Beeld Trouw

PoëzieJanita Monna

Verkenningen van intimiteit

Tienduizend euro maar liefst liggen er jaarlijks klaar voor de winnaar van de Turing Gedichtenwedstrijd. Niet niks voor één gedicht. En het aardige is dat zowel dichters met al een heel oeuvre achter hun naam, als amateurs die net hun eerste regels aan het papier toevertrouwden eraan mee kunnen doen. Allemaal hebben ze evenveel kans, want de jury oordeelt anoniem.

Vorig jaar mocht Meity Völke de zak met geld mee naar huis nemen. En dat winnende gedicht, ‘Onder water’, was geen toevalstreffer, zo blijkt nu haar debuut verschenen is. ‘Aan het licht’ is een sterk gecomponeerde bundel, met beheerste gedichten. Daarbinnen toont Völke glimpen van een verhaal, een familiegeschiedenis, zonder daar al te veel van prijs te geven. Een man, een vrouw, een reis over zee, een huwelijk dat stukloopt. In een paar woorden gevangen “Toen werd hij stiller, / stijver, mager en kroop het leven in een hoek.”

Hoewel een enkele keer wat belegen, is Völke’s taal vaker beeldend. Bijvoorbeeld wanneer ze in krachtige streken de troosteloosheid van een Belgisch dorp schetst, een plek waar niemand blijven wil: “De juffen met hun spinragknotten, vaders doof / en kleurloos in goedkope maatkostuums, gesneden / als een olifantenhuid, en onophoudelijk hoestte / de reactor vuile watten op.”

De menstruatiecyclus

Onlangs debuteerde ook Lauri­ne Verweijen, die eindigde enkele jaren geleden als tweede in de Turing schrijfwedstrijd. Waar Völke haar regels met strakke hand bijeenhoudt, laat Verweijen de taal eerder stromen. Het is of haar poëzie meer organisch is ontstaan, en dat past bij waar deze gedichten over gaan. Je zou ‘Gasthuis’, zoals Verweijens debuut heet, een verkenning van intimiteit kunnen noemen, en dan vooral van vrouwelijke intimiteit.

Ze opent meteen gedurfd, met een serie gedichten over de menstruatiecyclus. Intiemer is nauwelijks denkbaar. Ze cirkelt ze om bloed, pijn en ongemakken heen, noemt die een ‘trapezewerk van pijnen’. In taal die schittert zonder al te lyrisch te worden schrijft ze zo wel­- haast een ode aan de vrouwelijkheid: “terwijl ik voorovergebogen heen en weer dein op de / stroming, wiegt een donker schip lange halen in mijn / onderbuik”.

Gevoelens van melancholie of geluk laten zich niet in dikke woorden vangen. Dus houdt de dichter het fluisterend en klein, maar even goed helder en standvastig. “te vluchtig om scherp te benoemen / wat het is dat in je zweemt / (niet eens zwemen, zwemen klinkt al / te zwaar), zwak maar tegelijk ruimtevullend / alsof er iets ontzettend scheef loopt”

En toch weet ze die vluchtige sensaties dicht te benaderen. Geilheid wordt bijna tastbaar als ze schrijft: “hoe dicht een man onder / zijn huid kan liggen”.

Het samenzijn van man en vrouw, de band tussen moeder en kind, het niet krijgen van kinderen, intimiteit en afstand, Verweijen vangt het in open, indringende regels, in taal “als een ritme waarop geleefd wordt. een taal waarin wordt bestaan”.

Onder water

Ik herinner me dat ik geboren ben met handen

van mijn vaderskant en wat daaruit is weggegleden.

‘Hou dat vast,’ zei de man die me twee keer twaalf

minuten had zien huilen als een baby en daar

in rechte lijnen een draai aan wilde geven.

Hij tekende een kubus op het bord. ‘Pas als je niet

meer om je eigen hoek komt kijken is het plaatje

rond, heb ik de kantjes gladgestreken.’ Wie baart

er nu een kreukvrij wezen, dacht ik maar ik vroeg

het niet. Kunnen blote handen naakten kleden?

Verder nooit begrepen dat slakken dakloos

kunnen zijn, dat een pasgeboren zeeschildpad alleen

naar het water kruipt. Misschien snap ik alleen de egel

die bij nood zijn kroost aanvreet maar ook niet helemaal.

Wie snoeit de dierenriemen zo strak aan?

Soms voert men jonge muizen aan een zwangere

kat om haar kittens in een emmer te verzuipen.

‘Daarom dus,’ zei de man, ‘geef ik jou een goede kans’

en veegde met een natte vinger een hoekje van de kubus af.

Ik dacht; een pasgeborene kan ademen onder water.

Meity Völke

Meity Völke
Aan het licht
Arbeiderspers; 78 blz. € 17,99

Laurine Verweijen
Gasthuis
Van Oorschot; 72 blz. € 18,50

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden