Review

Vincent had lithium nodig

Borderline heet de hedendaagse versie van wat aan het eind van de 19de eeuw 'hysterie' heette. Veel meer een vrouwen- dan een mannenziekte. En Van Gogh had het dan ook niet, die was 'gewoon' manisch-depressief.

Ik besta uit een heleboel onderdelen tegelijk en ik kan ze niet bij elkaar houden', zegt Jacqueline tegen haar man. ,,Ik val voortdurend uit elkaar. Begrijp je niet dat ik beter dood kan zijn dan op deze manier te moeten leven? Ik wou dat je in me kon gaan zitten om me bij elkaar te houden. Daarom word ik zo bang wanneer je bij me weggaat.'

JacquelineWalker is een borderline-patiënte. Haar man werkt als co-assistent in het ziekenhuis waar zij wegens een zelfmoordpoging is opgenomen. Hun waargebeurde verhaal speelt in 1984, in Zuid-Afrika.

Een van de belangrijkste hippocratische regels luidt dat seks met patiënten fout is. Een co-assistent kan het helem l beter uit zijn hoofd laten om een relatie aan te knopen, en zeker met een borderline-patiënt. Maar de 25-jarige Jacqueline deed deze arts-in-wording denken aan de betoverend mooie Scarlett O'Hara uit de film 'Gejaagd door de wind'. Anthony Walker sloeg elke waarschuwing in de wind. Hij liet zich overhalen met Jacqueline te trouwen. Het werd een ramp. Geen moment kon hij haar alleen laten.

Walkers boek 'Borderline-dans' heeft alles van een heftige film of soap, maar het verhaal is in de kern herkenbaar in iedere psychiatrische praktijk. Het innerlijk van een borderline-patiënt ligt bij voortduring op straat. Alles gaat altijd verkeerd, alles moet heftig, onmiddellijk, nu. Het grijze midden lijkt eenvoudig niet te bestaan.

Het lijkt op hysterie, vanwege de grenzeloze behoefte aan aandacht. In feite ís de borderliner een vernieuwde uitvoering van de hysterische patiënt, die eind 19de eeuw in geen psychiatrisch tekstboek ontbrak.

In 'De borderline-dans' beschrijft Walker de onstuimige maar hopeloze relatie, vanaf het moment dat het tweetal waanzinnig verliefd wordt, totdat Walker besluit alléén naar Amerika te gaan om zich daar in de psychiatrie te specialiseren. Meer dan eens heeft Jacqueline hem dan al bedreigd en aangevallen, tot bloedens toe. Ze heeft weer geprobeerd zelfmoord te plegen, immer gekweld door verlatingsangst. Maar nog voor Walkers vertrek uit Zuid-Afrika stapt ze over op een volgende minnaar, eentje mét Rolls-Royce.

De innerlijke balans raakt bij borderline-patiënten bij de minste of geringste aanleiding totaal verstoord. Borderliners zijn impulsief en onvoorspelbaar, neigen tot verslaving en tot uitersten - van hulpeloos tot manipulatief. Ze denken zwartwit, hebben last van ernstige stemmingswisselingen, van angst en depressie. En ze zijn in driekwart van de gevallen van het vrouwelijk geslacht.

Om het uit te houden met zo'n springerig en overgevoelig type, moet je wel heel erg cool zijn. Walker was niet cool - zijn vertrek naar Amerika was een vlucht. De borderline-dans was groots, meeslepend, maar toch vooral uitputtend, moest hij achteraf constateren.

Letterlijk uitputtend was het leven van Vincent van Gogh (1853-1890). Maar moet je hem daarom nu meteen tot borderline patiënt bestempelen? Psychiater Erwin van Meekeren doet dat wel, in zijn 'Leven en ziektegeschiedenis van Vincent van Gogh'. Maar heeft Vincent van Gogh wel genoeg gemeen met 'Jacqueline'?

Voor zijn studie putte Van Meekeren uit Van Goghs bloemrijke en vaak ontroerende correspondentie. Het is waar dat Van Gogh zich in die brieven zelden liet kennen als een gemakkelijk mens. Met zijn omgeving lag hij voortdurend overhoop. Alleen de band met zijn broer Theo bleek bestand tegen de tijd. Maar dat was voornamelijk te danken aan Theo's engelengeduld. Theo van Gogh was wel cool.

Bronnen die de borderline-diagnose op losse schroeven zetten laat Van Meekeren echter buiten beschouwing. De mening van de Duitse psychiater Jaspers (Van Gogh als schizofreen) zou niemand meer aanhangen, stelt Van Meekeren, gezien Van Goghs ziekteverloop.

Patiënten met schizofrenie horen tijdens de psychosen stemmen. Daarbuiten staat hun leven op een laag pitje, waarbij ze last hebben van een denk- en contactstoornis. In Van Goghs brieven is inderdaad geen enkel spoor van een schizofrene denkstoornis te vinden. Maar dat zegt niet alles. Van Meekeren ziet de periodes over het hoofd waarin Van Gogh schilderde noch schreef, omdat hij dat niet kon. In deze periodes praatte hij verward, verloor het besef van ruimte of tijd, leed aan geheugenverlies, kreeg waanideeën en hallucinaties, en raakte soms buiten bewustzijn. Vanwege dat laatste werd er een tijd ook gedacht aan epilepsie. Maar Van Goghs ziektebeeld voldoet niet echt aan de moderne criteria voor epilepsie.

Het is jammer dat Van Meekeren de boeken van de Amerikaanse psychiaters Kay Redfield Jamison en Julian Lieb er niet bijgehaald heeft. In 'Touched with Fire' (1993) voert Jamison inzake Van Gogh sterke argumenten aan voor de diagnose manisch-depressieve ziekte. In 'Manic Depression and Creativity' (1998) trekt Lieb dezelfde conclusie. Nu liggen er al drie diagnoses op tafel voor het geval-Van Gogh: schizofrenie, borderline, manisch-depressief.

Een middagje met 'De onrustige geest' (1996) van diezelfde Jamison helpt ons een stap verder. Daarin beschrijft Jamison hoe zij zelf vanaf haar achttiende werd gekweld door depressieve en manische episodes. Wie goed leest, merkt echter óók diverse borderline kenmerken op. En toch heeft Jamison gelijk dat bij haar de (hoofd)diagnose manisch-depressieve ziekte luidt. En zo was het, denk ik, ook bij Van Gogh.

Hoewel deze domineeszoon goed kon leren, ging hij op zijn vijftiende van de hbs. Hij bleef een jaar thuis, zonder iets om handen te hebben. Waarschijnlijk had hij toen voor het eerst te lijden van de (depressieve?) verschijnselen, die hoorden bij de ziekte die hem zou blijven achtervolgen tot zijn dood.

Van Gogh veranderde 28 keer van woonplaats en maakte regelmatig bizar lange voettochten. Van Meekeren ziet het als blijken van impulsief borderline-gedrag. Waarom niet manisch? Op zijn zesentwintigste ontwikkelde hij tijdens zijn verblijf in de Borinage een godsdienstwaan, waardoor hij helemaal uitgemergeld raakte. Ook later bleek Van Gogh slecht voor zichzelf te zorgen. Hij gaf liever geld uit aan verfspullen dan aan eten.

De laatste twee jaar van zijn leven was hij extreem productief. Het is alsof ik bezeten ben, schreef hij. In die tijd moet hij hypomaan zijn geweest. Maar Van Meekeren veegt dit symptoom van tafel door te verklaren dat Van Gogh 'bewust' extase nastreefde. Slechte voeding, grote hoeveelheden wijn, mogelijk het eten van verf en vitaminegebrek zouden volgens Van Meekeren hebben geleid tot een organisch psychosyndroom. Dat is een hersenziekte, als gevolg van lichamelijke en psychische uitputting.

Dat klinkt plausibel, maar ook dan is nog sprake van hypomaan om niet te zeggen ontremd maniakaal gedrag. Van Meekeren draagt zelf de feiten aan die zijn eigen stelling ondergraven: Van Gogh leed in de eerste plaats aan een bipolaire stoornis (de moderne naam voor manisch-depressieve ziekte). Therapie nu: lithium. Zonde, zegt Van Meekeren, een moderne en effectieve behandeling zou ten koste zijn gegaan van zijn expressiviteit. Onzin. In 'De onrustige geest' heeft Jamison deze vrees, die ook onder kunstenaars leeft, overtuigend bestreden. Met lithium zou Van Gogh wellicht langer hebben geleefd en geen zelfmoord hebben gepleegd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden