Review

Via een ladder met negen treden bereikt Ken Wilber de goddelijke oergrond

Ken Wilber: Een Beknopte Geschiedenis van Alles. Lemniscaat, Rotterdam; 398 blz. - ¿ 49,50.

HERBERT VAN ERKELENS

Volgens Wilber heeft de moderne mens de spirituele dimensie van de wereld uit het zicht verloren en zich teruggetrokken in wat hij 'platland' noemt. Platland is “het idee dat de zintuigelijke, empirische en materiële wereld de enige wereld is die bestaat. Er zijn geen hogere of diepere mogelijkheden voor ons beschikbaar - geen hogere stadia van de evolutie van het bewustzijn, bijvoorbeeld. Er is alleen wat we kunnen zien met onze zintuigen of met onze handen kunnen beetpakken.”

De vraag hoe platland ontstaan is, houdt vele wetenschapshistorici bezig. Maar alleen Wilber begint de beantwoording van deze vraag met de Big Bang. Daarom heet zijn boek 'A Brief History of Everything'. De titel zinspeelt op 'A Brief History of Time' (in het Nederlands 'Het Heelal'), de bestseller van de natuurkundige Stephen Hawking.

Waarom eerst de Big Bang? Wilber wil met een nieuwe kosmologie komen. Hij ontwikkelt daartoe een geheel eigen visie op de evolutie van materie, leven en bewustzijn. Hij gaat uit van de opvatting dat de werkelijkheid uit 'holons' bestaat. Een holon is een entiteit die een geheel is en tegelijkertijd een deel van een ander geheel. Het begrip is afkomstig van Arthur Koestler. Een voorbeeld van een holon is een atoom: een geheel dat in een molecuul een deel van een groter geheel vormt.

Holons hebben volgens Wilber een innerlijke en een uiterlijke kant. Hieruit volgt dat ze zich op minimaal vier manieren manifesteren, namelijk innerlijk-individueel (intentioneel), uiterlijk-individueel (gedragsmatig), innerlijk-collectief (cultureel) en uiterlijk-collectief (sociaal). Dit zijn 'de vier kwadranten'. Veel wetenschappers bekijken hun object van onderzoek enkel vanuit één kwadrant, waardoor onbewust een blikvernauwing optreedt.

Tot zover is 'Een beknopte Geschiedenis van Alles' goed te volgen. Maar dan reduceert Wilber de vier kwadranten ineens tot een drieëenheid die hij aan Plato ontleend heeft. Door de twee kwadranten die het uiterlijke aspect betreffen, tot één gebied samen te vatten, ziet Wilber kans over te stappen op 'het Goede, het Ware en het Schone'. Dit noemt hij 'de Grote Drie'. Het effect van deze overgang is dat Wilber niet meer met vier kwadranten hoeft te worstelen. En dat is jammer. Want nu wordt zijn verdere betoog meer en meer door het getal drie en door het neoplatonisme gedomineerd.

Het tweede deel van 'Een Beknopte Geschiedenis van Alles' gaat over de evolutie van het bewustzijn en is een poging om Freud en Boeddha met elkaar te verbinden. Wilber signaleert hier drie fundamentele talen: ik-taal, wij-taal en het-taal. Dit zijn weer de Grote Drie. Voor een ik-jij-relatie heeft Wilber geen oog. Langs een ladder met negen treden stijgt hij in z'n eentje op naar de fundamentele vormen en grondslagen van de gemanifesteerde wereld. Daar kijkt hij direct 'in het Gelaat van het Goddelijke'. En dan moeten 'de indringers hun schoenen uitdoen, want hier is de innerlijke God'.

Het is duidelijk dat Wilber geen enkele affiniteit me bijbelse spiritualiteit heeft. Mozes ontmoet God niet, omdat hij de verschillende stadia van Wilbers schema doorlopen heeft. Mozes volgt volgens de joodse overlevering een afgedwaald lammetje om het terug te brengen naar de kudde. Dat brengt hem naar de heilige grond waar hij, staande voor de brandende braamstruik, zijn schoenen uit moet doen.

Het derde deel van Wilbers boek is aan platland gewijd. Hier reduceert hij de Grote Drie tot moraal, wetenschap en kunst. De verdienste van de moderne tijd is volgens hem de differentiatie van deze drie gebieden van menselijke activiteit uit een eerdere toestand van onderlinge verwevenheid. Dat ziet Wilber als winst.

Maar deze vooruitgang kent ook een keerzijde. De wetenschap heeft moraal en bewustzijn verdrongen, waardoor uiteindelijk platland ontstaan is. “De Grote Drie werden gereduceerd tot de 'Grote Een' van het wetenschappelijk materialisme.” Ik-taal en wij-taal dolven het onderspit ten opzichte van de objectiverende het-taal.

Als remedie prijst Wilber de integratie van de Grote Drie in een groter geheel aan. Maar hiervoor ontbreekt nu naar mijn idee een nieuw verrassend gezichtspunt. Wilber ziet geen andere mogelijkheid dan maar weer op de ladder te klimmen die naar de goddelijke oergrond reikt. Dat is echter een eenzame sport, omdat de hoogste treden niet persoonlijk, maar transpersoonlijk van aard zijn.

De ladder van Wilber is niet de ladder die Jakob in zijn droom ziet wanneer hij zich, op de vlucht voor zijn broer Esau, te ruste heeft gelegd. Bij Jakob is de ladder een symbool voor zijn innerlijke verbinding met God. Bij Wilber is de ladder een rationele constructie. Wilber slaat concepten hoger aan dan symbolen en daarom word je door zijn overwegingen niet echt innerlijk geraakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden