Review

Verlaten mannen in de polder

Jann Ruyters

’Ik ben alleen.’ Zo luidde de laatste zin van ’Boven is het stil’, de prachtige, bekroonde roman waar Gerbrand Bakker in 2006 mee debuteerde. Dat de 55-jarige boerenzoon Helmer alleen was, konden we eigenlijk ook al proeven in de eerste zin van het boek - ’Ik heb vader naar boven gedaan’- en het schuilde in alles wat daarna volgde. Een leven dat na dertig jaar met het hoofd onder de koeien en de handen in de aarde heel voorzichtig weer in beweging komt. Na maanden van zorg voor zijn oude, zieke vader gaat deze dood en vertrekt Helmer met een vriend van vroeger naar Denemarken, het land dat in de jaren daarvoor diende als lonkend paradijs.

Dat einde betekende nieuwe ruimte en harmonie, maar een Hollywood-einde moest het toch niet worden. „De hoofdpersoon moest erachter komen dat hij echt alleen is”, zei Bakker in een interview; „Dat is iets wat ik ook ten diepste vind”.

Dat we eigenlijk allemaal alleen zijn, is ook het belangrijkste thema in Bakkers echte eerste boek: ’De perenbomen bloeien wit’. Deze novelle is in 1999 als jeugdroman verschenen, maar wordt na het succes van ’Boven is het stil’ nu opnieuw uitgebracht, enigszins bewerkt door de auteur. In leeftijd iets opgehoogd, meldde hij zelf in een interview.

In ’Perenbomen bloeien wit’ is de existentiële eenzaamheid verhuld in de ’wij’ die aan het woord zijn. Deze ’wij’ zijn een man, drie jongens en een hond, in wisselende samenstelling. Soms doelt de ’wij’ alleen op de tweeling Klaas en Kees, die altijd samen en dus altijd ’wij’ zijn, en dat ook altijd zijn geweest. Soms wordt hun ’wij’ uitgebreid met Gerson, hun drie jaar jongere broer. Soms ook nog met Gerard, hun vader, en met Daan, de hond.

Deze ’wij’ is ook een samengesmolten ’wij’ omdat er een ’zij’ ontbreekt. Moeder Marianne heeft al jaren terug het gezin verlaten. Naar het waarom van dat vertrek valt slechts te gissen. Ze is afgereisd naar het buitenland, Italië vermoedelijk, vast richting Italiaanse minnaar.

Zo’n vier keer per jaar komen er verjaardagskaarten met onduidelijke poststempels waar vader Gerard dan uren op zit te turen met een vergrootglas. Wanneer hij daar al lang mee opgehouden is, blijft de jongste zoon Gerson nog wel vragen stellen, tot ook hij stopt en alleen de hond Daan nog om haar afwezigheid treurt.

Op het eerste gezicht schijnt het gezin zich laconiek van het vertrek te hebben hersteld, maar gemis en verlorenheid schemeren steeds door het majesteitelijke ’wij’ heen. Zo schuilt het meteen al in het spel dat de drie jongens met elkaar spelen: ’zwart’. Ze moeten alle drie geblinddoekt in de polder een door een van hen aangewezen plek zoeken: keukendeur, knotwilgen, kippenhok bij de buurman, een grafsteen op het kerkhof. Als er weer later een verschrikkelijk ongeluk gebeurt, lijkt dit ook vooral een bevestiging van de ramp die zich eerder al voltrokken had.

Net als in ’Boven is het stil’ slaagt Bakker er ook in ’Perenbomen bloeien wit’ als geen ander in om de stilte en ruimte, de leegte van het platteland in woorden te vangen. De bewust naiëve toon van de vertellers maakt de novelle minder groots en zachtmoediger dan de voorganger, maar ook hier gloort het drama beheerst en spannend vanachter korte, eenvoudige zinnen.

De mannen zijn een ’schijn-wij’, geen ’wij’ dat voortkomt uit saamhorigheid tussen verschillende individuen, maar een ’wij’ dat bijeen is gebleven, omdat de grote buitenwereld zich er nog niet tussen heeft gedrongen. Het zijn mannen wie het aan een vrouw ontbreekt, terwijl je tegelijk vermoedt dat er voor die vrouw ook helemaal geen plek was in de stilstaande polder, tussen kippenhok en grafzerk. Dat het erg eenzaam was naast vader Gerard, die als het moeilijk wordt het liefst gaat slapen.

Deze kleinere, beperktere, maar nog steeds heel mooie en gevoelige novelle maakt goed duidelijk dat met Bakker een schrijver is opgestaan die in twee boeken al een eigen oeuvre weet neer te zetten.

J.M. Coetzee noemde ’Boven is het stil’ een traditioneel Nederlandse roman, maar Bakkers werk doet ook aan een Amerikaanse schrijfster als Annie Proulx denken. Net als Proulx legt Bakker een eenvoudige plattelandswereld vast die onverwacht heimwee oproept. Een regressieve wereld waar lethargie heerst, stilstand, leegte en eenzaamheid, maar waar ook het denken even stoppen mag en je hoofd kan rusten in het gras.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden