Poëzie

Veel witte pagina's en weinig woorden in de nieuwste dichtbundel van F. van Dixhoorn

Janita Monna schrijft wekelijk over poëzie voor Trouw. Beeld Maartje Geels

Dit stukje gaat over de bundel met waarschijnlijk de minste woorden van alle bundels die er afgelopen jaar verschenen zijn. Ik telde er 93, colofon en titelblad niet meegerekend.

Dit stuk gaat ook over de witste bundel van 2017, één met zoveel witte pagina’s dat sommigen bij de aanblik zullen denken: wat een papierverspilling. Ik dacht eerder: wat een lef dat dit nog wordt uitgegeven.

Een beetje poëzielezer weet waarschijnlijk al over welke dichter dit gaat: F. van Dixhoorn, die al jaren zijn volstrekt eigen gang gaat in de Nederlandse poëzie. Dat begon in 1994, toen hij voor zijn eerste bundel ‘Jaagpad / Rust in de tent / Zwaluwen vooruit’ de C. Buddingh’-prijs kreeg. Met dat zo typerende werk, opgebouwd uit alledaagse zinnen die strak en vaak genummerd, secuur op de pagina zijn geplaatst.

De taal bijna verdrongen

Zijn beide vorige bundels - waaronder het voor de VSB Poëzieprijs genomineerde ‘De zon in de pan’ (2012) - telden al een minimum aan woorden. In ‘Verre uittrap’ heeft het wit de taal bijna verdrongen. Letterlijk: want de spaarzame woorden staan helemaal in de marge van de pagina. En op het openingswoord na, staan die dan ook nog eens aan de rand van de linker pagina, alsof ze er elk moment af kunnen vallen.

Het zijn niet per se opvallende woorden: “ding.’” is het eerste dat de lezer ziet. Met punt, en aanhalingsteken sluiten. Sla je de bladzij om, dan is daar de grote leegte van de blanco rechterpagina. Pas in tweede instantie vallen de woorden links op. Flarden van zinnen, of eigenlijk meer van zinseinden. Stukjes tekst die geen relatie met elkaar lijken te hebben, die willekeurig lijken te zijn gekozen: “ding.’”, “gok.’”, “keren meestal terug.’ / klei die hard wordt.’ / allang ingezaaid.’ / om geeft.’”

Halve zinnetjes maken nieuwsgierig

Maar die halve zinnetjes maken wel nieuwsgierig: welke woorden hoorden we niet? Welk deel van de zin is weggestorven? Was dit een gesprek tussen twee mensen? Over planten misschien? Zijn het citaten uit een folder of een handboek? Het is of de kern van de boodschap ontbreekt en alleen de ruis van de zin is achtergebleven.

Een paar pagina’s verder lijkt in een flard als “naar bladeren.’ / bosgrond.’” een echo te klinken van die eerdere serie woorden. Of is dat schijn? Zijn er wel verbanden, of brengt de lezer die aan, naarstig naar op zoek naar houvast?

Het lezen van Van Dixhoorn is te vergelijken met het kijken naar ‘De compositie met twee lijnen’ van Mondriaan. Dit is het ondergaan van taal, van het ritme van de woorden en van stilte. Alle verwachtingen opzij schuiven, en vervolgens die woorden één voor één naar binnen lepelen, ervaren hoe ze nagalmen in het wit van de pagina. ‘Verre uittrap’ is een gedicht dat uitnodigt tot bezinning.

F. van Dixhoorn
Verre uittrap. Gedicht
De Bezige Bij; 56 blz. € 17,99

Beeld F. van Dixhoorn

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden