Opinie

Vergankelijkheid van het leven poëtisch verbeeld

Er waren eens een heel oude man en vrouw, die verblijd werden met de komst van een kind, een micromeisje. De oude bamboesnijder heeft het gevonden als lichtpuntje in een bamboestengel. Binnen een paar maanden groeit zij uit tot een schoonheid, die talloze minnaars, zelfs de keizer, lokt. Maar een huwelijk, zodat de ouders rustig kunnen sterven, zit er niet in. Het meisje keert terug naar haar oorsprong, de maan. Het enige dat nog aan haar herinnert is het sliertje rook uit de vulkaan Fuji-san, het symbool van Japan.

Dit oeroude Japanse sprookje is door Oostpool herdicht tot een vertelling over de vergankelijkheid van het leven. Nog één keer staan de oudjes op om over dat onverwachte en weer kwijtgeraakte geluk te verhalen, voor zij hun doodsbed betreden. Voor hen geen elixer van het eeuwige leven, de laatste gift van het meisje. Dan zouden zij eeuwig ongelukkig zijn.

Het verhaal wordt op diverse niveaus verteld. Letterlijk op de van hoogte verschillende plateaus van het fraaie bamboedecor, waarvoor ontwerpster Catharina Scholten zich liet inspireren door de traditionele Aziatische steigerbouw. Figuurlijk door een aantal disciplines te combineren: spel, zang en bloemsierkunst. Pure poëzie levert dat op.

Het mooie van de voorstelling is dat in beeld en taal het kwetsbare èn het aardse van het sterfelijke leven een symbiose vormen. Herman van de Wijdeven en Anne Martien Lousberg zijn het oude echtpaar. Hun bijna doorschijnende nachtpon en pyjama, hun beverige pluizebolletjes geven hen een breekbaar aanzien. Tegelijk klauteren ze in nagespeelde scènes energiek langs de bamboerottingen.

Peer Wittenbols heeft hen een tekst meegegeven die al even mooi meandert tussen dichterlijke en kibbelende tonen. 'Is een blanco brief met een kus erop nog blanco?' vragen zij zich af. Maar ook klinkt een nors 'Slaap je al?' van de man tegen de net gestorven vrouw, en als zij niet antwoordt: 'Dove!'

In deze beweeglijke terugblik welt bijwijlen teder de sopraan op van Jacqueline Janssen met romantische liederen (Hindemith, Strauss), wadend in het water waarin de bamboestellage staat met her en der glazen vazen, die bloemkunstenares Yukie Hashimoto bedient.

Die bloemsierkunst voegt een heel bijzondere laag toe met visueel verrassende associaties. Als in het verhaal de onbrandbare vacht van een vuurrat toch smelt in een vuur, wordt je oog getrokken naar in een glazen schaal geschikte, fel oranjerood oplichtende tulpenblaadjes. En dreigt de schoonheid van het meisje te vervlieden bij een al te driest aanzoek, dan vlinderen in een met water gevulde cilinder geworpen bloemblaadjes met een verbazende ijlheid omhoog. Sierlijkheid en vergankelijkheid ineen.

'De Bamboesnijder' heeft een sprookjesachtige sfeer behouden met een prikkelende menging van oosterse en westerse elementen, van oud en modern. Hedendaagse videobeelden op maanvormige schermen, maar ook het getal zeven speelt mee: het bed van de oudjes telt zeven matrassen. Schrijver Wittenbols en regisseur Ligthert hebben met 'De Bamboesnijder' een nieuwe laag in hun ontwikkeling en verbeelding aangeboord. Poëtisch en lucide spelend met de visuele en muzikale kracht van taal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden