Opinie

Venijnige plaagstoot voor balletwereld

'Monco' (Italiaans voor verminkt, niet af) is de verraderlijke titel, die Hans Tuerlings aan zijn nieuwste Raz-voorstelling gaf. Want bedoelde hij daarmee de verminkte vorm waarin hij zijn commentaar op de huidige balletwereld goot of wilde hij die wereld juist een 'moncone' leveren, dus een stomp in figuurlijke zin. Wat mij betreft gebeurde dat laatste en deden de vijf danseressen en drie dansers van Raz dat met zoveel venijn, vaart en ook vakkundigheid dat ik nog uren later sterretjes zie.

Als 'ballet-beeldenaar' houdt de Tilburgse choreograaf ervan om tussen anecdotiek en abstractie te laveren en kwistig met insider-expertise te strooien, als gold het zout in open wonden. Ditmaal blaast een wrange tekst van Edward Gorey, de Amerikaanse tekenaar-schrijver van tientallen macabere prentenboeken, de wind in de zeilen van de Raz-ruimte. Er is slechts een piano en kruk nodig om het zwarte podium in een balletstudio om te dopen. Maar wat voor studio! Het lijkt wel een mortuarium waar de twintigste-eeuwse danshistorie met een bijna obsessieve interesse voor dood door de postmodernistische gehaktmolen wordt gedraaid. En wie wil kan er tussen de zwarte gordijnen de schimmige resten van beroemde idolen als Pavlova en Nyinsky's zien ronddolen, opgeofferd aan de song 'Breaking the heroes'.

Karl Schappell fungeert ditmaal als de verteller-commentator, heel Amerikaans met blauw overhemd en rode stropdas. Met aan zijn voeten een beeld van een open torso naar klassiek Grieks voorbeeld, symbool van het klassieke ballet, vertolkt hij samen met twee identiek geklede alter-ego's de verminking van dat fysieke ideaal. Linhares Junior, onlangs met de Zilveren zwaan-prijs gehuldigd, en Eduardo de Paiva Souza doen in lenigheid en vileine precisie niet voor elkaar onder. Zowel in meesterlijke solo's als in een fenomenale pas de deux transformeren ze de romantische 'danseur noble' tot de rol waarin zijn vrouwelijke partner aan allerlei male fantasies moest voldoen. De genderwisseling die zich aan het twintigste-eeuwse ballet opdrong beperkt zich echter niet alleen tot de mannen. Vrouwen, ooit de voorvechtsters van moderne dans, trokken in de balletwereld de broek aan of manifesteren zich als bedrijvig rondtrippelende managers in het soort mantelpakjes waarin Laura Bush haar man placht te vergezellen.

Moeten we Tuerlings geloven dan staan de zaken er in de huidige, postmoderne balletwereld uitermate somber voor. Maar juist omdat voornoemde drie heren en danseressen als Erika Winkler, Susanne Ohman, Claudia Kratzheller, Camilla Ulrich en Inari Salmivaara die verminking zo eigenzinnig en met volledige inzet van hun eigen specifieke kwaliteiten tot in finesses beheersen, leveren zij het bewijs van het tegendeel. Monco gaat over artistieke verminking in een morbide wereld, maar als voorstelling is het dat allerminst. Want in alle groteske swing en bizarre combinaties van geposeerde kunstgrepen, gelardeerd met alledaagse motoriek zit ook een hartverwarmende noodkreet en oproep tot een nieuwe romantiek. Als de uitgemergelde ballerina met haar been achteloos over de piano geslagen naar het romantische spel van haar collega luistert, weet je dat ballet altijd die onontkoombare hang naar het sublieme zal najagen. Zo nodig zonder armen, benen en hoofd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden