Review

Verdriet is als een knaagdier dat steeds nieuwe jongen werpt

Jeroen Brouwers: Vlaamse leeuwen. De Arbeiderspers, Amsterdam. 528 blz. - ¿ 45. Jeroen Brouwers: Steeds dezelfde zon. De Arbeiderspers, Amsterdam; 16 blz. - ¿ 12,50. Jeroen Brouwers: Het circus der eenzaamheid. De Arbeiderspers, Amsterdam; 206 blz. - ¿ 34,90. Jeroen Brouwers: De vervulling gevolgd door De kleine dood. Herik, Landgraaf; 28 blz. - ¿ 19,90.

In een nat land Bij een bosrand Heb ik hem ontmoet In een huis vol fraaie schimmels En vuil ondergoed Jeroen Brouwers schrijft een boek En hij doet dat goed

Van dat laatste waren natuurlijk wel meer mensen overtuigd, maar dat 'De Mens' het feit nu zo wijd verspreidde onder brede lagen van de Vlaamse bevolking, mag uniek heten. Welke andere schrijver is zoiets overkomen? Het tekent de warme belangstelling die men in Vlaanderen voor Brouwers heeft. In hetzelfde jaar, 1992, werd hem de Orde van de Vlaamse Leeuw toegekend voor de 'prestaties' door hem verricht “die de integratie van de Nederlanden bevorderen”, aldus het feestrapport. Nog geen jaar later viel hem zelfs een onderscheiding toe van de Belgische Staat en werd hij Ridder in de Kroonorde, vanwege zijn inzet voor de verbreiding van de Vlaamse literatuur in Nederland.

Intussen was Brouwers teruggekeerd naar Vlaanderen en gaan wonen in Zutendaal, iets ten westen van Maastricht. In zijn toespraak bij de hem verleende Orde van de Vlaamse Leeuw zegt hij dat er in zijn borst geen twee, maar drie zielen wonen: een Indische, een Nederlandse en een Zuiderse. De eerste heeft met zijn geboorteland te maken, de tweede met zijn vaderland en nationaliteit en de derde met zijn Zuiderse, want Brabantse familiegeschiedenis. Die laatste ziel noemt hij dan zijn meest wezenlijke.

Het blijkt uit alles, niet alleen uit zijn werk, ook uit zijn omgang met de wereld, dat Brouwers veel met Vlaanderen heeft en zich er een stuk plezieriger voelt dan in Nederland, waar hij zich vrijwel onbereikbaar maakte in het Achterhoekse Exel en nauwelijks in het openbaar optrad. Nu hij weer in het Zuiden woont, leest hij zelfs avondenlang voor uit eigen werk - zoals onlangs, op tournee met Benno Barnard en Geert van Istendael - of beantwoordt hij ten overstaan van een publiek vragen.

Alles wat hij over Vlaanderen heeft geschreven, is nu verzameld in een meer dan vijfhonderd bladzijden dik boek getiteld 'Vlaamse leeuwen'. Het omvat twintig jaar bemoeienis met de Vlaamse literatuur, cultuur en geschiedenis in de vorm van essays, commentaren, portretten, herinneringen en polemieken. Vooral om die laatste soort is Brouwers in het verleden berucht geworden, juist ook in Vlaanderen, dat hij dan wel mocht liefhebben, maar dat hij juist daarom ook de roede niet spaarde. Al tot de literatuurgeschiedenis behorende pamfletten als 'J. Weverbergh en ergher' en 'Vlaanderen op zijn erghst' uit 1976 en 1977 hebben veel stof doen opwaaien en zijn nog steeds aantrekkelijke lectuur, al kunnen ze, zoals Brouwers vooraf ook schrijft, 'niet meer brandend actueel' genoemd worden.

De kennis die ligt opgeslagen in deze 'Vlaamse leeuwen' is imposant. Wie opiniërend geïnformeerd wil worden over de geschiedenis van Vlaanderen, de taalstrijd, de culturele integratie Noord-Zuid (de moeilijkheid, zo niet onmogelijkheid ervan), over Teirlinck, Van de Woestijne, Buysse, Minne, Pernath, 'T Hooft, Daele, Daisne, Boon, Snoek, Robberechts en vele anderen (het register spreekt boekdelen), die kan hier terecht. Het hele boek is te beschouwen als een riante les in Vlaanderen-kunde, een noodzakelijke les ook, volgens Brouwers, want hij verwijt de Nederlanders maar weinig begrip en belangstelling op te brengen voor Vlaanderen.

Er is dit jaar overigens nog heel wat meer werk van hem verschenen, vijf titels maar liefst. De eerste is de brochure 'Steeds dezelfde zon', de toespraak gehouden op 4 mei in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, voorafgaand aan de Dodenherdenking om acht uur. Brouwers memoreert daarin ook zijn eigen oorlogservaringen in Indië: “Ikzelf was in de oorlog een onmondige kleuter. Mijn oorlogservaringen zijn pluisjes in de wind vergeleken met de rampspoedigheden die de meesten van u hebben ondervonden. Ik was er wel bij, maar heb het niet in volle bewustzijn meegemaakt. Ik zat als kind in een Japans interneringskamp op Java. In gindse tropengebieden woedde een andere en toch dezelfde oorlog als wij hier nu gedenken.”

Over die ervaringen heeft hij, zoals men weet, de roman 'Bezonken rood' geschreven, die zojuist, in een gebonden jubileumeditie, voor de twintigste keer is herdrukt. Hoewel er bij verschijnen in 1981 nogal wat commotie ontstond omtrent het werkelijkheidsgehalte van de roman en Rudy Kousbroek ertegen is blijven fulmineren, heeft dat het onmiskenbare succes van het boek niet in de weg gestaan. In zijn alweer vierde 'Kladboek' - met 'Profielen. Studies. Reacties' - getiteld 'Het circus der eenzaamheid' - reageert Brouwers nog eenmaal op Kousbroeks beschuldiging dat het in de jappenkampen lang niet zo erg toeging als het in 'Bezonken rood' wordt voorgesteld. Zijn betoog is goed gedocumenteerd en stelt Kousbroek op allerlei punten in het ongelijk.

Het vierde kladboek, heel wat slanker dan het baksteendikke vorige, 'Het vliegenboek', heeft ook een wat afwijkende indeling en ontbeert de autobiografische proloog en epiloog. Wel sluiten de drie afdelingen aan bij al bekende belangstellingen van Brouwers: de eerste bij die voor Vlaanderen, de tweede bij die voor zelfmoord van schrijvers en de derde loopt parallel aan twee stukken in 'Het vliegenboek', namelijk over Hitler en over Kousbroeks visie op het Oostindisch kampsyndroom. Tussen de boekbesprekingen van werk van De Wispelaere, Barnard, Nolens, D'haen, die wel goed zijn, maar niet het niveau van Brouwers' essays halen, treft een beschouwing over de rol, die een zekere Anna Christina van der Tak heeft gespeeld bij het ontvlaamsen van Elsschots proza. Zij heeft Elsschot aangezet tot het schrijven van 'Villa des Roses' en aangezien zij Nederlandse was, kon zij de tekst van Vlaamse smetten vrij maken.

De afdeling met profielen levert sterk geschreven portretten op van onder anderen de zelfdoders Robberechts en Venema, en kan gezien worden als de lopende aanvulling op Brouwers' grote monografie over deze materie, 'De laatste deur'. Zijn hardnekkige trouw aan wat hij ongetwijfeld als zijn onderwerpen beschouwt - 'Vlaanderen', 'zelfmoord' - geeft aan zijn oeuvre zo een hechte consistentie.

Ook zijn scheppend proza gaat in laatste instantie over steeds hetzelfde, over liefde, literatuur en dood. Het meest recente dat we op dit vlak van hem te lezen hebben gekregen, is een klein, bibliofiel verzorgd boekje, 'De vervulling gevolgd door De kleine dood'. De eerste tekst is een theatermonoloog (vorig jaar op de televisie geweest) van een vrouw die uitspreekt, al briefschrijvend, dat zij van twee mensen houdt, een vrouw en een man. Afwisselend richt zij zich tot beiden. “Ik moet je iets vertellen wat je moet weten. Volgens mij ken je jezelf pas echt en ben je ook pas echt jezelf, als je die zelfkennis kan en durft delen met de andere, van wie je houdt, zonder schaamte of reserve of angst. Wat voor angst dan ook. Bijvoorbeeld om die andere er verdriet mee te doen. Dat zou ik het afschuwelijkste vinden, als ik je verdriet zou doen. Kwaadheid trekt wel over, iedere storm gaat altijd wel voorbij en laat de wereld dikwijls gereinigd achter, maar verdriet is een knaagdier dat steeds nieuwe jongen werpt.” De tweede tekst in dit boekje is een afscheidsbrief aan een geliefde: “Liefste, we moeten elkaar nu maar niet meer zien.” Beide teksten sluiten prachtig bij elkaar aan.

Alsof dit alles nog niet voldoende is, belooft de bibliografie achterin de pasverschenen boeken onder het hoofdje 'essays' nog: 'Oefeningen in nergens bijhoren. De schrijver en filosoof Jean Améry 1912-1978'. Voorzover ik weet is dat nog niet in boekvorm verschenen, misschien wel voorgepubliceerd in een tijdschrift?

Wat zong 'De Mens' ook alweer?

Jeroen Brouwers schrijft een boek En hij doet dat goed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden