Review

Verweer tegen de platte tijdgeest

Bepalen de media wat wij denken? Vervuilt clichématig en routineus taalgebruik onze ervaringen? Zulke vragen stelt de Vlaming Joris Note in zijn fascinerende nieuwe boek.

D e boeken van de Vlaamse schrijver Joris Note – twee romans en twee verhalenbundels – zijn wel opgemerkt en besproken, maar toch nauwelijks tot een wat groter, in literatuur geïnteresseerd publiek doorgedrongen. Zijn vorige roman ’Timmerwerk’ kreeg enige aandacht in het nominatiecircuit en werd zelfs met de Literaire prijs van de provincie Antwerpen bekroond. Maar een run op deze, in mijn ogen monumentale roman, heeft het toch niet tot gevolg gehad. Note is in de hoek terechtgekomen van het ’moeilijke’ boek: als lekker leesvoer kan het niet dienen.

Precies tegen deze gemakzucht en platheid richt zich zijn nieuwste roman, met de geweldige titel ’Hoe ik mijn horloge stuksloeg’. Ik kan me geen passage uit het boek herinneren, waarin iemand zijn horloge stukslaat, dus lijkt het me voor de hand liggend dat de titel de lading van de roman dekt. De tijd, eerder nog de tijdgeest, de mode, de clichés, alles waaraan we ongewild en meestal onbewust onderhevig zijn en aan gehoorzamen, daar gaat Note op in.

De drift tot vertellen en tegelijk beweren, deed me aan Louis Paul Boon denken, een schrijver die ook wat het experimentele karakter van Note’s roman betreft, wel op de achtergrond meespeelt. Collages zoals Boon die als actuele onderstroom in zijn roman ’Menuet’ uit krantenkoppen maakte, zie je hier terug, al moet gezegd dat Note ze opneemt in een groter verband. Hij wil weten in welke wereld hij leeft en hoe de voorstelling van die wereld wordt bepaald door de media, de herinnering, de verbeelding en, in laatste instantie, de taal.

,,In het tv-journaal is gerechtelijk nieuws een uitzinnig grote plaats gaan innemen; de misdrijven en hun bestraffing, de hopeloze klachten. Een jonge jongen heeft zijn vriend vermoord voor wat cd’s, een man heeft zijn vrouw en zijn kinderen omgebracht en zelfmoord gepleegd, een gevaarlijke gevangene is ontsnapt, een chauffeur heeft een meisje doodgereden en is doorgereden, in een vuilnisbak werd een baby gevonden, gisteren, en vandaag alweer eentje, een bejaardenhelper heeft een terminaal zieke oude vrouw omgebracht: dat hoort nu allemaal bij de ’hoofdpunten’, de ’blikvangers’ van de dag”.

Tegenover deze bijna routineuze en daarom niet meer echt beleefde wereld, wil de hoofdpersoon van deze roman zijn eigen ervaring stellen. Hij doet dat noodzakelijk met gebruikmaking van de taal, waardoor hij in conflict raakt met de wijze waarop er voortdurend van die taal gebruik wordt gemaakt.

Het gaat te ver om deze roman uitsluitend een literaire vorm van taalkritiek te noemen, maar een belangrijk element is het zeker. Het andere, minstens zo belangrijke element, is het vertellen zelf, dat wil zeggen: het gebruikmaken van de taal om verhalen over te dragen.

Note sluit aan bij allerhande vertellingen, bij de Bijbelse, de mythologische, de volkse, en hij voegt er zijn stilistisch fenomenaal vormgegeven eigen geschiedenissen aan toe. Die andere trouwens, vervormt hij ook op een originele, en daardoor ogenblikkelijk treffende manier. De roman is een soort ’Decamerone’ van Boccaccio: een opeenstapeling van verhalen, die allemaal draaien om drie scharnieren, te weten het kwaad, de taal en de kunst. Een voorbeeld van het verhalende:

,,Er waren twee broers. De jongere broer woonde bij de oudere broer, hij kookte, hij maakte kleren voor hem. Hij weidde het vee, het vee gedijde, hij oogstte, hij bracht ’s avonds melk, hij bracht de vruchten van het veld. Hij sliep ’s nachts in de stal. De twee broers gingen samen werken, ze verheugden zich in elkaar. Ze hadden eens zaad tekort, de oudere broer zei: Ga zaad halen. De jongere broer ging naar huis, hij ging naar de schuur, hij laadde gerst, hij laadde emerkoren op zijn schouders. De vrouw van zijn broer zei: Wat ben je sterk. Zij wilde hem kennen zoals een vrouw een man kent, ze zei: Kom bij me liggen.’’

Het verhaal is nu op de helft, en de spanning zit er goed in. Note is een meester in het vertellen: hij beheerst de vertragende, detaillerende én de versnellende, afrondende manier.

Misschien komt het door zijn rijkelijk door het boek gestrooide beschouwingen over het verleden, de politiek, de moraal, de godsdienst, de allochtonen, de joden, dat zijn vertelkracht wordt onderschat. Maar ook op al die verschillende gebieden heeft hij ontzaglijk veel te zeggen en vooral te overwegen, en is hij naar mijn mening de meest weldenkende schrijver in het Nederlands.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden