Review

Vijftig jaar Keukenhof

De bollenkwekers hebben de streek tussen Haarlem en Leiden op zijn paasbest aangekleed. Royale lappen roze, blauw en rood hebben ze uitgerold tot aan de duinen. Door toeval ontstaan de mooiste combinaties. Plantte de ene kweker rode tulpen, zijn buurman zette er abrikooskleurige hyacinten naast. De eigenaar van het volgende perceel begon met dubbele witte tulpen en het kwam zo uit dat er blauwe druifjes naast gepoot werden. Vijfenzestig procent van de wereldproductie van de bloembollen wordt hier en in Noord-Holland gekweekt.

Rita van der Zalm

Over het fietspad waaieren verrukkelijke geuren, geen wonder dat ik feestelijk gestemd bij de vijftigjarige Keukenhof arriveer. Zoals zoveel bewoners van de Bollenstreek beschouw ik de Keukenhof zo'n beetje als een verlengstuk van mijn eigen tuin. Drieëndertig hectare park met eeuwenoude bomen en zes miljoen bollen in je onmiddellijke nabijheid, laat je niet onberoerd. Wil je de lente geboren zien worden dan is de Keukenhof daarvoor de beste plaats. Je ziet het jaarlijks opnieuw ingezaaide gras zich met miljoenen sprietjes door de winterkale grond boren. In de perken waar al volop vroege bollen bloeien, steken nog duizenden nieuwsgierige neuzen omhoog. Dankzij het unieke etagesysteem - het planten van bollen in drie lagen - blijft bloei het hele openingsseizoen verzekerd.

Ik weet niet op welk tijdstip ik het park het meest waardeer. 's Morgens als het fris bedauwd op bezoek ligt te wachten of in de namiddag als warmte en geuren nog tussen de bomen hangen en je er tot halfacht de voorbije dag kunt memoreren (wel voor zes uur de kassa passeren).

Over het ontstaan van de Keukenhof zijn verschillende verhalen, succes heeft immers vele vaders. De bloeiende bollenvelden trokken steeds meer bezoekers, die ervoor zorgden dat het verkeer volkomen vastliep. Het publiek kon ook niet begrijpen dat de kwekers al zo snel de bloemen afkopten om dikkere bollen te krijgen. Was er geen plaats waar men zo lang mogelijk van de bollen kon genieten en waar het bollenvak van alle bollenkijkers ook bollenkopers kon maken?

Op een nieuwjaarsdag, na een brandweeroefening bij kasteel Keukenhof, fietste de burgemeester van Lisse naar huis en zag daar de verwilderende Engelse Tuin, waarvan de onderhoudskosten niet meer op te brengen waren. Lag hier een kans voor een bollentuin? De eigenaar van het landgoed, de graaf van Lynden, wilde het terrein wel verpachten, als de natuur en de rust gerespecteerd bleven.

Wat hebben de initiatiefnemende bollenexporteurs vijftig jaar geleden gespit, geplant en gerooid om het park voor het publiek in te richten. Binnen vijf jaar verwelkomde men 500.000 bezoekers en kon de Keukenhof vaste mensen in dienst nemen. Er zijn nu 24 tuinlieden die je vooral tegen het weekend bezig ziet, het gras en de bloemen in volmaakte staat te brengen. Feilloos schatten zij in welke bloemen de maandag nog halen en welke gekopt moeten worden. Dit werk trekt altijd drommen fotografen en vragen stellend publiek, hetgeen voor de noeste werkers een van de charmes van hun vak is.

De vijftien kilometer wandelpaden zijn smetteloos. Er wordt trouwens opmerkelijk weinig schade op de Keukenhof aangericht, hetgeen de directeur Vormgeving, de heer Koster, toeschrijft aan de rust die er van het park uitgaat. Dat de Keukenhof iets met je doet is al duidelijk als je de noordelijke ingang binnenkomt en meteen de fraaie beukenlaan binnenstapt. Deze stamt uit de tijd rond 1850, toen de bekende tuinarchitecten vader en zoon Zocher dit gedeelte van het landgoed aanlegden in de Engelse landschapsstijl. Met het zand dat uit de sloten kwam zijn de Amsterdamse grachtengordels geplaveid.

Jarenlang stonden de eerbiedwaardige beuken tot aan hun enkels in kleurige bollenperken, wat sommige bezoekers stijfde in de mening dat de Keukenhof een bonte bollentuin was. Wat een sfeer heeft men weer teruggekregen door een volmaakte grasmat onder de bomen neer te leggen, luchtig besprenkeld met krokusjes.

Hoewel op sommige plaatsen in het park de narcissenbloemen een maatje te groot en te geel zijn, valt mijn oog direct op losjes geplante miniatuurnarcissen 'Topolino', die de ruimte hebben gekregen tussen Brunnera macrophylla (Kaukasische vergeet-mij-niet), welhaast een verplichte vaste plant tussen voorjaarsbloeiende bollen. Ook primula 'Wanda', paars, en Corydalis flexuosa 'Purple Leaf', blauw, staan te bloeien. Helaas zijn de groepen erg bescheiden, gezien de beschikbare ruimte. Het leerachtige grote blad van de schoenlappersplant geeft 'body' aan de voorjaarstuin, evenals een van de vele soorten purperklokjes, Heuchera 'Stormy Seas'. Deze nauwelijks bladverliezende planten zijn een prachtige aanvulling op vroege bollen en een afspiegeling van het sortiment vaste planten dat in toenemende mate in de Bollenstreek wordt gekweekt.

In het zogenaamde Muziekbos - met werkelijk heel zacht klinkende klassieke muziek - prijken tapijten met speenkruid en wilde anemonen. Hier waart de geest van Jacoba van Beieren rond, de gravin van Holland, die van 1401-1436 eigenares was van het landgoed, waar zij graag verbleef en waar kruiden voor de kasteelkeuken werden geplukt. De naam Keukenhof is niet toevallig.

Anno 1999 kan men gravin Jacoba dagelijlks opnieuw zien rijden met haar jachtstoet waartoe valkeniers behoren. Er is een doolhof te bezoeken, er zijn paviljoens met steeds wisselende bloemenpracht, en ik moet nog naar de zeven thematuinen. Het is duidelijk dat één bezoek niet genoeg is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden