Review

Vanuit welke plek zie je de wereld?

Eeuwenlang hebben we ons opgenomen gevoeld in een vogelperspectief: dat van God. Maar dat gezichtspunt is passé: we zweven nergens boven.

Ger Groot

regering og nooit was een filosofieboek N begonnen met zo'n overdonderende visuele oefening als ' De woorden en de dingen', waarmee de historicus Michel Foucault in Frankrijk in 1966 op slag beroemd werd.

Nog altijd herinner ik me de opwinding waarmee ik indertijd het eerste hoofdstuk las. Het heet ' De hofdames', naar het schilderij ' Las meninas' van Velázquez, dat Foucault in het hoofdstuk minutieus ontleedt. Welke lijnen verbinden de blikken van de acht bijfiguren op het doek? Hoe wordt het prinsesje in het midden van de voorstelling daardoor ontsloten? En vooral: vanuit wiens gezichspunt zien we het tafereel eigenlijk?

Velázquez, die zelf op het doek is afgebeeld, moet het weten. Hij kijkt de toeschouwer onderzoekend aan, vanachter een doek dat h¿ j op zijn beurt aan het schilderen is en dat ,, zo zou ik later in het Madrileense Prado ontdekken”, ongeveer even groot is als ' Las meninas' zelf.

De oplossing van het raadsel ligt letterlijk op de achtergrond van het schilderij. Tegen de wand die het vertrek van achteren afsluit hangt een spiegel waarin de gezichten van het Spaanse koningspaar, ouders van het kleine prinsesje, zich aftekenen.

Velázquez schildert dus een staatsieportret, dat niet ' Las meninas' is. Of toch wel? Heeft hij het genre daarvan misschien gerevolutioneerd door niet allereerst hun persoon maar vooral hun blik te portretteren? Want ontegenzeglijk zien wij op het doek wat zij zagen - dat wil zeggen: hoe de wereld in hun ogen perspectief en gestalte kreeg. Als dat zo was, dan tuurde de schilder op het doek niet naar de vorst, maar naar een spiegel op de plaats die eigenlijk de hunne was. Daarin werd hun blik zijn blik en hoefde hij in de spiegel tegen de achterwand alleen hun gezichten nog maar in te tekenen. Moeilijk kon dat niet geweest zijn. Velázquez had hen al talloze malen geportretteerd.

Nog altijd is dat eerste hoofdstuk van ' De woorden en de dingen' een wonder van kijkkunst: half ontdekkingsreis, half detective en even opwindend als elk van beide. Het was de volmaakte illustratie van de hoofdstelling uit zijn boek: dat de Europese mensheid de wereld eeuwenlang gezien had als door de ogen van God (of diens plaatsvervanger de Vorst), maar rond 1800 plotseling zichzelf op diens troon zette en de wereld met eigen ogen begon te bezien.

Daarmee, meende Foucault, begon de mens heel anders te denken over zichzelf en zijn wereld. Hij bevond zich niet langer in een orde die (van ' bovenaf') gegeven was, maar maakte die orde zelf. En zo kwam hij in een dubbelrol terecht, net als Velázquez op zijn eigen schilderij. Hij keek naar de wereld en daarin kwam hij zichzelf tegen. In dat spiegelspel was hij tegelijkertijd subject en object - moderner gezegd: mens en God ” geworden.

Twee dingen wilde Foucault aantonen. Ten eerste dat de manier waarop de mens zich de wereld voorstelt niet - zoals een structuralist als LeviStrauss had beweerd - altijd hetzelfde blijft. En ten tweede dat de godachtige plaats die de moderne mens zichzelf toebedeelt niet vol te houden is. Het dubbelspel waarin hij enerzijds de wereld draagt en anderzijds een speler is in die wereld, moet wel tot contradicties leiden, waarin het moderne ' subjectsdenken' ten onder gaat.

Die laatste gedachte vatte Foucault samen in de slotzin van ' De woorden en de dingen', die in de naoorlogse filosofie een gevleugeld woord geworden is: ,, De mens [ het moderne, autonome subject] zal verdwijnen zoals een gelaat in het zand aan de rand van de zee.”

Zo overdonderend als het boek begon, eindigde het ook. De echo ervan zou decennia lang blijven doorklinken en blijft zelfs in een tijd die het humanisme heeft herontdekt imposant. Op het schilderij van Velázquez kruist de blik van de schilder nog altijd die van de kijkerkoning die dankzij Foucault steeds minder weet waar hij het zoeken moet. De grootste ironie is wel dat deze slechts op het laatste moment ” en op aandringen van zijn uitgever ” besloot zijn boek met dit magistrale hoofdstuk te beginnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden