Vilt, vet en koper. De Tate Modern staat vol met beelden van Joseph Beuys.

'Das Rudel' heet de indrukwekkende installatie die Joseph Beuys in 1969 maakte. Uit een in een hoekje weggepropt Volkswagenbusje daalt een lawine van niet minder dan 24 houten sleden, elk opgetuigd met een vilten deken, een lamp en een brok vet, als een pakket om de ergste winterellende te doorstaan. Doorgaans staat 'Das Rudel' (de kudde) in de Staatlichen Museen in Kassel (waar in het voorgaande jaar 1968 op de vijfde Documenta al werk van Beuys was te zien), maar deze wintermaanden is de installatie naar Londen versleept.

In de Tate Modern, een door het Zwitserse architectenduo Herzog en De Meuron verbouwde turbinehal, heet de installatie 'The Pack'. Dat is in het Engels een goede vertaling, maar de betekenis van de door Beuys (1921-1986) bedachte titel reikt veel verder. Veel van de magische kracht die de beelden van Beuys in Duitsland zo vaak etaleren, gaat in Londen trouwens om niet geheel duidelijke redenen verloren.

Misschien ligt het aan het feit dat Beuys in deze zo industrieel aandoende omgeving broodnuchter oogt. Terwijl hij, toch een van de meest invloedrijke kunstenaars van na de Tweede Wereldoorlog, eigenlijk als een laat-romanticus kan worden beschouwd.

Beuys, die in de jaren zestig deel uitmaakte van de Fluxus-beweging, heeft nooit in de ironie willen delen die deze stroming zo vaardig wist te pareren (denk aan het blikje gebakken lucht en het 'water naar de zee dragen' van Wim T. Schippers).

Beuys was, als alleskunstenaar en sjamaan bloedserieus bezig, zo ernstig dat het grote publiek maar ook talloze musea hem als charlatan beschouwden die niet serieus genomen kón worden. De Tate Modern doet nu een poging om hem zo emotieloos mogelijk te herbegraven, hem bij te zetten in het pantheon van grote helden uit de twintigste-eeuwse kunst ná Dada.

Toch blijkt op deze expositie die de pretentie van een wat breder overzicht heeft (maar waar veel aan ontbreekt), dat Beuys' werk nog een opvallend grote actualiteit bezit. Het werk van Beuys, dat bijzonder veelzijdig was -het besloeg naast de complex opgebouwde installaties ook performances, veel tekeningen met basale materialen als vet en inkt maar ook bloed, kijkkasten, films en voordrachten door de meester zelf die dat ook als kunst beschouwde- gaat eigenlijk nog steeds over de tijd van nu.

Bekend is dat de oorlogservaringen die Beuys als Stuka-vliegenier in 1943 opdeed, de voornaamste reden waren om zich als beeldend kunstenaar met materialen als vet, vilt, verlichtingsmaterialen, koper en bloed bezig te houden. Het verhaal wil dat Beuys na een luchtslag boven de Krim met zijn angstaanjagende geluiden producerende Stuka op de taiga neerstortte, waarna de plaatselijke bevolking (in zijn romantische weergave waren dat vervaarlijke Tartaren) zich liefdevol over hem ontfermde.

Beuys werd in warme dekens gehuld, kreeg eten en werd beschermd tegen de wilde dieren. Wolven en hazen zouden na de oorlog een prominente rol in zijn op film opgenomen performances krijgen. Zo verkeerde hij enige tijd met een coyote (een Amerikaanse prairiewolf die in dat land geen enkel aanzien heeft en tot de slechtst behandelde dieren hoort) in dezelfde ruimte met als doel een vorm van communicatie met het dier te creëren.

De hulp die Beuys van de Russen kreeg moet met een overtuigend gevoel van deernis zijn gegeven. Dezelfde deernis keert immers in bijna elk werk terug dat hij heeft gemaakt. Schijnbaar onaandoenlijke stapels van koperen buizen, van lappen vilt, brokken vet en druk beschreven schoolborden worden afgewisseld met aangrijpende beelden van ziekenhuisbedden, een ruimte die is volgelegd met brokken steen die bomen symboliseren die aan de zure regen ten offer zijn gevallen en totem-achtige sculpturen die uitlopen op verweerde oudemannenkoppen. Symboliseert dat beeld Beuys met zelfportret? Hij nam in ieder geval nooit zijn hoed af, waarschijnlijk omdat daarmee zijn metalen schedelplaat zichtbaar zou zijn geworden.

Beuys heeft nooit, en dat blijkt ook op deze presentatie, vrijblijvende kunst gemaakt. Kijk naar de honderden tekeningen waarvan trouwens in Londen weinig of niets is te zien. Beuys was gefascineerd door het kruis (bij hem Braunkreuz geheten) dat zowel een christelijk symbool is als een verwijzing naar de oertijd van vóór de beschaving.

De mooiste kruizen bevinden zich in de collectie Van der Grinten in het op een steenworp afstand van de Nederlandse grens gelegen Schloss Moyland. Jammer dat de Tate voor dit essentiële onderdeel in het oeuvre geen belangstelling had.

De Tate-tentoonstelling heet de allereerste belangrijke en grote tentoonstelling gewijd aan Joseph Beuys te zijn die ooit in Engeland is gehouden.

Twintig jaar na zijn dood is dat rijkelijk laat, maar vervelender is dat dit beeld, dat van historisch belang moet zijn, zo incompleet is.

'Kijk naar jezelf', zeggen ze dan meteen in Londen, want in Nederland is Beuys op een enkele installatie (in Boijmans Van Beuningen in Rotterdam) slecht of niet door de musea aangekocht. Alle reden dus om deze retrospectieve in Londen te gaan bekijken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden