Theaterrecensie

Veel makers lijken te zijn vergeten dat Oerol de versmelting is tussen landschap en theater

‘Lost Tango’ verdient vijf sterren. Beeld Nichon Glerum

Terschelling ademt tot en met zondag Oerol. Trouw ging deze week een aantal voorstellingen op het gigantische theater- en muziekfestival af.

Vanuit de verte lijkt het een steenpuist, nog niet rijp om te worden uitgeknepen. Maar wanneer de veerboot dichterbij Terschelling komt, blijkt de bolling aan de horizon een joekel van een tent. Een vuurrode koepel, door tachtig vrijwilligers in acht dagen opgebouwd, staat op het Noordvaarderstrand naast de haven. Het is het eerste teken dat er iets bijzonders gaande is op het eiland.

Wie eenmaal een fiets heeft gehuurd en zich oostwaarts via Midsland richting Hoorn trapt, ontwaart al gauw andere kunststukken in de natuur. Een duinpan vol blauwe paaltjes, oftewel ‘gesneuvelde soldaten’. Vliegers aan de branding, die de door klimaatverandering flink uitdijende ganzenpopulatie bevragen. En een stel huizenhoge staketsels van doorzichtig plastic, midden in het bos, een dystopie waarin de natuur door de mens is overwonnen. Een duin verder doen de bunkers van de Atlantikwall verweerd aan, afbrokkelend door zand en zout.

‘Kantelende perspectieven’, daar draait het om op de 38ste editie van Oerol. Een thema dat niet alleen de makers van muziek, theater en zelfs expedities in de oren hebben geknoopt, maar ook de organisatoren van het festival zelf. De naar verwachting vijftigduizend bezoekers kunnen tien dagen lang naar een ratjetoe van voorstellingen, het lijkt dit jaar haast nóg moeilijker om een enkele rode draad te ontdekken.

Spontaan straattheater

Anders dan voorgaande edities van Oerol is eveneens de gemiddelde leeftijd (hoog) en het aantal toneelklappers (laag). Spontaan straattheater en muziek hebben duidelijk een prominenter plekje in de programmering gekregen. Zo treedt singer-songwriter Douwe Bob elke dag op voor enkele tientallen bezoekers op het strand bij West aan Zee, net als op het festivalhart Westerkeyn.

Tussen het theateraanbod zit veel experimenteels. Neem ‘Botanical Wasteland’ van Theater Rotterdam, het duo Boogaerdt/VanderSchoot en Touki Delphine. In een loods op het industrieterrein van Terschelling ploft het publiek neer op harde bankjes pal rondom een terrarium vol planten, snoeren en plastic afval. De lichten dimmen. En wat er daarna gebeurt, poeh, dat is onmogelijk te beschrijven.

Alsof je LSD hebt ingeslikt, zo lijkt het bij deze voorstelling voor de liefhebber. Een handjevol spelers, onherkenbaar door maskers en andere camouflage, beweegt zich in de biotoop van de toekomst. Er klinkt een sissende ouverture vol ruis, gemaakt met buizen, fietspompen, computers en wat er ook maar ‘groeit’ in deze kunstmatige jungle.

Na het eerste kwartier en de eerste van vier jaargetijden waardoor het stuk voert, zakken er schermen langs de wanden van de futuristische kas. Daarop worden hallucinante beelden getoond, waarin felgekleurde planten vervloeien met mensachtigen. Bijna een uur lang worden bezoekers zo meegevoerd richting de ondergang van de mensheid, richting een nieuw begin. Althans, dat stelt het programmaboekje.

Nieuwsgierig naar de toekomst zijn onder meer ook ‘De Futuristen’ van Het Nieuw Utrechts Toneel, die bezoekers dagelijks in de rode koepel uitnodigen om van gedachten te wisselen over de invloed van uitvindingen als DNA-modificatie en kwantumcomputers op de samenleving. Wie tijdens Oerol rondtrekt over Terschelling, proeft zowel hoop als wanhoop over de wereld van morgen.

Papa Tango is pessimistisch in ‘Lost Tango’, het stuk waarmee Via Berlin zijn tienjarig jubileum viert, samen met het Ragazze Quartet, het tangotrio van Carel Kraayenhof en Orkater. Oudste dochter Clara heeft een gouden strot, maar ze durft haar zieke vader, blinde zusje en trouwe medewerkers van cruiseboot De Esperanza niet te verruilen voor roem. Weet haar wereldse zus Anna, met haar torenhoge stiletto’s, onafgebroken ringelende smartphone en rolkoffers, de verantwoordelijke oudste te overtuigen?

Met ijzersterk spel, oude én nieuwe tangomuziek en haast poëtische teksten als ‘alles is draaglijk, als je je telefoon maar kunt betalen’, verdient deze voorstelling over een muzikale familie op een zowel letterlijk als figuurlijk zinkend cruiseschip vijf sterren. Onder luid gejoel stapten de acteurs de duinpan uit.

Smeermiddel

Nóg een patroon op Oerol: de toeschouwer als onderdeel van de kunst. Niet alleen de van hand tot hand gaande flessen zonnebrandcrème zorgden dit jaar voor verbinding, ook een opvallend groot aantal voorstellingen diende als smeermiddel van het publiek.

Bij het knotsgekke ‘Party Dialogues’ begint de toenadering al voordat het stuk echt begint. Theater Artemis voegt bezoekers samen in een appgroep, waarin enkel de makers berichten kunnen sturen. Met teksten als ‘Bijna fissa!!!’ en ‘Dresscode: geen windjacks en teva’s’ ontsnapt er al ver voor aanvang gegrinnik uit de monden van de gasten.

De hilariteit neemt enkel toe op het puberfeest uit ieders jeugd. In witte gewaden, die het groepsgevoel versterken, worden bezoekers door zeven kleurrijke spelers aangespoord te dansen in een zijlokaal van een kerk. Zonder participatie geen voorstelling.

Net als vroeger bewegen de discogangers zich eerst wat onwennig op de happy hardcoremuziek uit de jaren negentig. Maar als de avond vordert, er Bacardi Breezers en andere typische tienerdrankjes ‘achterover worden getikt’, er wordt ‘gekotst’ en onhandige ‘versierpogingen’ worden gedaan, gaat iedereen los. Vol nostalgische verwarring verlaat je na afloop de dansvloer.

Op een andere manier bevreemdend is ‘In Order of Disappearance’ van Bart van de Woestijne. Wie zijn fiets op slot heeft gezet en op zoek gaat naar een podium, vindt bij de locatie in het naaldbos enkel onzorgvuldig gespannen gekleurde draadjes. Die moeten worden gevolgd naar hokjes aan de duinrand, maar niet voordat de bezoeker een koptelefoon krijgt aangereikt, waarna een stem de opdracht geeft minutenlang te kijken in de ogen van een van de andere toeschouwers.

‘Wat zie je?’, wakkert de stem de ongemakkelijke intimiteit aan. ‘En wat denk je dat de ander denkt, nu hij naar je kijkt?’ Eenmaal in het hokje met één glazen wand, die eerst als raam en later als spiegel functioneert, keren de vragen terug. ‘Wat als iemand anders, die precies op jou lijkt, jouw leven heeft overgenomen? Wat ziet die persoon dan in de spiegel?’ Moeilijk.

Audiotours als deze tieren dit jaar welig op Oerol, net als voorstellingen met wandeltochten. Maar er is iets geks aan de hand: het gros van de makers lijkt te zijn vergeten dat de meerwaarde van Oerol de versmelting tussen landschap en theater is. Een gekanteld perspectief misschien? Met de kanttekening dat Trouw slechts een greep uit het enorme aanbod heeft gezien, worden de door de natuur aangereikte attributen nauwelijks gebruikt, net zo goed hadden de voorstellingen binnen kunnen worden gespeeld. Zonde, want Terschelling zelf is uiteindelijk het grootste kunststuk.

De sfeer is goed in ‘Decemberdagen’

Het is een maffe gewaarwording: in de zinderende hitte kijken naar een moeder en twee volwassen dochters die een kerstboom optuigen. In ‘Decemberdagen’ van Rudolphi Producties komt het trio met Surinaamse wortels voor het laatst samen in het ouderlijk huis. Vader is overleden en moeder gaat verhuizen. Olijk mijmerend over vroeger pakken de vrouwen dozen in – de sfeer is goed, het spel kan beter. Maar wanneer de verhalen teruggrijpen naar hun geboorteland, blijken de familiebanden zwakker dan de vrouwen doen voorkomen. Is de onderlinge liefde sterk genoeg voor de geheimen waarin ze alle drie verstrikt zijn geraakt? Het publiek komt het antwoord op die vraag niet te weten. Jammer, want net als de relatie tussen de familieleden, blijft daardoor ook het stuk ietwat oppervlakkig.

‘One Million People and Me’ Beeld Nichon Glerum

‘One Million People and Me’ is ongrijpbaar

‘Yesterday worries me’, zingt een stem door de koptelefoon. ‘Uncertainty bothers me. Perfection obsesses me.’ Audiotour ‘One Million People and Me’ van Veerle van Overloop/ Shelfish Productions, een bewerking van de autobiografische romans ‘Suicide’ en ‘Autoportrait’ van fotograaf Edouard Levé, begint met een video. Jonge dansers komen samen en stuiven dan weer uiteen, vormen een groep en zijn dan weer eenzaam.

Dan verschijnt er een hand door het tentdoek. Volg me, gebaren de beringde vingers. In een rijtje lopen de toeschouwers achter de gemaskerde figuur aan, langs woonhuizen, door bossen en over duinen. Een Belgische vrouw fluistert in je oor. Langzaam wordt duidelijk dat zij de vriendin is van een 23-jarige zelfmoordenaar, die probeert te verklaren waarom haar lief zich van het leven beroofde. Vervreemdend en ongrijpbaar, is zowel het stuk als het motief.

Lees ook:

Theater in het hoge gras is razend populair

Theater over boeren of over de geschiedenis van de streek: het is razend populair bij een publiek dat normaal niet naar de schouwburg gaat

Lopen langs de Atlantikwall

Op Terschelling worden bunkers van de Atlantikwall weer toegankelijk gemaakt. Zolang het eiland nog in de sluimerstand staat, is het heerlijk rustig lopen langs dit stuk geschiedenis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden