null Beeld
Beeld

BoekrecensieHistorische roman

Veel beroddelde prinses van Oranje legt het aan met de koetsier

Willemijn van Dijk romantiseert het leven van Marianne van Oranje-Nassau, een negentiende-eeuwse ‘Diana’, in beeldende scènes maar slaat een al te tuttige toon aan.

Sandra Kooke

Op een koude oktoberochtend in 1843 verliet Marianne, prinses van Oranje-Nassau en echtgenote van de Pruisische prins Albrecht, in alle stilte haar paleis­­ in Berlijn. Ze liet haar man en drie kinderen achter en vertrok per koets naar Italië. Zo vluchtte ze uit een liefdeloos huwelijk. Het werd een schandaal.

En bij dat ene schandaal bleef het niet. Marianne van Oranje-Nassau (1810-1883), dochter van koning Willem I, het jonge zusje van koning Willem II, is nu nagenoeg vergeten, dat was tijdens haar leven wel anders. Er werd in Den Haag gesmuld om de roddels die over haar de ronde deden.

Getalenteerde vrouw

Het interessante van Marianne is dat ze uit de gouden kooi van de koninklijke familie stapte en koos voor een zelfstandig bestaan. Het moet een getalenteerde vrouw zijn geweest. Ze componeerde en verzamelde kunst, was zeer religieus en deed veel aan liefdadigheid rond haar landgoederen. Ze reisde veel en woonde jarenlang samen met een minnaar.

Zo’n bijzondere, vrijgevochten vrouw verdient meer bekendheid en de beste vorm daarvoor is de geromantiseerde biografie, begreep oudhistoricus en schrijfster Willemijn van Dijk, die eerder de BNG Bank Literatuurprijs won voor haar boek Het wit en het purper; ook een historische roman.

Hoe breng je zo’n negentiende-eeuwse prinses Diana tot leven? Hoe maak je haar scheiding en haar breuk met de koninklijke familie begrijpelijk? Hoe verklaar je dat ze onder de waterpokken een hoffeest kwam bederven door te proberen iedereen te besmetten? Waarom hield zij een zwarte jongen als slaaf? Waar kwamen haar liefde voor kunst, de kerk en haar ruimhartige liefdadigheid vandaan? En dan die minnaar!

Van Dijk tekent Marianne als iemand die van jongs af aan een buitenbeentje was dat moeite had met het protocol. ‘Ze zat nooit eens stil, zeiden ze, ze rende rond als een dolle, alsof ze te strak ingesnoerd was. Ze kronkelde, gebaarde, lachte, friemelde…’ Aan het hof maakte men zich al vroeg zorgen over haar waardigheid, vertelt Van Dijk.

Een prins waar meisjes van dromen

Eenmaal op huwbare leeftijd stonden de gegadigden toch voor Marianne in de rij. Met haar verloofde, de Zweedse Prins Gustaaf – ‘ongelooflijk knap, het soort prins waar meisjes overdag van dromen’ – mocht ze uiteindelijk om politieke redenen niet trouwen; ze kreeg de onbekende Albrecht­­ van Pruisen toegewezen. Vijf kinderen­­, van wie er drie de kindertijd overleefden­­, kreeg ze met hem.

Maar ze kon niet aarden aan het stijve Pruisische hof. ‘Het voelde alsof ze in een val was gelopen… wat had zij te zoeken aan dat spartaanse hof waar alles star, barbaars, sober en dodelijk saai was?’ Van Dijk laat haar worstelen met de juiste aanspreektitels, ze mag op een bal niet dansen met wie ze wil. En als ze tekenles wil nemen, gaat dat niet door, want een kunstenaar komt er niet in.

Als ze de notoire vreemdganger Albrecht betrapt met haar hofdame, is het genoeg geweest. Op haar 33ste begint ze aan haar eigen leven met een reis naar Italië: ze bezoekt het eiland Ischia en daarna Rome­­.

Portret van Marianne van Oranje-Nassau, gemaakt door J. P. Koelman in 1846. Beeld
Portret van Marianne van Oranje-Nassau, gemaakt door J. P. Koelman in 1846.

Benepen

Er zijn genoeg redenen om met de arme prinses mee te leven. Toch lukt dat niet goed en dat komt door de benepen en tuttige toon die Van Dijk aan Marianne geeft. Die past niet bij de intelligentie en spontaniteit die ze de prinses toeschrijft. ‘Papà, is het waar wat ze zeggen? Heeft u de troon opgegeven voor de liefde?’

Na haar vlucht denkt ze bij zichzelf: ‘O, als ze eerlijk was, had niet alleen haar echtgenoot gefaald’. Welke vrouw heeft het in gedachten over ‘haar echtgenoot’? Waarom niet ‘Albrecht’, of desnoods ‘die rotzak’? Als ze terugdenkt aan de tijd vlak voor haar huwelijk­­ heeft ze het erover hoe ze verlangde naar ‘een glanzende toekomst, in een nieuw, bruisend land, het land van Goethe, het land van Bach en de gebroeders Von Humboldt.’ Zijn dit de gedachten van een onstuimig meisje van net twintig?

Daar staat tegenover dat Van Dijk beeldend kan schrijven over de reizen die Marianne maakt. Met name Rome, waarover ze veel weet, komt tot leven onder haar pen. Ook de verschillende vertelperspectieven werken: Van Dijk vertelt het verhaal vanuit de prinses én de mensen om haar heen. Zo kan ze van binnenuit over het Haagse hof schrijven en over de familieperikelen van de Oranjes, over het vroege toerisme naar Italië en de Oriënt en het schildersleven in Rome. Die afwisseling geeft kleur.

En dan zijn daar nog de romantische ontmoetingen met Johannes van Rossum, de koetsier die haar secretaris en minnaar werd. Van Rossum was de zoon van een kruidenzoeker en getrouwd met een barvrouw, die hij voor de prinses verliet. Het moet een bijzondere relatie zijn geweest, waarbij de vrouw de werkgever van de man was. In het hele boek valt er desondanks geen onvertogen woord tussen hen. Vanaf de eerste dag voelen ze elkaar geweldig aan en delen ze interesses in theologie en kunst. Hij volgt haar in alles, maar vindt dat kennelijk geen probleem. Zij ook niet.

Geen plaats voor schuldgevoel, jaloezie of onbegrip

Het zijn dit soort psychologische kwesties die diepte hadden kunnen geven aan Marianne. Maar in dit boek is geen plaats voor schuldgevoel, jaloezie of onbegrip, althans­­ niet bij de hoofdpersoon. Het is tekenend dat er in het boek geen gedachten over de zwarte slaaf voorkomen. In plaats van voor reliëf kiest Van Dijk voor idealisering van de prinses en haar leven. Ze besluit van haar Romeinse villa een trefpunt van kunstenaars te maken en even later was dit ‘een plek voor het vrije, ongeregelde leven van Bohemiens. (...) Elke avond op de Celio was een opgetogen samenkomst van tolerante geesten, een verrukking van vrijheid, intelligentie en genot, (…) heel vaak was er discussie, maar nooit ontstond er ruzie.’ Hoe saai is dat.

Wonderlijk hoe in dit boek mooie scènes worden afgewisseld met platitudes. Voor wie zich wil onderdompelen in het warme zonlicht in Rome, in een diligence de Alpen over wil steken of de piramides van Egypte wil bezoeken, is dit een aantrekkelijk boek. Maar het is Van Dijk niet gelukt een waarachtig portret van prinses Marianne te schetsen.

null Beeld

Willemijn van Dijk
De Italiaanse prinses
Ambo Anthos; 320 blz. € 22,99

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden