Vijftig jaar Paradiso: het brutale en ranzige is er vanaf

Beeld (c) Adri Hazevoet 1971

Dit jaar bestaat poppodium Paradiso vijftig jaar. Dat mag, moet, en wordt gevierd. Over wat Paradiso tot de ware poptempel van Nederland maakt.

Door het voorportaal

Eindelijk, binnen. Het blijft altijd een kleine onderneming om Paradiso in te komen, hoe vaak je er ook komt. Het is niet die rij, die zich vaak genoeg langs de Weteringschans uitstrekt, om de hoek tot het Max Euweplein, even voor het Leidseplein. Nee, die rij, vol licht gespannen afwachting, is het probleem niet, over het trapje langs kaartcontrole en beveiliging. Die rij druppelt altijd wel door. Maar dan, die garderobe! Hoe geoefend de ervaren concertganger er ook in is, het blijft behelpen je een weg door de menigte bij die krappe garderobe te wurmen.

Jas kwijt, tas ingeleverd, hop weer terug, een snelle blik naar rechts, of de band vanavond nog leuke T-shirts verkoopt, anders meteen die dubbele klapdeuren door. De zaal in.

De zaal in

Die zaal die zaal die zaal. Wat maakt een popzaal een goede popzaal? De sfeer, zegt de een. Het geluid, de ander. De aankleding, weer iemand. In het geval van Paradiso, springen die prachtige glas-in-loodramen natuurlijk in het oog. Verder, dat mooi gewelfde houten kerkplafond, die dwarsbalken, de krulornamenten in de pijlers die de balkonhekken ondersteunen. Dit is niet voor niets een monument.

Komend weekend precies vijftig jaar geleden opende het bakstenen kerkgebouw aan de Weteringschans voor het eerst zijn deuren als Cosmisch Ontspanningscentrum Paradiso. Dat moet, mag en wordt gevierd, want na vijftig jaar staat Paradiso te boek als hét poppodium van het land.

Na binnenkomst slaan we natuurlijk allereerst rechtsaf, de verhoging op, naar de bar, snel, voor een eerste drankje. Het is een goede plek om even de zaal op te nemen. Is het al druk? Wat voor soort publiek is er? Wat voor versterkers heeft de band meegenomen, staan de gitaren al op het podium? Het is altijd goed hier te zijn. Maar echt, áltijd.

Lees verder na onderstaande afbeelding.

De Amsterdamse Weteringschans met Paradiso op de achtergrond in 1970. Beeld c) Adri Hazevoet 1970

Aan de bar

Dat hebben we allemaal te danken aan fluxuskunstenaar Willem de Ridder, type-vrije-geest, die in 1965 aan de wieg stond van jongerenblad Hitweek. Al in 1967 deed hij in het blad zijn beklag over het gebrek aan 'een eigen beatpaleis' in de hoofdstad. Hij was rusteloos aanjager van de jongerenbeweging, en organiseerde diverse happenings, sit-ins en love-ins. Vrijheid, blijheid.

In 1968 viel zijn oog op het bakstenen gebouw aan de Weteringschans, tegenover het Barlaeus Gymnasium. Het was in 1880 opgericht als verenigingsgebouw voor de religieushumanistische kerkuittreders van De Vrije Gemeente - en dus, overigens, nooit gewijd als kerk.

De Vrije Gemeente verhuisde in 1965, hun gebouw werd sindsdien gebruikt als opslagruimte. De gemeente zag wel iets in het plan van De Ridder, om er een jongerencentrum in te richten, met in revolutiejaar '68 een schuin oog op de broeierige sfeer in de stad. Op 30 maart opende Het Cosmisch Ontspanningscentrum Paradiso zijn deuren.

Het waren de jaren van vloeistofdia's. Van het hippiewinkeltje in het trappenhuis, de huisdealer in zijn luie stoel met sigarenblik vol hasj en een macrobiotisch keukentje. Deze beginjaren van Paradiso zijn mooi opgetekend in het jubileumboek van muziekjournalist Hester Carvalho. Zelf staat ze het liefst altijd vooraan, een beetje links van het midden.

"Als je daar om je heen kijkt, zie je die hele bak vol staan. Aan drie kanten, over die balkons, twee hoog - dat geeft een ontzettend feestelijk en opwindend gevoel. Een etalage van mensen, met die armen en benen door de spijlen heen." Niets zo mooi als een uitverkocht Paradiso, vindt ze. "En dan in het midden - een fantastisch uitgelicht podiumbeeld. Met daarin de band, ingebed in zijn aanhang."

Lees verder na onderstaande afbeelding.

Medewerkers Rik van Bentum en Gert-Jan Dröge (l) in 1972. Beeld c) Adri Hazevoet, 1972

Wachten voor de geluidstafel

Met een versgetapt biertje in de hand steken we de zaal over, linksachterin, naar die kleine verhoging voor de geluid- en lichttafel. Daar is het beste zicht over de zaal, maar natuurlijk ook het beste geluid.

Het is in ieder geval de plek waar Ferry Roseboom altijd gaat staan, oprichter van kwaliteitslabel Excelsior. Of hij daar ook stond in 1981, bij het concert van zijn allerfavorietste band The Undertones, kan hij zich niet precies meer herinneren, wel dat het zijn eerste keer was.

Wat maakt een concert tot een legendarisch concert? Er verschenen de afgelopen weken een hoop lijstjes rondom het Paradiso-jubileum. Namen die daarin zelden ontbreken: Prince, in 1981, nog nooit vertoond. Het 'sokconcert' van de Red Hot Chili Peppers (1988). Kurt Cobain van Nirvana, die in 1991 niks overliet van het drumstel. De Rolling Stones, die er met twee concerten in 1995 hun 'Stripped' opnamen. David Bowie, die in 1997 even precies kwam vertellen hoe het allemaal moest. De euforische terugkeer van D'Angelo, in 2012, en diens second coming in 2015. Kraftwerk, dat ooit voor een halflege zaal stond, maar in 2015 in acht uitverkochte avonden hun hele catalogus door kwam spelen.

Wat is legendarisch? Voor de een is het die kolkende vleesmassa die je opslokt, aangespoord door een verzengend Queens of the Stone Age. Voor Hester Carvalho was het hoe ze als scholier voor het eerst het voorprogramma van Herman Brood en Nina Hagen zag, bij Brood en Hagen zelf moest ze al naar huis. Voor Excelsior-baas Ferry Roseboom hoe hij in 1981 voor het eerst naar de grote stad toog. "Een markant moment in het leven van een ontluikende puber. Zestien jaar oud, weet je wel."

Het soort momenten dat natuurlijk overal kan plaatsvinden. Maar wat Paradiso volgens Roseboom toch bijzonder maakt, is hoe het altijd de voorhoede van de popmuziek de ruimte heeft gegeven. Vanaf de hippietijd, de punktijd, de eerste dagen van acidmuziek: mensen vonden er altijd hun plek. "Paradiso heeft al die vijftig jaar goed in de gaten gehad wat relevant was en wat minder, door een combinatie van gutfeeling, ambachtelijkheid en talent."

Dat het middenin de hoofdstad staat is mooi meegenomen, maar in de provincie was in die tijd óók veel aan de hand. "Ik wortel in Zuidoost-Drenthe, in jeugdsoos Rumah Pemuda te Nieuw-Schoonebeek speelden Iggy Pop of The Ramones ook gewoon. Het gebeurde toen in heel Nederland."

Lees verder na onderstaande afbeelding.

Prince tijdens zijn concert in 1981. Beeld Hollandse Hoogte / Kees Tabak

"En dat is nu minder. Buitenlandse bands doen geen veertig shows meer in Nederland. En het is jammer voor Nijmegen, Apeldoorn of Breda, maar voor die een of twee shows kiezen artiesten toch voor Amsterdam."

Lichten uit - iets naar voren

Dan, het bier is bijna op, maar dat is niet erg, want de lichten gaan uit. Het publiek beweegt naar voren, de band komt op. Aan dat opkomen kun je vaak al zien wat voor concert het gaat worden. Stappen de muzikanten vol bravoure het podium op, brutaal, uitdagend? In zichzelf gekeerd, slaat de zanger nauwelijks acht op zijn publiek? Lachen ze licht zenuwachtig, een schielijke blik de zaal in?

Die opkomst vindt oud-programmeur Jan Willem Sligting nog altijd het mooiste moment van de avond. Hij zag zeker meer dan duizend bandjes opkomen in Paradiso, Sligting werkte ruim dertig jaar als programmeur in Paradiso. Zijn formule, om met Bowie te spreken: de artiest held voor één dag laten zijn. Oftewel, geen posters van andere acts. Paradiso mag trots zijn op zijn verleden, maar in het gebouw zelf wordt dat nergens benadrukt. Bij een avondje Paradiso gaat het niet om het verleden of de toekomst, maar om het nu. Sligting: "Leuk en aardig dat de Stones er twintig jaar geleden speelden, maar daar verkoop je vanavond geen kaartjes mee."

Sligting kwam er al jaren over de vloer voordat hij er in 1981 zelf in dienst trad. Nu prijst iedereen dat prachtige monumentale gebouw, hij herinnert zich nog hoe hij vond dat ze niet bepaald het gebouw mee hadden. Dat rare stijve monumentale. Uiteindelijk is alles mode, inmiddels is de kerkelijke uitstraling juist omarmd.

"Dat veel oude poppodia zijn overgegaan op nieuwbouw, heeft niet zozeer met modernisering, maar met brandveiligheid te maken. Dat was in Paradiso nooit een probleem. Aan alle kanten zijn deuren waardoor je meteen buiten staat, de balkons zijn breed genoeg voor grote groepen mensen", zegt Sligting. "En: Keith Richards noemt Paradiso in zijn biografie een van de poppodia die er nog toe doen. Tja, wie zijn wij dan om te zeggen dat het verbouwd moet worden."

Wel is het poppodium danig geprofessionaliseerd. Het is al lang geen hippiehol meer, maar een bedrijf. Een non-profitbedrijf, dat wel, benadrukt Kors Eijkelboom, productiemanager bij Paradiso, maar desalniettemin, een bedrijf. "Vroeger ging je niet naar huis. De bar bleef open. De dj zette nog een plaatje op. Die spontane afterparty's na een concert waren de leukste feestjes. Die heb je niet meer. Verder is er vooral veel verbeterd - niemand werd blij van slecht geluid, vechtpartijen en een dreigende sfeer", zegt Eijkelboom.

Noem Roseboom gerust nostalgisch, ergens vindt hij die professionalisering wel jammer. "Eigenlijk staat wat er de laatste tien, twintig jaar met Paradiso is gebeurd model voor wat er met de stad aan de hand is. De rafelranden verdwijnen. Vroeger pleurde je je jas ergens neer en zat er ergens een huisdealer en was het een tyfuszooi. Security? Er was geen security. Dat brutale en ranzige is er vanaf. Net als in de rest van Amsterdam. Amsterdam was een pishol, maar wel een gezellig pishol. Ik denk dat ik aan het eind gedwongen ben te zeggen dat we nu natuurlijk beter af zijn. Het is 'prettiger'. Maar ja."

Lees verder na onderstaande afbeelding.

Affiche gemaakt door Willem de Riddder Beeld Photographer: Jack Aarts

Nóg verder de zaal in: de toegift

We gaan nog verder de zaal in. Er is iets bijzonders aan de hand. De band bereikt zijn climax. Mensen, sommigen de ogen gesloten, raken in vervoering. Even is er niets anders dan dit moment.

"Popconcerten zijn het mooist wanneer je het gevoel hebt dat wat op dat moment gebeurt, ook echt alleen op dat moment kán gebeuren. En dat het hele publiek dat deelt", zegt Eijkelboom. Zijn voorbeeld: de euforische show waarmee Typhoon in december 2015 zijn doorbraakjaar afsloot. Maar er zijn te veel voorbeelden.

Soms komt het langzaam op gang, en gaat het op een gegeven moment kolken, bij een band als Screaming Trees. Bij de andere is het die solo, zoals die van Maceo Parker, saxofonist bij James Brown, die zijn noten nét wat langer oprekt dan anders. Of een Sufjan Stevens, die langzaam toewerkt, naar de catharsis, aan het eind.

Sligting maakt de vergelijking met een romantisch afspraakje in een restaurant. Een eerste date.

"Het mooiste is het wanneer je bent vergeten in welk restaurant je bent. Dán is de vonk overgeslagen", relativeert hij de rol van zijn geliefde podium. "Een concert is iets tussen artiest en bezoeker. En het gebouw? Dat moet daar eigenlijk tussenuit blijven."

Feestweekend

Dit weekend staat Paradiso uitgebreid stil bij zijn jubileum. Donderdagavond spelen Ronnie Flex, My Baby en Jungle By Night op de eerste avond van het verjaardagsweekend, vrijdag verzorgt onder meer De Jeugd van Tegenwoordig een avond, zaterdag is er een clubnacht met onder anderen houseveteranen Eddy de Clercq en Joost van Bellen, zondag is er een roze paasfeest voor de LGBT+-scene. Er is een speciaal jubileumbiertje op de tap, in het Amsterdam Museum opent een tentoonstelling over het poppodium en verzorgen de NTR en NOS zaterdagavond twee uitzendingen over Paradiso op NPO2.

Religieuze rebellen en legendarische concerten

Onlangs verschenen ter gelegenheid van het jubileum twee boeken over de geschiedenis van Paradiso. Raymond van den Boogaard schreef over de voorgeschiedenis van het gebouw 'De religieuze rebellen van de Vrije Gemeente - De Vergeten Oorsprong van Paradiso' (Uitgeverij Bas Lubberhuizen, 22,99). NRC-muziekjournalist Hester Carvalho schreef de geschiedenis van Paradiso op in haar jubileumboek 'Paradiso 50 Jaar in 50 Legendarische Concerten' (Nieuw Amsterdam, 29,99). Muziekblad Oor wijdt in zijn maartnummer nét geen 50 pagina's aan het jubileum van het poppodium.

Lees ook:

Wat begon als een gekraakte kerk waar een groep hippies een club wilden maken, groeide uit tot een begrip in de muziekwereld. Inmiddels bestaat poptempel Paradiso vijftig jaar en om dat te vieren is hij voor één dag weer een kerk. Uit honderden aanmeldingen werden 11 stellen gekozen die elkaar er vandaag het ja-woord mogen geven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden