Review

Verstopt achter drie Tachtigers

Martha, Betsy en Kitty van Vloten hadden geluk: hun ouders gunden hen net zoveel vrijheid als een jongen zou krijgen. Ze mochten leren, alleen reizen, tekenen, musiceren. Maar toen Frederik van Eeden, Albert Verwey en Willem Witsen, aangetrokken door de ongedwongen familie, de zusjes huwden, bleken de mannen - hun erotische en artistieke ambities - tóch weer voor te gaan.

Monica Soeting

Elf kinderen kreeg de Britse Hannah Macdonald met haar man George, een predikant in dienst van de Methodisten. Van hun zes dochters trouwden er twee met beroemde schilders, één met een belangrijke politicus en één met een bekende kunstenaar. Ze werden de vrouwen van respectievelijk Edward Burne-Jones, Edward Poyner, Alfred Baldwin en Lockwood Kipling, en moeders van Sydney Baldwin en Rudyard Kipling. Zoiets vraagt om een verklaring.

Volgens Judith Flanders, die een groepsbiografie van de Macdonald- zussen schreef, waren er een paar elementen in het spel. De oudste broer van de zusters was lid van een artistieke kring, waartoe ook de genoemde mannen hoorden. Die kwamen graag bij de Macdonalds over de vloer – daar heerste een liberale sfeer en de meisjes Macdonald waren niet alleen mooi, maar ook intelligent, kunstzinnig en zorgzaam. Treurig genoeg hingen de zussen, eenmaal getrouwd, hun talenten aan de wilgen en bekommerden zich bijna alleen nog om het welzijn van hun echtgenoten en kinderen.

Cornelie van Uuden en Pieter Stokvis vertellen in ’De gezusters van Vloten’ een zelfde soort verhaal over Martha, Betsy en Kitty van Vloten, Nederlandse tijdgenoten van de gezusters Macdonald. De opvoeding van de meisjes, geboren in respectievelijk 1857, 1862 en 1867, kende weinig restricties. Alle kinderen Van Vloten, dus niet alleen de jongens, kregen zoveel mogelijk vrijheid, letterlijk en figuurlijk. Henriette Roland-Holst herinnerde zich nog als oudere vrouw hoe de meisjes Van Vloten in de zomervakanties met wapperende haren en flapperende rokken door de duinen renden, terwijl zij zelf stijf naast haar gouvernante over de paden moest wandelden.

Vader en moeder Van Vloten waren vrijdenkers en vonden dat mannen en vrouwen over gelijke geestelijke vermogens beschikten. Hun dochters gingen daarom net als hun broers naar de hbs, zij het naar de meisjes-hbs, die in 1863 was opgericht. Ze rondden hun opleidingen af met lange verblijven in Frankrijk, Zwitserland en Engeland, en maakten zonder mannelijke begeleiders lange reizen door Scandinavië. Ze waren muzikaal, ze tekenden en schreven, en spraken ieder minstens vier talen vloeiend.

Het ongedwongen, artistieke en intellectuele gezin trok studenten en jonge kunstenaars aan, zoals Frederik van Eeden, die op zijn beurt zijn vrienden bij de Van Vlotens introduceerde. In 1886 trouwde Martha met Frederik. Kitty trad vier jaar later met Albert Verwey, Frederiks mede-redacteur bij De Nieuwe Gids, in het huwelijk, en in 1893 huwde Betsy de schilder Willem Witsen.

Gelukkig in het huwelijk werd alleen Kitty. Frederik en Martha scheidden nadat hij al haar geld had gestoken in zijn kunstenaarskolonie in het Gooi en met zijn tweede vriendin was gaan samenwonen. In de biografie komt hij naar voren als een hypocriete ijdeltuit die niets liever wilde dan simultaan door zoveel mogelijk vrouwen te worden aanbeden.

Willem en Betsy maakten elkaar zo ongelukkig dat zij na een paar jaar uit elkaar gingen. Ook hier speelde schijnheiligheid een rol: Willem verzweeg voor Betsy zijn langjarige verhouding met een Engelse vriendin.

Meer harmonie bestond er in het huwelijk van Kitty en Albert Verwey. Toch waren roem en eer alleen voor hem weggelegd. Een symptoom van hun tijd of toeval?

Een mengsel van het een en het ander, blijkt uit het boek Van Uuden en Stokvis, net als uit de biografie van de zusters Macdonald. Aan de ene kant waren de drie Tachtigers conservatiever dan hun schoonvader Johannes van Vloten, die in 1867 werd ontslagen als hoogleraar aan het Deventer Atheneum omdat hij ongezouten kritiek had geleverd op de hypocrisie van zijn mannelijke collega’s en tijdgenoten.

Aan de andere kant kun je de drie mannen niet over één kam scheren. Ook hun verhoudingen onderling waren ingewikkeld. Van Eeden zorgde ervoor dat Verwey vlak voor zijn huwelijk met Kitty van Vloten uit de redactie van De Nieuwe Gids werd gezet, waardoor Verwey zijn basisinkomen verloor.

Misschien, opperen Van Uuden en Stokvis, zette Van Eeden zijn toekomstige zwager een hak omdat die uit een lager milieu kwam dan hijzelf, of misschien had Van Eeden, die als jonge man danig met zijn seksuele gevoelens in de knoop lag, zich geërgerd aan de vrije omgang tussen Kitty en Albert.

Een goede groepsbiografie laat zien dat mensen altijd deel uitmaken van een netwerk van familie, vrienden en kennissen en daardoor altijd ook beïnvloed worden, maar ook dat de grenzen van een groep altijd verschuiven – we maken immers altijd deel uit van verschillende groepen. ’De gezusters Van Vloten’ doet je beseffen dat wat wij als een hechte en homogene groep kunstenaars zien – de Tachtigers – dat niet per se was. En zelfs bij de zussen, die uit zo’n hecht gezin kwamen, werden in de loop van de jaren de verschillen belangrijker dan de overeenkomsten.

Dat neemt niet weg dat Martha, Betsy en Kitty van Vloten als echtgenotes altijd als ’minder’ dan hun mannen zijn beschouwd – minder getalenteerd en minder belangrijk. De gezusters MacDonald ondergingen hetzelfde lot. Dat was echter niet alleen de schuld van hun mannen. Ook onze manier van denken en uitdrukken is daar debet aan, want nog steeds praten wij over mannen anders dan over vrouwen. Mannelijke kunstenaars worden veel vaker tot een ’groep’ gerekend dan vrouwelijke, waardoor ze een hogere status krijgen.

Maar waarom zouden we de gezusters Van Vloten niet ook rekenen tot een groep die verder gaat dan hun relatie- en familiebanden? Ze passen moeiteloos in de negentiende-eeuwse groep van de ’New Women’, die een zelfstandig en onafhankelijk leven nastreefden. Eenmaal gescheiden lukte het Martha en Betsy immers in hun eigen onderhoud en dat van hun kinderen te voorzien, terwijl Kitty een evenwichtige relatie met Albert onderhield.

Helaas hebben Van Uuden en Stokvis deze kans links laten liggen. Ook al geven ze ongezouten kritiek op de manier waarop Van Eeden, Witsen en Verwey de talenten van hun vrouwen negeerden en kleineerden, ze lijken de gangbare mening over de positie van getrouwde vrouwen te onderschrijven. ’De vrouwen achter Frederik van Eeden, Willem Witsen en Albert Verwey’ luidt de ondertitel van hun boek, waarmee ze – ongewild, mag je hopen –- de zussen stevig op een ondergeschikte plaats terugzetten.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden