Review

Veelstroompjesland

Het aantal deelnemende partijen bij de verkiezingen van 1933 is nog altijd een record: de kiezer had toen de keuze uit 54 lijsten. Onder de 14 partijen die uiteindelijk hun (r)entree in de toen nog 100 leden tellende Kamer maakten, waren er 6 met één zetel.

Wim Slagter

Ondanks een lange periode van economische teruggang - vaak een voedingsbodem voor allerlei ontevreden bewegingen - bleef ook tussen de twee wereldoorlogen het traditionele politieke driestromenland in Nederland (sociaal-democratie, christen-democratie en liberalisme) nagenoeg intact. De vele kleine partijen haalden samen niet meer dan vijftien procent van de stemmen. Horzels waren het en niet veel meer, hoewel de NSB, de communistische partijen en de SGP (als enige van de destijds gestichte partijen nog steeds in de Kamer vertegenwoordigd) om uiteenlopende redenen een bijzondere plaats in de parlementaire geschiedschrijving blijven innemen.

In zijn dissertatie 'Vrij vissen in het Vondelpark' (de verkiezingsleuze waarmee de zwerver Hadjememaar in de Amsterdamse raad kwam) heeft Koen Vossen de kleine partijen van het interbellum in vier groepen ondergebracht. Van hen wortelde de groep losse individuën die weinig van georganiseerde partijpolitiek verwachtten en geen 'spiegel van den volkswil' wilden zijn, nog het meest in de 19de eeuw. De 'belangenpartijen' maakten zich onmogelijk met hun vaak incapabele volksvertegenwoordigers, boer Braat van de Plattelandersbond ('den meest ongelikten beer die ooit in de politieke arena is losgelaten') voorop.

Iets meer zitvlees hadden de beide laatste groepen: de radicale partijen en de 'beginselpartijen'. De eersten wilden niets liever dan het parlementaire stelsel afschaffen, wat aan het Binnenhof vaak aanleiding gaf tot grote commotie . Zo zal de communist De Visser het meest 'afgehamerde' kamerlid zijn, terwijl de NSB'er Rost van Tonningen er ook op los timmerde, maar dan op het hoofd van een collega-volksvertegenwoordiger.

De 'beginselpartijen' hekelden voortdurend het verraad van anderen aan oude uitgangspunten. Zo had de Onafhankelijke Socialistische Partij kritiek op haar 'moederpartij', de SDAP, terwijl de Hervormde (Gereformeerde) Staatspartij als theocratische getuigenispartij oorspronkelijke CHU-stemmers naar zich toetrok.

Het perspectief voor kleine partijen is op de lange termijn niet rooskleurig, zoals ook naoorlogse voorbeelden als DS'70, de Boerenpartij en PPR aantonen. Voor prognoses ten aanzien van de LPF, de meest succesvolle nieuwkomer-aller-tijden, is het nog te vroeg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden