Review

Van Zweden is een operadirigent om rekening mee te houden

Dat Jules Massenet, net als zijn Italiaanse tijdgenoot Giacomo Puccini, haast ongegeneerd het hart van de toehoorder kan raken, werd in de afgelopen ZaterdagMatinee gelukkig weer eens duidelijk. Als Sancho Pança zijn zonderlinge meester Don Quichotte tegenover de meute verdedigt, trekt Massenet alle muzikale en emotionele sluizen open. Bariton Alain Vernhes begreep wat de componist daar verlangde. Hij gooide zijn hele vocale hebben en houden in de strijd en sloeg beschermend zijn armen om de op een stoel zittende Roberto Scandiuzzi (Quichotte) heen. Top-theater in een concertante setting, waarmee Vernhes terecht een ovatie oogstte.

Daarna, in de laatste van de vijf akten die Massenets opera 'Don Quichotte' in beslag neemt, werd het er qua uitmuntende tranentrekkerij alleen nog maar beter op. Na dat dramatische hoogtepunt van Sancho verliest Massenet de greep op de partituur niet en schrijft een ongemeen fijnzinnige, sobere en ontroerende laatste akte.

De titelheld - in de opera veel meer een wereldvreemde, romantische weldoener dan Cervantes' dolende ridder - is inmiddels stervende, laat zijn trouwe knecht een droomeiland na en hoort nog één keer de stem van zijn onbereikbare Dulcinée. Het siert Massenet dat hij daar niet makkelijk teruggrijpt op Quichotte's wonderschone serenade uit de eerste akte, een melodie die op andere plekken in de partituur met veel effect opduikt. Massenet heeft duidelijk iets anders voor met deze sterfscène en slaagt daar wonderwel in.

De opera's van Jules Massenet zijn al lang geen gemeengoed meer in de theaters en van zijn ruim twintig titels worden tegenwoordig alleen 'Manon' en 'Werther' voor vol aangezien. Dat dat niet terecht is, bewees deze matinee maar weer eens. In het verzinnen en uitwerken van aanstekelijke melodieën geeft Massenet, ten tijde van 'Don Quichotte' al bijna zeventig jaar oud, menige hedendaagse musicalcomponist het nakijken.

Massenet schreef 'Don Quichotte' op verzoek van de Opéra de Monte Carlo, waar het werk in 1910 in première ging. De beroemde Russische bas Fjodor Sjaljapin vertolkte de titelrol en sindsdien staat de rol op het verlanglijstje van elke bas van naam. Henk Smit zong de rol vorig jaar nog in het productie van CREA en Operastudio Nederland.

De Italiaan Roberto Scandiuzzi raakte ziel en oor in zijn prachtig afgewogen interpretatie van de treurige titelheld. Samen met Vernhes vormde hij het hart van deze middag. Mooie bijdragen ook van Monica Bacelli (Dulcinée) en de jonge Nederlander Thomas Oliemans (Juan).

Jaap van Zweden leidde de troepen en wederom liet hij er geen misverstand over bestaan dat hij een operadirigent is om rekening mee te houden. De sfeertekening aan het begin van de opera klonk weliswaar hoekig en hard, maar daarna vond Van Zweden een lagere versnelling die het werk zeer ten goed kwam. Hij moet aan het slot net zo ontroerd zijn geweest als wij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden