Klassiek & Zo

Vier chefs en één Nederlandse diva-in-residence

Eva-Maria Westbroek tijdens de RCO Club Night. Beeld renske vrolijk

Twee kleurrijke affiches van het Koninklijk Concertgebouworkest trekken deze dagen de aandacht in de hoofdstad. Op het ene staan onder elkaar de namen van Gatti, Jansons, Chailly en Haitink. 

De belettering is in goud op een wit fond. In die gouden namen is steeds één letter gedrukt in een contrasterend fuchsia: de in alle vier voorkomende letter A. Eronder staat: 4 Chefs. Het moge duidelijk zijn, het KCO en zijn huidige chef Daniele Gatti ontvangen dit seizoen alle nog levende maestro's die er chef-dirigent zijn geweest.

Vier. Dat is meer dan de helft van de zeven chefs die het KCO in zijn 130-jarige geschiedenis heeft versleten. Ik heb ze alle vier volop meegemaakt en meerdere malen uitgebreid mogen spreken. Ik word oud. Maar in goed gezelschap, dat dan weer wel.

Op het andere affiche staat de naam van sopraan Eva-Maria Westbroek in grote letters op een rood-wit-blauwe achtergrond. Gepaste Hollandse trots. De Dutch diva is artist-in-residence van het orkest en in die hoedanigheid kwam ze donderdag Mariss Jansons weer tegen. In 2006 stonden zij samen aan de basis van tien zinderende voorstellingen van Sjostakovitsj' opera 'Lady Macbeth uit Mtsensk'. Nu zingt Westbroek met zo ongeveer alle grote maestro's ter wereld, ook met de overige drie op dat andere affiche.

Haar onvolprezen Sieglinde deed ze al eens deels met Bernard Haitink. Met Riccardo Chailly bereidde ze zich in de Scala van Milaan gedegen voor op 'La fanciulla del West' van Puccini. Tot uitvoeringen kwam het helaas niet omdat Westbroek een zware longontsteking opliep. Met Gatti zong ze in Salzburg de rol van Chrysothemis in 'Elektra' van Strauss. Gatti zal haar in juni dirigeren als ze hier voor het eerst Brünnhilde's 'Schlussgesang' uit Wagners 'Götterdämmerung' gaat zingen.

Zwoele sfeer

Grote rollen, vervaarlijk volume, heftige emoties. Maar aan het begin van deze maand presenteerde Westbroek zich bescheiden als een heuse nachtclubzangeres in een veel kleinere setting. Met een handvol musici uit het orkest verzorgde ze in The Sugar Factory de RCO Club Night. Gekleurde spots in een donker zaaltje, staande toeschouwers met een biertje in de hand aan de rand van het podiumpje, geroezemoes, gerinkel van glazen. Een zwoele sfeer dus, waaraan alleen de sigarettenrook nog ontbrak.

Zwoel en klein was ook wat ze zong. Ginastera en Guastavino, repertoire dat je niet vaak hoort en al helemaal niet van Westbroek. Er was een leuk arrangement van Cole Porters 'Ev'ry Time We Say Goodbye', waarin ingenieus muziek uit 'La fanciulla del West' en 'Die Walküre' - Westbroeks favoriete opera's - vervlochten zat. Opvallend was hoe senang Westbroek zich in deze setting voelde, dicht op het goeddeels jonge publiek en geestig regagerend op de vragen van interviewer en klarinettist Arno Piters.

Eergisteren zong Westbroek alweer nieuw repertoire: de beroemde briefscène uit Tsjaikovski's 'Jevgeni Onegin' en liederen van Rachmaninov. Jansons loodste haar op meesterlijke wijze door de noten. Die noten waren dan wel nieuw, maar de manier waarop ze zich erin stortte, die herkenden we. Volledige overgave, in twee flitsende, nauwsluitende japonnen. Terecht trots op haar nieuwe uiterlijk. Euforisch én stralend klonken de uitroepen 'De lente komt'. Even hunkeren nog, voordat de wintertijd weer ingaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden