Cultuur

Vijftig jaar Toneelschuur, vijftig jaar vrijplaats

Interieur van de Toneelschuur, naar een ontwerp van Joost Swarte. Beeld Steef Fleur

Van anarchie tot toonaangevend. Professioneel en vrijplaats ineen. De Haarlemse Toneelschuur is sinds vijftig jaar het theaterhuis voor de avant-garde. Een verademing in theaterland.

Nog even en regisseur Paul Knieriem (1981) neemt afscheid van de Toneelschuur. Daar heeft hij zich de afgelopen jaren in alle rust kunnen ontwikkelen. Knieriem behoort tot een lichting jonge regisseurs, die vanuit de Toneelschuur doorstroomden naar mooie posities, zoals Thibaud Delpeut (nu artistiek directeur van Theater Utrecht) of Michiel de Regt (vaste regisseur bij Orkater). Knieriem wordt per 1 januari artistiek leider van de Toneelmakerij.

Knieriem neemt afscheid met het stuk ‘Kras’ van Judith Herzberg, dat zij in 1988 schreef voor Maatschappij Discordia. De oer-première in datzelfde jaar was óók in de Toneelschuur. Zo komen verschillende lijntjes samen in dit toneelhuis, dat al vijftig jaar een vrijplaats is voor theatervernieuwing. 

Actiegroep Toneelschuur

Het begon in 1968 met Actiegroep Toneelschuur, opgericht als reactie op de dooie boel bij het beroeps- en amateurtoneel. Onvrede zat overal in de lucht. Landelijk richtte Provo zich met ludieke acties tegen de gevestigde orde. Twee baldadig gegooide tomaten naar een zoveelste saaie voorstelling in de Amsterdamse Stadsschouwburg groeiden uit tot de roemruchte Aktie Tomaat.

In Haarlem doolde Actiegroep Toneelschuur op straat, gaf hier een workshop, maakte daar een voorstellinkje, organiseerde een festivalletje met toneelschoolleerlingen, rebelleerde tegen autoriteit en keurige toneelgordijnen, bedelde om geld en een eigen gebouw. Vrolijke anarchie was het, zo valt te lezen in jubileumboek ‘Toneelschuur 50’, die jonge acteurs aantrok, maar ook beeldend kunstenaars als Rieks Swarte. Iedereen snakte naar een andere manier van werken. Naar meer maatschappelijk engagement. Niet meer vanuit een hiërarchische structuur, wel experimenteren met ideeën en vormen. Geen lijsttoneel en podium, maar vlakke vloer en directe band met publiek. Groepen als Werkteater, Onafhankelijk Toneel, Baal of het politieke (vormings)theater van Sater en Proloog vonden in die beweging hun basis.

Speelplek van de avant-garde

Midden jaren zeventig begint de victorie. Als een schietvereniging en wat andere kleine clubjes zijn verhuisd, wordt een groot gebouw in de Haarlemse Smedestraat officieel de Toneelschuur. Het wordt de speelplek van de avant-garde. Allerlei net opgerichte theatergroepen kunnen daar optreden. Frans Lommerse, die sinds het prille begin als vrijwilliger meehobbelt, wordt directeur, al heette dat toen natuurlijk nog niet zo. Krap twintig is hij dan. 

Het is er altijd rommelig. En vol. In de gang, bij de kassa, aan de kapstok, in het café, maar op een of andere manier komt de koffie altijd snel door, ook in de pauze, en beginnen de voorstellingen gewoon op tijd. Er zit orde in de wanorde. Dat geeft een aangenaam roezig gevoel, dat als vanzelf de poriën opent voor wat er op de speelvloer gebeurt. En dat is, behalve in de repetitieruimte, voor een belangrijk deel ook voorbereid in de keuken. De grote ronde tafel is hét centrum. Daar komen plannen en ideeën voorbij, in de prullenbak, of tot bloei. Daar wordt gesnikt, gelachen en elk voornemen of probleem uitgewisseld, zowel op artistiek, technisch als productioneel vlak. Het verloopt organisch, maakt iedereen tot betrokkene en een vergaderruimte overbodig. Koken doet sinds dertig jaar een echte kok, Marijt Schaab.

Samen eten, zelf denken

“Die keuken is ontwikkeld vanuit onze gewoonte om altijd met elkaar te eten”, zegt Jan Joris Lamers van Maatschappij Discordia en (mede)oprichter van Werkteater en Onafhankelijk Toneel. Vanaf de jaren zeventig vindt hij een podium in de Toneelschuur: “Dat heeft met ons denken te maken. Wij wilden af van die vreselijke kantines en officieel vergaderen. Bij het eten ging dat vanzelf en almaar professioneler: dramaturgische gesprekken en studeren op onderwerp en repertoire.

“Je moet er iets voor over hebben om toneelspeler te worden. Nooit zomaar doen wat je wordt opgedragen, maar zelf denken. De Toneelschuur is ontstaan uit een verzuilde identiteit, waar jongeren uit wilden breken, een soort ontvoogding. De Toneelschuur werd een vrijplaats, zonder regels van buitenaf. Je deed voor een groot gedeelte alles zelf, ook licht, techniek.”

Baanbrekend is Discordia’s project ‘Wat gebeurde met Majakovski’, een combinatie van amateur- en beroepsspelers. “Dat was niet zomaar een voorstelling”, zegt Lamers. “We zetten iedereen die we in de Schuur tegenkwamen op het toneel. Soms ging dat wel, soms niet goed. Er was een groep meisjes die wilde zingen, maar dat soms op een verkeerd moment deed. Wat dan weer tot gevechten op de gang leidde.”

Enorme dynamiek

De open aanpak van de Toneelschuur vindt navolging in België. “Theaters als Nieuwpoort in Gent, Katheater in Brussel of Monty in Antwerpen kregen een vergelijkbare structuur”, zegt Lamers. “Het zorgt voor enorme dynamiek, als je merkt hoe je iets in eigen hand kunt nemen.”

De Vlaamse Golf van nieuwe theatergroepen spoelt vanaf de tweede helft van de jaren 80 door de Nederlandse vlakkevloertheaters. En droogt weer op. Maar niet in de Toneelschuur. Die blijft die Vlaamse avant-garde consequent programmeren, omdat het publiek zicht op ontwikkelingen, op een heel oeuvre moet kunnen krijgen. De keukentafel blijft er voor de wederzijdse bevruchting. Ook gearriveerden zoals Gerardjan Rijnders voelen zich er thuis. Met Ivo van Hove’s Toneelgroep Amsterdam bedenkt Lommerse TA2, een platform voor regisseurs die naar de grote zaal willen doorgroeien.

Piepjong en naïef

Geleidelijk professionaliseert de Toneelschuur. In de jaren tachtig komt er een vaste technische ploeg en Lommerse krijgt een rechterhand, Ina Veen. “Wij waren piepjong en nog naïef”, zegt Joan Nederlof, die er met Mugmetdegoudentand komt spelen. “Ina zei toen: ‘Jullie moeten ook aan je pensioen gaan denken’. Dat zij ons daarop wees is zakelijk, maar vooral een vorm van betrokkenheid.” 

Dat herkent Knieriem twee decennia later nog steeds. “Voor een appel en een ei, daar geloven ze hier niet in. Je wordt normaal betaald voor het werk dat je levert.” 

In 2003 wordt het nieuwe, door Joost Swarte ontworpen gebouw aan de Lange Begijnestraat betrokken: Toneelschuur én Filmschuur. Het kabinet stopt een paar jaar later met de voor vers bloed zo belangrijke subsidie voor werkplaatsen, waaronder de Toneelschuur. De Toneelschuur blijft strijdbaar: ze blijven nieuwe talenten zoals Knieriem oppikken en ondersteunen, maar ook de oude garde programmeren. Rieks Swarte werkt alweer aan een nieuw project. Discordia, Carver, de Mug brengen er vrijwel al hun premières uit.

Beeld Steef fleur

“Artistiek bemoeiden ze zich nooit met wat we wilden”, zegt Nederlof. “Dat geeft vertrouwen en vrijheid. Nu nog krijg je er alle tijd en ruimte om te monteren. Niemand is aan de klok. Het is een motiverende sfeer van allemaal keihard werken. Dat komt, omdat Frans dat helemaal vóórleeft.”

Frans Lommerse

Frans, dat is Lommerse, de directeur van het eerste uur, die op 1 januari met pensioen zal gaan. “Frans is er altijd en luistert goed naar wat iemand wil”, zegt Lamers. “Je voelt als regisseur en acteur: ze zijn er voor de kunstenaar. Je krijgt suggesties, maar nooit: dat moet”, zegt Knieriem.

De Toneelschuur heeft een helder profiel, vindt Knieriem: “Met een vrij vast stramien van beginnende regisseurs en repertoire. Dat laatste is goed voor jonge makers omdat ze zich daar inhoudelijk toe moeten verhouden. Zelf iets verzinnen maakt processen ingewikkelder. Én je kunt met repertoirestukken veel gemakkelijker oude rotten verleiden met jou te werken. En van hun ervaring leren. Ook dat stimuleert de Toneelschuur.” Zo werkt Knieriem in ‘Kras’ voor de tweede keer samen met Marlies Heuer.

Vrouwelijk regietalent

Knieriem ziet de Toneelschuur als “een soort extended family van makers en toneelspelers waar je aansluiting bij krijgt en uit kan putten”. De volgende generatie, van ditmaal opvallend veel vrouwelijk regietalent als Eline Arbo, Nina Spijkers en Liliane Brakema, wordt er al klaargestoomd. “Grote kracht van de Toneelschuur is ook Haarlem”, zegt Knieriem: “In de marge van grote stad Amsterdam heeft het een trouw publiek, dat nieuwsgierig is en betrokken. Je staat er als maker in een context: de Toneelschuur heeft kijkgeschiedenis opgebouwd.”

Op 15 november 2018 is de première van ‘Kras’ door Toneelschuur Producties. 

De geschiedenis van de Toneelschuur is beschreven in het geïllustreerde jubileumboek ‘Toneelschuur 50’, €29,95.

Lees ook: 

Het journaal op het toneel. Theatermakers haken in hun voorstellingen steeds nadrukkelijker aan bij de actualiteit. Hoe doen ze dat? En wat levert het op?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden