Nicolas Mansfield: ‘Mijn hoofd, mijn hart en mijn onderbuik zeiden alle drie hetzelfde. Tijd om te gaan.’

interviewOpera

Vertrekkend Reisopera-directeur Nicolas Mansfield: ‘Cultuurmakers moeten strijders zijn’

Nicolas Mansfield: ‘Mijn hoofd, mijn hart en mijn onderbuik zeiden alle drie hetzelfde. Tijd om te gaan.’Beeld Bram Petraeus

Nicolas Mansfield stopt als directeur van de Nederlandse Reisopera. Na een desastreuze subsidiestop in 2012 vond hij het gezelschap opnieuw uit, en na een zware hersenbloeding vorig jaar ook zichzelf. ‘Het is tijd voor anderen, voor een frisse blik.’

De dokters hebben hem volledig genezen verklaard. Na een zware hersenbloeding in de zomer van 2019 en een al even ­ingrijpende epileptische aanval een half jaar later heeft Nicolas Mansfield de revalidatie erop zitten, en de weg terug gevonden. Gezond van lijf en leden nam de artistiek leider van de Nederlandse Reisopera het besluit om bij het gezelschap te vertrekken. Na twintig jaar, waarvan zeven als directeur.

Het was Mansfield die de Reisopera uit het slop haalde toen Halbe Zijlstra (staats­secretaris van cultuur in het eerste kabinet van Rutte) de rijkssubsidie grotendeels stopzette. Van een volwaardig, reizend operagezelschap met eigen kostuum- en decor­ateliers en een eigen koor bleef in 2012 slechts een productiekern over. Met 60 procent minder geld begon Mansfield als opvolger van Guus Mostart aan de heropbouw. “Ik heb de Reisopera toen opnieuw uitgevonden”, zegt hij. “En het afgelopen jaar ook mezelf”, komt er monter achteraan. “Nu we midden in deze pandemie zitten vond ik het niet meer reëel om het gezelschap nóg een keer door een crisis heen te slepen. Het is tijd voor anderen, voor een frisse blik. Twintig jaar is trouwens sowieso genoeg, ook als er geen coronacrisis is.”

Tijd om te gaan

Mansfields plotse vertrek wekte verbazing. ‘In goed overleg met de raad van toezicht is besloten om de samenwerking te ­beëindigen’, meldt het persbericht. Her en der deed het gerucht de ronde dat een en ­ander niet in pais en vree gegaan zou zijn, maar Mansfield bezweert van wel.

“Ik moest van hen niet weg, en van mezelf ook niet per se. Maar mijn hoofd, mijn hart en mijn onderbuik zeiden alle drie hetzelfde. Tijd om te gaan. De raad van toezicht was heel begripvol, maar er is niet geprobeerd me over te halen om te blijven. In mijn afwezigheid heb ik veel gewandeld, veel gelezen en veel geschreven. Ik heb mijn hersenen weer in werking gezet. En de uiteindelijke conclusie was dat ik moest gaan. Het is goed zo. 

Nicolas Mansfield: ‘Een taxichauffeur gaat in zijn vrije tijd immers ook geen rondjes rijden’.Beeld Bram Petraeus

“Tijdens mijn lange afwezigheid het afgelopen jaar veranderde mijn werkomgeving. Mensen bloeiden op in hun respectievelijke rollen. Ik wilde ruimte geven en niet in de weg lopen. Mijn grootste prioriteit is gelukkig zijn. Bij de Reisopera ben ik dat ­absoluut geweest, maar we zijn nu in een andere tijd aangekomen. Ik heb hard gewerkt. Te hard. Daarom is het met mijn gezondheid en mijn bloeddruk niet goed gegaan. Ik was steeds maar de operadirecteur die geen blad voor de mond nam, en werd daarom vaak uitgenodigd om mijn zegje te komen doen. Dan stond ik weer om zes uur in de ochtend op om naar Hilversum te reizen, waar ik op Radio 1 twee keer de naam Nederlandse Reisopera kon laten vallen. Naamsbekendheid bevorderen, zo veel mogelijk mensen laten weten wie we waren. Nee, dat is iets anders dan marketing. Cultuurmakers moeten strijders zijn, warriors.

“Ik heb de Reisopera gered, dat kun je wel zeggen ja. Ik vond het heerlijk om me erin vast te bijten, en ik genoot van de politieke kant ervan. In de contacten met de verschillende overheden heb ik veel geïnvesteerd, en ik vond het boeiend. De provincie Overijssel en de gemeente Enschede gunden ons wat. Als je geen goede relaties met hen hebt, dan lukt dat niet. Ook in het contact met woordvoerders in de Tweede Kamer kon ik veel plezier hebben, vooral als ze het niet met me eens waren.”

Risico’s nemen

Na de dramatische subsidiestop opende Mansfield het nieuwe seizoen in 2013 met Wagners ‘Tristan und Isolde’. Voor zo’n gedecimeerd gezelschap als de Reisopera was dat een mammoetproductie. Velen dachten dat Mansfield gek was geworden, maar het lef betaalde zich uit. De keuze voor juist ­deze titel – niet geheel toevallig het werk dat Mansfield deed besluiten voor een leven in de opera te kiezen – werd gezien als een statement. In een interview uit dat jaar zei hij: “Het grootste risico is dat je geen enkel risico neemt”.

“De stemming bij de Reisopera na het dichtdraaien van de geldkraan laat zich natuurlijk raden. Heel veel mensen verloren niet alleen hun baan, maar ook hun passie. Ikzelf zag wel wat in de uitdaging om ondanks alles door te gaan, en ik wist dat het mogelijk was. Vrij snel kreeg ik mensen achter me. Belangrijk is uiteindelijk niet wie we zijn, maar wat we maken. Dat was het idee. De Titanic was een prachtig schip, maar verging toch. Wij kwamen weer bovendrijven door dat wat we maakten. Ik maak trouwens geen opera’s, dat hebben anderen al gedaan. Ik maak producties en stel seizoenen samen. Verbindingen tot stand brengen tussen musici, zangers, regisseurs, decor- en kostuumontwerpers, technici, dirigenten, en er dan achter komen dat het werkt, dat de chemie er is. Dat is zo mooi.

“Ik heb geluk gehad dat ik heel afwisselend kon programmeren. Van klassiekers als ‘La traviata’, ‘Madama Butterfly’ en ‘Tosca’ naar de Stephen Sondheim-musicals ‘Sweeney Todd’ en ‘A Little Night Music’. Bekende barokopera’s als ‘Orfeo’ van Monteverdi afwisselen met de totaal onbekende ‘Siroe’ van Hasse. En dan ‘Die tote Stadt’ van Korngold. Dat was ook zo’n titel die eigenlijk niet kon, net zoals Wagners Tristan und Isolde waarmee ik hier begon. Maar ook voor deze titel gold dat het onmogelijke toch mogelijk bleek. We zijn de Reisopera, en reizen dus met producties door het land. Hoe groot is nou de kans dat er een productie van Die tote Stadt in jouw stad langskomt? Misschien maar één keer in je leven, en het kan zomaar je leven veranderen.”

Niet loslaten, anders vasthouden

Over zijn eigen toekomst kan of wil Mansfield nog niet al te veel zeggen. Hij gelooft niet in loslaten, wel in anders vasthouden. Zijn belangstelling voor de Reisopera zal blijven bestaan, op afstand. Als hij op premières wordt uitgenodigd, zal hij erheen gaan. Is hij in die twintig jaar een ander mens geworden?

“Ik hoop dat ik een bijdrage heb geleverd aan het culturele landschap in Nederland. Het was werkelijk een grote eer, maar ik geloof niet in mijn eigen mythe. Je moet bereid zijn om te vallen, en daarna weer op te staan. Na mijn eigen val vorig jaar ben ik de schoonheid van het leven meer gaan zien. Een cliché ja, maar het is zo. Ik raakte ontroerd door de muziek van Coplands ‘Appalachian Spring’, luisterde er veel naar en ervoer weidsheid. Het straalt eenvoud en vrijheid uit. We horen vaak wel, maar luisteren niet echt. We raken iets of iemand aan, maar voelen niet echt. Ik heb dit afgelopen jaar niet veel naar operamuziek geluisterd. Een taxichauffeur gaat in zijn vrije tijd ­immers ook geen rondjes rijden.”

En de toekomst van de Reisopera dan? “De cultuursector zal zich binnenstebuiten moeten keren. Terug naar het oude kan voorlopig niet. De coronabeperkingen maken een terugkeer naar de grootsheid van onze kunstvorm op korte termijn onmogelijk. De minister heeft echt haar best gedaan, maar daar redden we het niet mee. Je bent directeur van een theater en dat brandt in één nacht helemaal af. En toch wil je meteen door. Ik heb daar best ideeën over, maar hier ligt een schone taak voor een volgende directeur. Dat wil ik in Enschede niet meer aangaan.”

Wie is Nicolas Mansfield?

De Brit Nicolas Mansfield (1966, Reigate), zoon van een jazz-zanger en een contrabassist, studeerde musicologie en theologie aan de Universiteit van Sheffield. Hij kwam in 1989 naar Nederland waar hij als ­tenor werd aangenomen in het Groot Omroepkoor. Al snel dirigeerde hij zelf verschillende ­koren en doceerde hij stemvorming en zangonderwijs aan ­diverse conservatoria.

In 2000 werd hij koordirigent van de Nederlandse Reisopera in Enschede en vier jaar later de artistieke rechterhand van Guus Mostart, toenmalig intendant van het gezelschap. Sinds 2003 leidt hij de ‘Meezing ­Messiah’, een jaarlijkse happening in het Amsterdamse theater Carré. In januari 2013 volgde hij Guus Mostart op als ­directeur van de Reisopera. Vanwege zijn onbegrip voor de brexit liet hij zich naturaliseren tot Nederlander.

Lees ook:

Waarom Nicolas Mansfield ervan overtuigd was dat hij op zijn 42ste zou sterven

Als kind had ik een droom over de dood, die mij 33 jaar heeft achtervolgd. Ik was 9 en in mijn slaap zag ik een oude man met een kruiwagen. Aan die droom koppelde ik de gedachte dat hij mij zou komen halen als ik 42 was. 

‘Opera is de meest relevante kunstvorm’

Voor de Nationale Reisopera is er na de desastreuze subsidiekorting veel veranderd. Maar de nieuwe directeur Nicolas Mansfield is er de man niet naar om terugtrekkende bewegingen te maken. Wagners ‘Tristan und Isolde’ is de eerste grote productie van het ‘nieuwe’ gezelschap. Een statement. ‘Het grootste risico is dat je geen enkel risico neemt.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden