InterviewsSpookboeken

Veel schrijvers hebben op zolder een mislukt boek liggen. Waarom liep het zo jammerlijk stuk?

null Beeld Ilse van Kraaij
Beeld Ilse van Kraaij

Veel schrijvers hebben op zolder een mislukt werk liggen: een hoofdstuk of zelfs een heel boek dat ze hebben afgekeurd. Nu het Boekenbal niet doorgaat, gunnen vier schrijvers ons een kijkje in zo’n nooit gepubliceerd gedrocht.

Het Boekenbal van vrijdagavond is afgelast, de aansluitende Boekenweek uitgesteld. Een mooi moment om aan schrijvers te vragen welk romanproject zij ooit hebben afgeblazen. Welk mislukt manuscript houden zij op zolder verborgen? Wat was aanvankelijk hun veelbelovende idee, en waarom liep het zo jammerlijk stuk?

Trouw belde en mailde stevig rond in de literaire wereld, maar het viel niet mee. Mislukte boeken, daar lopen schrijvers niet mee te koop. “Op mijn zolder ligt niets”, klonk het meestal. Maar dat valt moeilijk te geloven. Het zou betekenen dat Nederland louter geniale schrijvers telt bij wie elk boek lukt. Of zouden we hier wellicht zijn gestuit op een taboe?

In plaats van de Boekenweek is er komende week een scala aan vervangende activiteiten. Die begint vrijdag met een boekenspecial van het tv-programma De Vooravond, om 19.00 uur op NPO 1. Fidan Ekiz en Renze Klamer spreken met de Boekenweekauteurs Hanna Bervoets en Roxane van Iperen. Babs Gons leest haar Boekenweekgedicht Polyglot voor.
Een aanrader is Eus’ Boekenclub, een reeks vrolijke en prikkelende tv-shows van schrijver Özcan Akyol. Hij ontvangt grootheden als Peter Buwalda, Simone van der Vlugt, Lize Spit, Rutger Bregman en Adriaan van Dis. In de eerste uitzending draagt Ellen Deckwitz een prachtig gedicht voor en wordt er gediscussieerd over culturele toe-eigening. Elke avond om 19.20 uur op NPO2.
Online is er Het voorwoord van de Boekenweek. Lezerscommunity Hebban.nl brengt interviews met auteurs als Jeroen Olyslaegers, Annelies Verbeke en Kristien Hemmerechts. En schrijvers gaan er met elkaar in gesprek.

Dat laatste, vermoedt schrijfster Alma Mathijsen. “Ik heb zelf best wat dingetjes liggen die ik niet aan de buitenwereld wil laten zien”, bekent ze. “Mijn schrijvende vrienden hebben ook wel allemaal zoiets.” Ze herinnert zich een ‘raaskallerige dichtbundel’ van 30.000 woorden die ze ooit schreef tijdens hevig liefdesverdriet. “Ik schrik me dood als ik dat nu teruglees. Toch is er uit dat misbaksel iets moois voortgekomen: mijn latere roman Ik wil geen hond zijn. Ook daarom zijn schrijvers denk ik terughoudend om over mislukt werk te praten. Dan kunnen ze het later niet meer hergebruiken.”

Maar niet elke auteur heeft er moeite mee. “Ik vind het juist een aanbeveling als een schrijver een mislukking openlijk toegeeft”, zegt Gerbrand Bakker. “Zo van: dit ga ik niet eens aan mijn redacteur laten lezen, want dit kan het publiek beter bespaard blijven.” Bakker is een van de vier schrijvers die vandaag in Trouw hun zolderluik wijd openklappen. Lees en huiver mee met hun nooit verschenen pennenvruchten.

Gerbrand Bakker: De roman bleef steken in ranzigheid

null Beeld Joris van Gennip
Beeld Joris van Gennip

“Ergens rond 2010 heb ik een roman proberen te schrijven met de titel Wargrave Pink. Die term had ik opgepikt tijdens mijn hoveniersopleiding. Het is de cultivarnaam van de ooievaarsbek, een type geranium.

Het boek ging over een grote groep homo’s die denken dat ze naar een dansfeest op een cruiseschip gaan. Maar dan begint dat schip ineens te varen. Als ze op volle zee zijn, blijken ze ontvoerd door deels lesbische vrouwen. Volkomen bizar.

De mannen zijn lid van een homozwemclub en dragen allemaal een geel pak. Ze zitten dicht opeengepakt in dat donkere ruim, het is rotweer. Nou, je snapt wat er dan gebeurt. Ik herlas net een zin die begint met: ‘Net toen ik mijn schlong uit zijn reuzenrozijn had getrokken…’ Later worden die mannen ook min of meer gemarteld. Iedereen loopt rond met een bloedneus of een gat in zijn hoofd.

Het sloeg echt nergens op. Op een bepaald moment wist ik niet meer hoe ik verder moest. Waar ben ik mee bezig?, dacht ik. Dan schrijf je toch nog een hele tijd door, 120 pagina’s in totaal. Je hoopt dat het misschien nog wat wordt. Een van de mannen had een kind uit een eerdere relatie met een ontvoerster. Er speelden wraakmotieven mee. Het had best kunnen werken, maar het bleef steken in ranzigheid.

Toen ik eraan begon, had ik blijkbaar zin om me eens helemaal nergens iets van aan te trekken. Dat wordt dan toch potsierlijk. Deze aanpak past niet bij me, dat is wel gebleken. Wat ik er ook van heb geleerd: eerder stoppen, niet tegen de klippen op doorgaan als je voelt dat het niet werkt.

De tekst staat nog wel in mijn computer. Ik vind het leuk om er af en toe in terug te kijken. En wie weet kan ik er ooit nog een kort verhaal of een hoofdstukje uit halen.”

Nicolien Mizee: Sinds die bijna-hel kan ik er niet meer aan werken

null Beeld Jörgen Caris
Beeld Jörgen Caris

“Zeker, ik heb ook zo’n boek liggen! Ik struikel er elke dag over en ben er nog behoorlijk over in depressie. Het heet Dood op de Boot. Mijn vorige boek, Moord op de Moestuin, vond ik erg leuk om te schrijven. Ik wilde weer zoiets, maar dan met meer plot. Bij Moord op de Moestuin had ik het detective-element er pas later ingefrommeld. Nu ben ik daar direct mee begonnen.

Toen ik de plot af had, kon ik de research gaan doen. Het enige probleem: mijn man Rob haat boten. We zien ze hier vaak door de stad varen. Iedereen aan boord zit te eten en te drinken. Pure verveling, zegt hij.

Uiteindelijk ging Rob morrend akkoord met een bootreisje van drie nachten. Nou, het was verschrikkelijk! Mijn man is zeventig, maar aan boord behoorden we tot de kleuters. De andere passagiers waren stokoud. Er was een kleine lounge waar harde Nederlandstalige muziek klonk. Bij het eten kon je kiezen uit een schep gele of bruine kledder. We zaten aan tafel met hele nare mensen die steeds maar over andere cruises praatten. We mochten niet aan een ander tafeltje gaan zitten, want dat zou verwarrend zijn voor de ober. Dus we zouden die vier dagen nog twaalf keer met die mensen aan tafel moeten zitten.

Toen we in Zaandam even van boord mochten, barstte ik in huilen uit. Ik kreeg een paniekaanval en durfde niet meer terug. Mijn man heeft toen de koffers van boord gehaald en we zijn met bussen en treinen terug naar huis gegaan.

Sinds die bijna-hel lukt het me niet meer om aan dat boek te werken. Ik zie er verschrikkelijk tegenop om in gedachten weer die boot in te moeten. Claustrofobisch word ik ervan. Ik had Dood op de boot al in diverse interviews aangekondigd. Laat ik in Trouw nu mijn coming-out beleven en zeggen dat het boek er niet meer komt. Ik zet die mensen wel ergens anders neer.

De moestuin vond ik destijds een heerlijke arena voor mijn research: lekker buiten, altijd mooi weer, geen mobieltje. Ik weet nu dat ik echt zin moet hebben in de setting van het boek – anders schrijf ik het niet.”

Rob Schouten: Ik wilde hét boek schrijven, net als Reve

null Beeld Patrick Post
Beeld Patrick Post

“Ik heb mijn debuutroman ooit teruggekocht van de uitgever. Uitgeverij Peter Loeb had het boek al geaccepteerd. Er was zelfs al een omslag gemaakt. Maar ik geloofde er niet meer in. Ik heb het voorschot terugbetaald en het boek is nooit uitgegeven.

Ik schreef die roman in mijn studententijd, toen ik 22 was. Het was mijn toenmalige levenswerk, 600 pagina’s. Een soort autobiografie vol fantasieën en visioenen. Een roesboek. Ik stond erg onder invloed van de Franse surrealisten en van moeilijke experimentele schrijvers.

De hoofdpersoon was een bizarre versie van mezelf. Een jongeman die aan zijn moeder probeert te ontsnappen en door de hoerenbuurt trekt. Het boek heette Erfelijk belast. Zo voelde ik me toen ik zelf van mijn ouderlijke wortels probeerde los te komen.

Ik wilde meteen hét boek schrijven, net als Gerard Reve. Een megalomaan idee. Ik wist nauwelijks wat de literaire markt verlangde. Het werd daardoor heel maagdelijk. Ik schreef zoals mijn idool James Joyce. Dat was meteen ook het gevaarlijke: het werd slechte Joyce. Het was zeker niet niks, maar nog onrijp.

Als student schreef ik er iedere dag aan. Ik had het boek altijd bij me en las er ongevraagd stukken uit voor. Mensen vonden het aanstelleritis. Zelf geloofde ik er echt in, maar op den duur sloeg de twijfel toe en verdampte het. Op mijn 24ste zag ik het werk als een jeugdzonde en trok ik het terug.

Inmiddels beschouw ik die roman als een dronkenmansproject. Ik schaam me er nu een beetje voor. Toch heb ik het manuscript niet weggegooid. Het ligt hier nog steeds in dikke mappen te wachten. Zo nu en dan blader ik erin. Het laat zien wie ik toen was en wat schrijven voor mij betekende. Ik zou het boek nu niet alsnog willen uitbrengen. Wel na mijn dood, dat is prima – dan heb ik er geen last meer van.”

Kristien Hemmerechts: Het verhaal was absoluut niet woke

null Beeld Bart van der Moeren
Beeld Bart van der Moeren

“Ik heb inderdaad ooit een aantal hoofdstukken geschreven – en meer gepland – van een roman die ik nooit heb afgemaakt. Wat ik had geschreven, heb ik niet eens bewaard, want ik geloofde er niet meer in, en dat is toch een minimum voorwaarde om verder te werken aan een boek.

Ik herinner me er niet veel van, maar ik weet nog wel dat mijn hoofdpersonage een vrouw was die als vrachtwagenchauffeur aan de kost kwam. Wanneer zij onderweg halt hield om te tanken of gebruik te maken van een douche – ik stelde me voor dat op parkeerplekken voor vrachtvervoer ook douches voor de chauffeurs waren – zorgde haar aanwezigheid bij haar mannelijke collega’s voor de nodige onrust.

Ik ben er twee à drie maanden mee bezig geweest, met die vrouw, die douche en een stoet bronstige vrachtwagenchauffeurs. Maar zo’n vrouw die meegaat in een halve verkrachtingsfantasie van een stel hitsige mannen, nee. Het werd derderangs porno. Het was een goed idee om de hele zwik in de prullenmand te laten verdwijnen. Ik vrees dat het verhaal ook absoluut niet woke was en vandaag de dag misschien zelfs zou worden gecanceld.

Wat ik schrijf, is vaak een zoektocht, zeker in het begin. Dan heb ik het gevoel: het is er nog niet, maar ik ben ernaar op weg. Ik moet de personages eerst leren kennen. Pas daarna gaat het verhaal zichzelf schrijven. Dan gaat de trein rijden en zie je de bestemming voor je. Ik blijf dat elke keer weer een mirakel vinden. In dit geval kon ik de juiste stem niet vinden. Steeds had ik het besef van een valse noot.

Toen ik aan het boek begon, in 2008, zat ik als writer in residence in Québec. Zoiets moet ik nooit meer doen. In zo’n vreemde woonkamer staan altijd dingen die ik lelijk vind. Dat stoort me bij het schrijven. Ik ben gedoemd om alleen nog thuis te schrijven, in mijn eigen werkkamer waar ik me goed voel en me nergens aan erger. Tot dat inzicht heeft deze flutroman me in elk geval gebracht.”

Lees ook:

Boekenbal dit jaar afgelast, Boekenweek uitgesteld

De Boekenweek wordt uitgesteld tot in de zomer. Het Boekenbal gaat dit jaar helemaal niet door.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden