Review

Viglius van Aytta was de perfecte ambtenaar

Geschiedenis beleven we het liefst als een drama. Dat was en is nog altijd de grote bekoring van dat tijdvak dat het voorspel van de Tachtigjarige Oorlog genoemd wordt, ten minste voor hen die het verhaal nog kennen. Toen begonnen zich de partijen te vormen die elkaar enkele generaties lang zouden bevechten, en toen ook werd bepaald wat de inzet zou zijn van de strijd.

Maar het heeft jaren geduurd voordat de twee groepen zich duidelijk afgebakend hadden, omdat er twee tegenstellingen door elkaar heen liepen. In de kerk ging het om oud tegenover nieuw, Rome of reformatie. In de staat ging het om behoud van invloed voor steden, edelen en provincies, of juist om versterking van de vorstelijke macht. Daar ging het ook tussen oud en nieuw, maar wie in de kerk voor het nieuwe koos, was in de staat voor het oude. Omgekeerd daarentegen... neen, omgekeerd was het niet zo duidelijk. Dat maakte het leven ingewikkeld voor de mensen, vooral als ze hoog geplaatst waren. Daarom geeft dat verhaal over het voorspel zoveel aandacht aan mannen als de prins van Oranje en de graaf van Egmond. Moesten ze trouw zijn aan de katholieke kerk, of opkomen voor slachtoffers van geloofsvervolging? Waren ze hun wettige heer gehoorzaamheid verschuldigd, ook als ze daarmee hun eigen macht en invloed zouden verliezen?

Over deze dilemma's gaat het in het Wilhelmus, en veilige oplossingen schenen er niet te zijn. Egmond is onthoofd, Oranje vermoord. Toch zijn er enkelen geweest die zich altijd op hoge posten hebben gehandhaafd, en die ten slotte vredig in hun bed gestorven zijn. Zo iemand was Viglius van Aytta, aan wie de Groningse historicus Folkert Postma een nieuw boek heeft gewijd. Het is Postma's tweede boek, maar het gaat over dezelfde persoon. In 1983 verscheen zijn dissertatie, die Viglius' leven behandelt van 1507 tot 1549. Toen werd ons een vervolg beloofd, en dat is ook nu weer het geval. Dit tweede deel gaat niet verder dan 1564. Ik weet niet of ik het zal mogen beleven, maar verwacht dat als in 2017 het derde deel op internet beschikbaar wordt gesteld, Viglius' sterfjaar 1577 nog niet zal zijn bereikt. Deel I werd zo uitvoerig omdat er veel bronnen waren. Deel II is uitvoerig omdat er weinig bronnen waren. Zo'n auteur is niet te helpen, die zal altijd dikke boeken schrijven.

Maar zeker als het gaat om dit tweede deel, moet ik bekennen dat ik hem daar dankbaar voor ben. Viglius heeft gedurende de hier beschreven periode in de Nederlanden een sleutelpositie bekleed. Als er in die vijftien jaar ook maar iets van betekenis voorviel, had Viglius er altijd wel op de één of andere manier mee te maken. Postma heeft die tijd zo grondig bestudeerd dat hij de gebeurtenissen in hun context kan plaatsen. Wie over deze jaren mee wil praten zijn boek moet kennen.

Viglius is nooit de nummer één geweest in de Nederlandse politiek. Hij stond in de schaduw van Granvelle, die werkelijk het beleid bepaalde. Maar onmisbaar was Viglius wel, zodat men hem zelfs de tijd niet gunde ziek te zijn. Hij kende zijn zaken uitstekend en nam mensen gemakkelijk voor zich in. Zo heeft hij in een eeuw die aan afkomst en geboorte zoveel waarde hechtte tot de hoogste ambten kunnen stijgen en zich een perfect instrument getoond. Viglius was een man die gefundeerde meningen had en ze ook zonder schroom uitsprak tegenover zijn landsheer of landvoogdes. Maar hij bleef altijd dienaar, en voerde de wil van zijn meerderen uit, ook als hij zijn eigen voorkeur daaraan moest opofferen. Gehoorzaamheid aan de vorst stond bij hem voorop. Inspraak van edelen of statenvergaderingen wees hij af.

Meer moeite kostte het hem de harde lijn te volgen in de godsdienstpolitiek. Viglius was een geestelijke zoon van Erasmus, niet uit op confrontatie maar op verzoening. Zijn ideaal was een concilie waar katholieken en protestanten samen de kerkelijke verdeeldheid zouden overwinnen. Uit dat overleg zou dan een vernieuwde en gezuiverde katholieke kerk tevoorschijn komen. In dat kader paste ook Viglius' streven naar een betere priesteropleiding en strikter toezicht op het leven van de clerus. Maar hij nam wel grenzen in acht. Hij besefte dat de ketterij in de Nederlanden een bedreiging vormde voor de kerk, en wilde dat gevaar actief bestrijden. Vervolging dus, doch met mate.

Succes kon zo'n politiek moeilijk hebben. Gematigde vervolging is in strijd met zichzelf. Ze is te zacht om het vermeende kwaad de kop in te drukken, en te hard om verzoening te kunnen bewerken. En de tijd voor een concilie was verstreken. Katholieken en protestanten waren zich na bijna een halve eeuw strijd te zeer van hun eigen identiteit bewust geworden. Gingen ze met elkaar in gesprek, dan deden ze dat om te winnen, niet om te zoeken naar een eenheid die beiden verbond.

De idealen van Viglius konden niet meer verwezenlijkt worden, en ze kregen ook geen uitdrukking in de politiek. Het was een tijd van pro of contra, met niets daartussenin. Wie middenposities wilde bekleden werd vroeg of laat voor de keus gesteld. En hoe hoger iemands plaats in de samenleving, hoe eerder hij tot kiezen werd gedwongen. Was Viglius professor gebleven -zoals in deel I van de biografie- dan had hij kunnen leven en sterven als een erasmiaan. Als hoogste ambtenaar in de Nederlanden moest hij het volmaakte werktuig worden voor een beleid dat niet het zijne was.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden