Review

Verzin de wereld! Verzin de werkelijkheid!

Vladimir Nabokov: Let op de Harlekijn. Vertaling Anneke van Huisseling. Amsterdam, De Bezige Bij; gebonden, 260 blz., ¿ 43,90

T. VAN DEEL

Als afsluiting van zijn oeuvre is het, achteraf beschouwd, een heel bijzonder en merkwaardig boek, maar destijds, toen niemand dit nog kon bevroeden, is er weinig enthousiast en zelfs misprijzend op gereageerd. De Engelse schrijver Martin Amis bijvoorbeeld beweerde in zijn recensie dat hij nog nooit zoiets slechts van Nabokov had gelezen en dat hij hooguit een stuk of vier passages zou kunnen aanwijzen die de brille van de echte Nabokov vertoonden.

Ik herinner mij dat ik de roman bij verschijnen las en er niet goed in kon komen, aangezien ik te veel miste door de overvloed aan toespelingen en taalgrapjes. De drempel werd verlaagd door de vertaling van Louis Ferron, die twee jaar later uitkwam onder de titel 'Harlekinade'. Maar nog steeds bleef de roman zich in zekere zin afwijzend gedragen en kon ik er niet veel meer in zien dan een nogal malle parodie op Nabokovs eigen leven en werk, een groteske autobiografie. En nu is er dan, in de onvolprezen serie Nabokov-romans van De Bezige Bij, een nieuwe vertaling verschenen van Anneke van Huisseling en ineens zie ik wel degelijk wat de aantrekkelijkheid en ook de inzet is van 'Let op Harlekijn', zoals het boek nu vreemd genoeg heet.

De titelveranderingen van beide vertalers zijn niet hun gelukkigste vondsten. 'Harlekinade' is natuurlijk al helemaal een afgeleide titel, die direct de vraag oproept waarom 'Let op de harlekijns!' zo nodig vermeden moest worden. Maar 'Let op de Harlekijn', met hoofdletter, in het enkelvoud en zonder uitroepteken, is al met al een niet veel minder ingrijpende verbastering van het origineel.

In de tekst meent de oudtante van de dan zeer jeugdige hoofdpersoon dat hij niet zo moet zitten dagdromen: “Let op de harlekijns!”, zegt ze, precies de woorden van de titel. Hij vraagt vervolgens: “Welke harlekijns? Waar?', waarop zij antwoordt, geheel in Nabokovs geest: “O, overal. Waar je maar kijkt. Bomen zijn harlekijns, woorden zijn harlekijns. En situaties, en sommen. Voeg twee dingen bij elkaar - grapjes, beelden - en je krijgt een drievoudige harlekijn. Vooruit! Ga spelen! Verzin de wereld! Verzin de werkelijkheid!”

Als dat geen aansporing is om schrijver te worden, weet ik het niet. Daar komt nog bij dat de harlekijn een vlinder is en Nabokov, de lepidopterist, laat op cruciale momenten in zijn romans vrijwel altijd vlinders optreden, quasi in de marge van het gebeuren, maar door hun verschijnen het belang ervan onderstrepend.

In deze roman komt de harlekijnvlinder voor, die door zijn naam natuurlijk ook verwijst naar Arlecchino uit de commedia dell'arte. Deze figuur heeft een LATH, een stok, in zijn hand. Deze verkorte titelaanduiding wordt in vertaling helaas LODH, waardoor deze grap en verwijzing verloren gaat. Maar dat is een ander verhaal; wat de vertaler genoopt heeft af te zien van de letterlijke vertaling van de oorspronkelijke titel, is me niet duidelijk.

De roman is een vindingrijke en op talloze plaatsen ronduit provocerende travestie. Met het leven en werk van Nabokov zelf, met zijn schrijversbiografie dus, zoals men die kent of meent te kennen, wordt een geraffineerd spel gespeeld, de werkelijkheid (ook die van de fictie) wordt op z'n kop gezet of tenminste grondig verdraaid. De hoofdfiguur heet niet voor niets Wadim Wadimowitsj N., wat overigens beslist Vadim Vadimovitsj had moeten zijn, want zo heet hij nu eenmaal in het origineel en wij gaan van Vladimir toch ook niet Wladimir maken? Hij heeft dus een naam die naast die van Nabokov heeft gelegen, zij het dat zijn achternaam beperkt blijft tot de initiaal. Een paar keer in zijn verhaal laat hij zelfs merken dat hij de indruk heeft niet zichzelf te zijn, maar een inferieure variant van iemand anders, die zijn bestaan op z'n geweten heeft. Iemand noemt hem consequent MacNab, een overduidelijke verwijzing naar zijn schepper.

Eigenlijk had dit deel in de reeks verzamelde romans als laatste moeten verschijnen, want het doet voortdurend een beroep op kennis van de voorafgaande romans. De belangrijkste die er, in geïnverteerde vorm, een rol in spelen, zijn trouwens al wel in de reeks verschenen, zoals 'De gave', 'Pnin', 'Lolita', 'Ada' en, bovenal, 'Geheugen, spreek'. Ze dragen hier andere titels, respectievelijk 'De dar', 'Dr. Olga Repnin', 'Een koninkrijk aan de zee', 'Ardis' en 'Zie: Werkelijk'. Dat laatste boek is Nabokovs weergaloos mooie autobiografie, waarin hij zijn jeugdjaren en zijn Berlijnse en Parijse tijd tot zijn vertrek naar Amerika beschrijft.

Geheel volgens het algemene procédé van vervorming van feit en fictie dat 'Let op de Harlekijn' beheerst, zijn al die prachtige herinneringen in hun tegendeel verkeerd. Als Wadim Wadimowitsj gevraagd wordt wat voor jeugd hij heeft gehad, beweert hij bijvoorbeeld: “Mijn ouders zag ik zelden. Ze scheidden en hertrouwden en herscheidden in zo'n razend tempo dat ik, als de beheerders van mijn fortuin minder goed hadden opgelet, uiteindelijk misschien bij opbod was verkocht aan een stel vreemden van Zweedse of Schotse afkomst, met droeve wallen onder de hongerige ogen”.

De nauwgezette aandacht die Nabokovs biograaf Brian Boyd aan 'Let op de Harlekijn' besteedt, kan een hulp betekenen bij de appreciatie van de roman. Hij beschouwt het boek, en ik kan het na zijn overtuigende uiteenzettingen niet meer anders lezen, als een moedwillige omkering van de autobiografie 'Geheugen, spreek'. Alsof Nabokov een soort tegen-leven, een antipode wilde scheppen van degene die hij in zijn autobiografie had beschreven. Met de details uit 'Geheugen, spreek' in het achterhoofd is voor deze visie, die van de antithetische vervorming dus, veel te zeggen.

Op één punt echter, laat Boyd zien, lijken de twee boeken sprekend op elkaar: in beide verschijnt op het eind een zekere 'jij', die toegesproken wordt en in wie we de geliefde van de schrijver/hoofdpersoon herkennen. Aan haar is het boek in feite opgedragen.

De biograaf meent dat Nabokovs vrouw Véra in beide gevallen, ook in de vervormde autobiografie 'Let op de Harlekijn', de geadresseerde is: 'jij' is in beide boeken de grote geliefde en ook wel de Muze van de schrijver/hoofdpersoon. Alleen treedt in 'Let op de Harlekijn' deze verlossende vrouw pas aan het eind van Wadims leven op, hij is dan zeventig en heeft er al drie mislukte huwelijken opzitten. In de werkelijkheid van 'Geheugen, spreek' wordt 'jij' weliswaar pas in het laatste hoofdstuk aangesproken, maar ze deelt dan al lange tijd het leven van Nabokov.

In Boyds visie is 'Let op Harlekijn' in laatste instantie een hommage aan Véra, al kan natuurlijk het ingewikkelde spel met zijn oeuvre niet nieuwsgierig en analytisch genoeg bekeken worden. De roman zit boordevol met verwijzingen, is heerlijk arrogant geschreven, én bevat talloze beelden die even theatraal als raak zijn, zoals: “Ouwe Maurice, Iris en Ivor genoten van een martini in de stalles van een magnifieke zonsondergang”.

Ook een groteske, parodistische autobiografie kan juist door het tegendeel van het echte leven en werk te benadrukken, iets zeggen over Nabokov en zijn oeuvre. 'Let op de Harlekijn' doet dat op een superieure indirecte manier.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden