Opinie

Versneden monologen verzwakken elkaar

’lt. Gustl - mej. Else’ van Arthur Schnitzler door ’t Barre Land. Bewerking/spel: Margijn Bosch, Vincent van den Berg. Tournee t/m 26-4. Inl.: 030-2316142 of www.barreland.nl

Zo op het oog ligt het voor de hand om twee monologen van Arthur Schnitzler (1862-1931) over jonge mensen op een verwarrend moment in hun leven te combineren. In beide gevallen gaat het om een kwestie, die de ik-figuren tot een dermate nerveuze overdrijving opzweept, dat zelfmoord de enige uitweg lijkt. Aardig is bovendien dat het in het ene geval om een jongeling gaat, een officier, en in het andere om een meisje van eveneens goede komaf. Dat kan boeiend, mogelijk zelfs confronterend vergelijkingsmateriaal opleveren, mede in het licht van het psychologische inzicht waar Schnitzler om geroemd wordt.

In ’Leutnant Gustl’ (1900) haalt Schnitzler met satanisch plezier de militaire erecodes over de hekel, in de novelle ’Früulein Else’ (1924) legt hij de vinger op de dubbele seksuele moraal. Het zijn bijwijlen ontluisterende kijkjes op het contrast tussen gedrag en gemoed, tussen uiterlijk vertoon en innerlijke roerselen. Ze tonen hoe taboes ontstaan en onmetelijke proporties aannemen.

Inhoudelijk verschillen de monologen echter nogal. Niet alleen zit er een kwart eeuw tussen, wat iets zegt over Schnitzlers eigen literaire vorming, maar ook de intentie is anders. ’Gustl’ beperkt zich tot het militaire wereldje, ’Else’ richt zich op de gehele gegoede burgerij.

En dan nog. Dat iemand zich na een in zijn oor gefluisterd ’snotneus’ zo beledigd voelt dat hij zijn militaire eer slechts via zelfmoord denkt te kunnen redden, is wel heel andere koek dan het dilemma van een jong meisje dat door haar eigen moeder gevraagd wordt – tussen de regels van een expressebrief door (!) – zich te verkopen aan een vermogende kennis om het bankroet van haar vader te voorkomen. Het eerste is dan ook geschreven als een karikatuur, het tweede als een geraffineerd psychologisch portret.

Zoiets rijmt niet en dat wreekt zich al heel snel in de voorstelling, waarin Vincent van den Berg en Margijn Bosch de monologen zelfs door elkaar hebben gesneden en bijwijlen acteren alsof zij elkaars tegenspeler, of liever medespeler zijn in een gezamenlijk adolescentendrama.’Gustl’ is komisch, ’Else’ is veel diepzinniger. Die schakelt met een suggestieve behendigheid tussen angst en koketterie, kinderlijke uitbundigheid en hysterie. In plaats van naar een climax toe te werken worden zulke nuances in deze opzet tenietgedaan door de gedurige afwisseling met de, in vergelijking, almaar rechtlijniger gedachtenspinsels van de luitenant. Een staaltje van topacteren zit er aldus evenmin in. Zo zwakken de monologen elkaar af in plaats van de bedoelde meerwaarde te bieden. Het dramaturgisch vaak zo gedegen ’t Barre Land is hier wat ondoordacht ingedoken met een nogal kritiekloze en te uitvoerige bewerking van bijna drie uur. Dat de scriptboeken onderwijl klaarliggen en worden doorgebladerd, mag voor de spelers zelf functioneel zijn ter ondersteuning van de in het hoofd te krijgen lappen tekst, in dramatische of theatrale zin is het dat niet. De zogenaamd achteloze aanpak verwordt van lieverlee in al te gekunsteld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden