Recensie

Verrassende landschappen van de vogel- en kattenschilder

'Nomaden' (1952) van Corneille. Beeld Natacha en Dimitri Beverloo - Pictoright Amsterdam 2018.

Het beeld van de kunstenaar Corneille is vooral bepaald door zijn commerciële succes met bedrukte koffiemokken en dekbedhoezen. Een tentoonstelling in Schiedam laat een andere kant van hem zien.  

In welk huishouden kom je ze niet tegen? Koffiemokken en schalen bedrukt met een ‘echte Corneille’. Of anders wel een sjaal, wijnetiket, pen of dekbedhoes met een afbeelding van zo’n felgekleurde vogel, vis, kat of wulpse vrouwenfiguur in de wat kinderlijke stijl die zo karakteristiek is voor deze kunstenaar. Een eindeloze reeks voorwerpen liet de kunstschilder vanaf de jaren tachtig ­decoreren met de motieven en figuren die veelvuldig opduiken op zijn schilderijen. Vooral vogels, niet voor niets ­hadden zijn ouders hem Corneille – het Franse woord voor kraai – genoemd. Mateloos populair werd hij ermee bij het grote publiek. Die stroom aan Corneille-producten heeft in belangrijke mate bijgedragen aan het beeld dat nu in brede kring bestaat van het werk van Corneille Guillaume Beverloo (1922-2010), zoals hij voluit heette.  

Burgerlijke kunst

Het is knap dat een kunstenaar zijn werk zo commercieel kan uitbaten. Maar het heeft hem ook veel misprijzende reacties opgeleverd uit de ­kunstwereld, wat de kunstenaar zelf ­altijd ­afdeed als ‘typisch Nederlandse kleinzieligheid’. In Frankrijk, waar hij de laatste vijftig jaar van zijn leven woonde en werkte, werd hij naar eigen zeggen nooit aangevallen op zijn ­toegepaste kunst. De keerzijde van zijn ­commerciële succes is dat het ook het beeld heeft vertroebeld wie Corneille werkelijk was.

Dat hij een kunstenaar is met ­meerdere gezichten – en niet ­alleen de vogel- en kattenschilder die we kennen van de koekblikken – laten gastcuratoren Maarten Bertheux en Brenda Zwart nu zien in het Stedelijk Museum Schiedam. Op de tentoonstelling ‘Corneille, zijn wereld’ zoomen ze in op de in hun ogen veel interessantere eerste 25 jaren van zijn kunstenaarschap, pakweg de periode 1945 tot 1970. Ook laten ze zien wie zijn inspiratiebronnen waren en geven ze een inkijkje in zijn reizen naar onder meer Afrika.   

'Het vrolijke ritme van de stad' (1949), Corneille Beeld Natacha en Dimitri Beverloo - Pictoright Amsterdam 2018

Aanleiding voor deze expositie is dat zeventig jaar geleden de Cobra-beweging het licht zag. Corneille behoorde met onder meer Karel Appel, Constant Nieuwenhuys en Asger Jorn tot de oprichters van deze rebelse club met kunstenaars uit ­Kopenhagen, Brussel en Amsterdam. Ze wilden afrekenen met de in hun ogen burgerlijke kunst van die tijd en kunst maken die rechtstreeks uit het hart komt en niet uit het hoofd. Ze ­lieten zich inspireren, niet ­alleen door ­tekeningen van kinderen en ­geesteszieken, maar ook door niet-westerse motieven, Afrikaanse maskers en beelden. Of zoals Corneille het ­omschreef: ‘Een kind tekent zoals een vogel fluit. Dat wilden wij ook.’  

Vogelvluchtperspectief

Bovenal wilde hij in zijn schilderijen de vrolijke en blije kant van het leven ­laten zien. “Ik ben een schilder van ­geluk, niet van ongeluk”, is een ­bekende uitspraak van hem. Dat had ook met de oorlog te maken. Na alle honger en ellende – hij woog nog maar 40 kilo bij de bevrijding – wilde Corneille het leven weer oppakken. En daarom gingen hij en ook Appel katten en ­vogels schilderen. “Die waren opgegeten in de oorlog. Waarschijnlijk zijn we daarom die beesten gaan schilderen, omdat je ze niet meer zag op straat.” Wat meteen opvalt, is hoeveel losser en vrijer geschilderd zijn dieren uit de ­Cobra-tijd zijn in vergelijking met de decoratieve en gestileerde beesten uit zijn latere, commerciële periode. 

De kiem voor deze spontane ­‘kinderlijke’ stijl van schilderen was bij Corneille al eerder gelegd in Boedapest, waar hij in 1947 in aanraking kwam met experimentele kunstenaars als Paul Klee, die toen al bezig was met Afrikaanse kunst. Terug in Nederland richtte hij met onder meer Appel ook zo’n experimentele kunstenaarsgroep op, de voorloper van Cobra. Lang zou de beweging niet bestaan, ook al is die van grote invloed geweest; in 1951 gingen de Cobra-kunstenaars hun eigen weg. Corneille reisde veel in de jaren vijftig en zestig, onder meer dwars door Afrika. 

De woestijn

Zijn ervaringen daar inspireerden hem tot misschien wel zijn allerbeste werken: abstracte landschappen. Want de nog herkenbare vogel- en mensfiguren uit zijn Cobra-jaren maakten plaats voor steeds abstractere composities. Al zie je daarin nog wel zijn inspiratiebronnen, zoals de woestijn, “het meest dode en tevens boeiendste landschap dat ik ken”.

'Het vertrek van de vogel' (1966), Corneille Beeld Natacha en Dimitri Beverloo - Pictoright Amsterdam 2018

Als een van de weinige Cobra-kunstenaars ging hij landschappen schilderen, steeds vanuit vogelvluchtperspectief. De indrukken van een reis naar het Hoggar-gebergte in Algerije zien we ­terug in okerkleurige en gele motieven die verwijzen naar de verzengende zon en nomaden in het woestijnzand. In ­andere schilderijen, opgebouwd uit een losse stapeling van grijze blokjes en ­rafelige lijnen, herken je het brokkelige gesteente. Zelf noemde Corneille de ­jaren 1955 tot 1965 zijn geologische ­periode. Vanaf midden jaren zestig ­maakten de onherbergzame oerlandschappen plaats voor paradijselijke en kleurrijke oorden ver weg. 

Het is haast niet voor te stellen dat deze abstracte landschappen ook het werk zijn van de schilder die vanaf de jaren zeventig weer terugkeerde naar de motieven uit zijn Cobra-tijd. Maar de verwonderde blik en spontane ­manier waarmee hij destijds de wereld van het kind opriep, verdwenen. Op zijn doeken verschenen de harde ­contouren, gestileerde figuren en felle kleurvlakken zoals we die kennen van de koffiemokken. Vrolijk en decoratief voor het oog, maar het hart raken ze niet meer. 

★☆ 

'Corneille, zijn wereld' t/m 3 februari in Stedelijk Museum Schiedam.

Lees ook:

Nieuwe aanwinsten zorgen voor beestenboel op de Appelzolder

Een vrolijke beestenboel is het op de zolder van het Stedelijk Museum Schiedam. Een man met een hond, een zwarte kat en een kip hebben daar onderdak gevonden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden