel te zien – en vanwege de coronacrisis is het ook in de rest van het museum uitzonderlijk rustig.

De bekende en minder bekende schilderijen, de brieven, die deels zo zijn opgehangen dat beide ­kanten zichtbaar zijn. Een deel is in het Frans geschreven, met ­behulp van een QR-code zijn de teksten ter plekke coronaproofop eigen smartphone in het ­Nederlands te beluisteren.

Beeld EPA

De lezer of luisteraar leeft zo mee met de twijfels en tegenslagen van de jonge kunstenaar, met geldgebrek als rode draad. Dat is voor ons een zegen, want z’n ­armoede was de belangrijkste ­reden dat Vincent zijn broer Theo zo vaak schreef. Om geld te vragen, en daarna opnieuw om te bedanken – de postbode kwam meerdere malen per dag. Ook zag de kunstenaar het als zijn plicht zijn broer, als belanghebbende en ­investeerder, op de hoogte te houden van wat er met het geld gebeurde, en stuurde hem zijn voltooide werken. Zo nam hij niet ­alleen zijn broer, maar elke mogelijke lezer – al dan niet met opzet – mee in zijn creatieve proces.

Zo schrijft Vincent in 1882: ‘Ik heb wel een stuk of 12 figuren van spitters en lui die op het aardappelveld bezig zijn en ik denk er over of ik daar niet iets van zou kunnen maken. Enfin ik weet het nog niet maar hetzij nu hetzij later.’ En later werd het inderdaad: drie jaar later, in 1885, schrijft Vincent vanuit Nuenen dat hij opnieuw bezig is aan ‘die boeren om een schotel aardappels.’ ‘Ik kom er daarnet van thuis – en heb bij het lamplicht nog gewerkt er aan. Zoals de schets nu is, zit geloof ik er wel leven in.’ Dat werden de ­beroemde ‘Aardappeleters’.

Treffend ingetogen tentoonstelling

Zonder zijn openhartigheid in de briefwisseling was Van Gogh nooit zo bekend en geliefd geweest, weet ook Nienke Bakker, conservator Van Gogh-schilderijen van het Amsterdamse Van Gogh Museum, die deze tentoonstelling maakte. Al in 1914 presenteerde Jo Bonger, de weduwe van Theo, een uitgave van de brieven van Vincent aan haar man. In 2009 presenteerde het museum een zesdelige wetenschappelijke uitgave van alle bekende brieven, compleet met notenapparaat en vertaling naar het Engels. En nu is er, na een eerdere dikke pil, ook een ­‘instapversie’, met de 76 belangrijkste brieven.

Vincent van Gogh (1853-1890), Bloeiend perenboompje, 1888.Beeld Van Gogh Museum Amsterdam
Een brief van Vincent van Gogh aan Theo van Gogh met de schets van 'Bloeiend perenboompje'.Beeld Van Gogh Museum Amsterdam

In de treffend ingetogen tentoonstelling zijn drie lijnen uitgezet: de broederliefde – met de oudste door Theo bewaarde brief, als Vincent pas negentien jaar oud is, de artistieke zoektocht en de schoonheid. Het tekenen ging bij Van Gogh niet vanzelf, en dat is te zien: wat harkerige personages, met hoopvol commentaar – ‘een verandering in mijn teekenen’, ‘de fabriek is in volle werking’. Vanuit Arles groeit het zelfvertrouwen, overweegt hij te gaan exposeren, en meer. ‘Een stadje omgeven door een veld vol gele en paarse bloemen. Weet je, dat zou net een ­Japanse droom zijn.’

Het drama met het oor en de ruzie met Gauguin, de inrichting, en de laatste maanden in Auvers zijn stap voor stap te volgen. Tot aan de laatste brief blijft Vincent hoopvol, al kan hij ook fel zijn. De eerste en enige criticus die tijdens zijn leven over zijn werk schrijft, Albert ­Aurier, krijgt in februari 1890 een lovend antwoord van Vincent. ‘In uw artikel vind ik mijn doeken ­terug, maar beter dan ze in werkelijkheid zijn, rijker, betekenisvoller. Ik vind dat u schildert met woorden’. Een half jaar later was Van Gogh overleden, maar zijn ­eigen woorden schilderen nog steeds verder.

★★★★☆

‘’Je liefhebbende Vincent’, Van Goghs mooiste brieven’, is tot 10 januari 2021 te zien in het Van Gogh Museum in Amsterdam. De bundel Troost voor bedroefde harten. Brieven van Vincent van Gogh, (Uitgeverij Prometheus) kost 22,50 euro.

Lees ook:

Zonder Jo van Gogh was Vincent nooit zo beroemd geworden

Tien jaar verdiepte Hans Luijten zich in het leven van Jo van Gogh-Bonger. Ten onrechte bleef zij altijd op de achtergrond in boeken die over haar zwager Vincent zijn geschreven. Het verhaal van een buitenbeentje in de door mannen gedomineerde kunsthandel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden