Review

Verzamelaar Frits Lugt viel levenslang voor Rembrandt

Frits Lugt (1884-1970) moet een gedreven kunstliefhebber zijn geweest. Wie zijn biografie leest, ontdekt een man die zijn lange leven in dienst van de kunst stelde: eerst als lid van een gerenommeerd Amsterdams veilinghuis dat regelmatig topstukken in handen kreeg, later als kunsthandelaar, maar bovenal als collectionneur wiens hart uitging naar die puur Hollandse Gouden Eeuw. De bewijzen van zijn capaciteiten zijn veelzijdig: een trits publicaties, ontstaan na zorgvuldig onderzoekswerk, een rijke kunstverzameling die op aanvraag is te bezichtigen, de medewerking aan een instelling die als een baken van Nederlandse cultuur in Parijs fungeert.

In een tijd dat er over Rembrandt, toen al Nederlands populairste schilder, nog veel misverstanden heersten, nam Lugt het voortouw om de resultaten van zijn onderzoekswerk toegankelijk te maken. Dat deed hij niet alleen op het gebied van prentonderzoek, ook over veilingen heeft hij waardevolle feiten voor het nageslacht vastgelegd. 'Lugt' is nog altijd een naam op kunsthistorisch terrein, een van die bronnen waar menig student zich aan kan laven.

Om die reden is het op zijn minst verwonderlijk te noemen dat het bijna dertig jaar na zijn dood heeft geduurd dat Lugts collectie, althans een op Rembrandt georiënteerde keus, eindelijk eens in Nederland te zien is. Teylers Museum in Haarlem, zelf begiftigd met een belangrijke kunstverzameling van een particulier waarmee het museum internationaal de aandacht trekt, vervult een voortrekkersrol door niet minder dan twintig werken op papier van Rembrandt te tonen, in samenhang met nog zo'n tachtig andere tekeningen, van leerlingen en tijdgenoten. Alles uit de Fondation Custodia, de collectie van Frits Lugt die in Parijs wordt beheerd.

Niet bekend

Aan de kwaliteit en zeker ook aan de kwantiteit kan het niet liggen. Lugt streefde ernaar om toppers binnen te halen. Hij kende ze ook al van eerder, toen hij ze in opdracht van zijn veilinghuis (Frederik Muller in Amsterdam) aan de man moest brengen en hij ze zelf niet mocht aanschaffen. Pas jaren later toen hij zich had losgemaakt van de veilingbesognes kon hij zijn grote liefde voluit botvieren. Wat volgde was het aankopen op bijzonder consciëntieuze wijze, alsof hij niet met eigen geld maar met dat van anderen aankocht. Elke aankoop had zijn eigen argumenten, steeds omschreven in een studie van het bewuste blad.

Wie was deze verzamelaar, die amper 14 jaar oud, naar het Stedelijk Museum in Amsterdam toog? Daar was in 1898 een Rembrandt-expositie georganiseerd, een voor die tijd maar zeker ook naar huidige maatstaven grote tentoonstelling. Maar liefst 124 schilderijen en nog eens 350 tekeningen hingen aan de Paulus Potterstraat te kijk. Of ze allemaal authentiek, dus van Rembrandt waren, vertelt het verhaal niet. En we mogen ervan uitgaan dat er zeker schilderijen bij hebben gezeten die we tegenwoordig niet meer door Rembrandt gemaakt achten. De Rembrandt-kenner Bredius publiceerde in dezelfde tijd een catalogus van alle bekende Rembrandt-schilderijen. Daar staan er ruim 1000 in. In de jaren '90 is dat aantal teruggelopen tot een kleine 300 - een aantal dat schommelt omdat de onderzoekers, verenigd in het Rembrandt Research Project, ook wel eens op hun bevindingen terugkomen.

Lugt had van een dergelijk authenticiteitsstreven geen last. Het is niet bekend of hij ooit een valse tekening heeft gekocht, een blunder heeft gemaakt die elke verzamelaar wel eens overkomt. In de catalogus bij de expositie in Haarlem schrijft Peter Schatborn over de relatie die Lugt met Rembrandt had. Schatborn, hoofd prentenkabinet van het Rijksmuseum in Amsterdam, krijgt in 2001 tot taak om de bestandscatalogus van de tekeningen van Rembrandt en zijn omgeving in de collectie-Lugt samen te stellen. In de expositiecatalogus is hij allerminst van plan om Lugt heilig te verklaren. Schatborn: “Lugts 'Rembrandt-album telde bij zijn dood dertig bladen. Daar zijn inmiddels drie tekeningen uit andere albums bijgekomen, waaronder de tekening naar Titiaan en het blad dat voorheen op Salomon Koninck stond. Daarentegen zitten er zeker vier bladen in waar Lugt zelf niet in geloofde. Zo heeft hij 'de leeuw' als Rembrandt-school gekocht en ook nooit geprobeerd er een Rembrandt van te maken. Wel vond hij hem, als trotse verzamelaar, verreweg de fraaiste van de drie kopieën die ervan in omloop zijn! Vermoedelijk vond hij zijn tekeningen als specimen voldoende, zeker toen hij op de veiling-Wauters in 1926 de prachtige leeuw (Benesch 1211), die zich nu in het Museum Boijmans Van Beuningen bevindt, voor maar liefst 22 000 gulden aan P. Cassirer toegewezen zag.” Zeventig jaar geleden was Rembrandt al goed voor torenhoge veilingprijzen, zo blijkt uit deze aantekening.

Al op zeer jeugdige leeftijd had Lugt de aandrang om zijn liefde voor de oude meester in boekvorm om te zetten. Vijftien jaar oud was hij toen hij aan zijn eerste Rembrandt-studie begon. Uit de catalogus bij de expositie van 1898 haalde hij een lofdicht uit 1660 van Jeremias de Dekker dat natuurlijk in de biografie moest worden opgenomen: 'Gelijk voor puik van Wijn geen krans en hoeft te hangen.... Zoo heeft uw puik-penceel geen vreemde lofgezangen, geen pen-getoi van doen'.

Twee jaar later, in 1901, kreeg hij een aanstelling bij het Amsterdamse veilinghuis Frederik Muller. De ervaringen die hij daar opdeed zouden hem later, toen hij zelf ging verzamelen, goed van pas komen. Hij verwerkte ze in een nieuw boek over Rembrandt dat hem anders dan zijn 'jeugdzonde' bekend zou maken: 'Wandelingen met Rembrandt in en om Amsterdam', dat in 1915 verscheen. Het boek had onmiddellijk succes: twee herdrukken volgden elkaar snel op.

In feite was het boek een vervolg op de jeugdige levensbeschrijving, waarin de jonge Lugt opnieuw het feitenmateriaal en de archiefgegevens voorop stelde. Maar die worden, volgens Schatborn “op een dusdanige levendige wijze gepresenteerd dat de lezer een 'blik in de 17de eeuw' wordt gegund. Typerend voor Lugt is dat hij uitweidingen over de kwaliteiten van de besproken tekeningen en etsen achterwege laat. Het gaat hem om het verhaal, 'bespiegelende gevolgtrekkingen' mag de lezer zelf maken.”

Lugts verzamelwoede nam, nadat hij bij het veilinghuis weg was gegaan, een enorme vlucht. Binnen twee jaar had hij het fundament gelegd voor wat later de Fondation Custodia zou worden. Onder de vele tientallen bladen zaten werken van Gerbrand van den Eeckhout (gekocht op de eerste veiling in 1917 waar hij onder het publiek zat) en Samuel van Hoogstraten.

Nog eens twee jaar later kon hij de belangrijkste ontwikkelingen uit de Nederlandse 17de eeuw laten zien, aan de hand van de aankoop van maar liefst 45 bladen. Daar zaten heel wat beroemde namen bij, als Avercamp, Goltzius, Van Goyen en Potter. Voor het destijds geringe bedrag van 175 gulden kocht Lugt een tekening van Rubens, voor 250 gulden een landschap van Rembrandt.

Behalve tekeningen van Rembrandt slaagde Lugt er in 1919 ook in om twee brieven van de schilder aan de hofsecretaris Constantijn Huygens te bemachtigen. Deze brieven waren toen ook al uiterst zeldzaam: er zijn er niet meer dan zeven bekend. De prijs was er dan ook naar. Lugt moest voor het tweetal epistels 3563 gulden betalen, waarbij nog eens 240 gulden commissie kwam. Beduidend meer dan de tekeningen moesten kosten. Voor de fraaie voorstelling van 'Saskia in bed' van Rembrandt betaalde Lugt in de tijd dat hij de brieven verwierf, een kleine 2100 gulden.

De meeste andere tekeningen waren minder duur. Een kleine meester als Abraham Rutgers (1632-1699), een koopman en niet-professioneel tekenaar die in de omgeving van Rembrandt wordt gesitueerd, bracht zo'n veertig gulden op. Het vijfvoudige werd betaald voor Jan Lievens of Jacob van Ruisdael, namen die destijds ook al erg in trek waren.

Maar Rembrandt sloeg ook toen al alles. Vlak voor de eeuwwende betaalde Lugt voor de bekende tekening 'Vrouw aan het raam' 5 200 gulden en voor 'Boerderij met hooiberg' 3 200 gulden. Het zou hem duur opbreken, want hij kwam snel in financiële problemen en was gedwongen delen van zijn verzameling weer te verkopen. Bij Sotheby's leverde een voorstudie voor De Staalmeesters maar liefst 33 515 gulden op. De tekening is voor Nederland behouden gebleven, ze zit nu in de collectie van Boijmans in Rotterdam.

De absolute top in dure aankopen bereikte Lugt in 1929, toen hij voor iets minder dan een ton (98 500 gulden) een portret van een begijn door Albrecht Dürer aanschafte. Ook die aankoop ging niet vanzelf. Lugt verkocht de Saskia en twee landschappen en moest de inmiddels weer opnieuw aangekochte Staalmeester van de hand doen.

Opvallend zijn ook zijn ruiltransacties met buitenlandse musea geweest. Zo stelde hij het Kupferstich-Kabinett in Dresden in het bezit van een tekening van Rembrandt en een blad van een kunstenaar uit de omgeving van Leonardo da Vinci. Daarvoor kreeg hij zelf twee prenten van Hercules Seghers terug. Ze zitten tegenwoordig niet meer in de collectie, Lugt heeft ze in het begin van de oorlog in Amerika doorverkocht.

Behalve met musea en kunsthandelaren deed Lugt ook zaken met particuliere verzamelaars. Zo kwam hij door de Engelse schilder James Kerr-Lawson in bezit van een landschap van Philips Koninck (2050 gulden) en een fraaie Guercino voor minder dan 100 gulden. Een Rembrandt, voorstellende de 'genezing van de schoonmoeder van Petrus' kocht hij van de Duitse impressionist Max Liebermann die in de zomertijd vaak naar Nederland kwam.

Het lag in de lijn der verwachting dat Lugt en zijn vrouw juist in Parijs hun collectie in een nieuw museum of expositieruimte wilden tonen. In de Franse hoofdstad werden zijn inzichten op het gebied van de 17de-eeuwse tekenkunst hogelijk op prijs gesteld. Voor verschillende instanties, het Louvre, de Bibliothèque Nationale, de collectie Dutuit in het Petit Palais en de kunstacademie vervaardigde hij catalogi of beschreef de Noord- en ZuidNederlandse tekeningen uit hun verzamelingen.

De expositieruimte is er nooit van gekomen. Pas in '57, nadat hij aan de wieg van het Institut Néerlandais had gestaan, liet hij, kort na de opening van deze culturele instelling, daar zijn collectie tekeningen en etsen van Rembrandt zien. Het Institut Néerlandais is niet het museum van de collectie-Lugt geworden. Hoewel de Fondation Custodia bestuurlijk en strategisch invloed heeft op het instituut heeft, is de Staat der Nederlanden verantwoordelijk voor het organisatie-beleid. De cursussen, debatten, lezingen en tentoonstellingen vallen buiten de verantwoordelijkheid van de stichting. Wie de collectie-Lugt wil zien, krijgt op aanvraag toegang tot een gesloten huis dat onderdeel vormt van het complex waarin het Institut is ondergebracht. Er zijn van tijd tot tijd rondleidingen door het woonhuis annex kantoor, maar verder worden alleen gerichte vragen gehonoreerd. De erfenis van Frits Lugt blijft daarmee een particuliere aangelegenheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden