Van 'Zeitwenden' gaat geen prikkeling uit

Enige ambitie valt de Duitse museumwereld niet te ontzeggen. Terwijl er alom uitvoerig wordt gesproken over de kunst die in de afgelopen eeuwen en zelfs in het afgelopen millennium werd gemaakt, staken musea in het Ruhrgebied de koppen bij elkaar om in Bonn een monstermanifestatie te organiseren. Die moest in één keer de hele beeldende kunst in de westerse wereld op de kaart zetten. Op lokaal niveau werd de culturele kennis aangesproken, wat nu geleid heeft tot de expositie 'Rückblick' (terugblik), terwijl ook een visie op de toekomst moest worden gegeven.

Daarvoor werd de titel 'Ausblick' bedacht, wat in dit geval het best vertaald kan worden met 'vooruitzicht'. Het is de Gentse museumdirecteur Jan Hoet die als gastconservator voor dit deel van de manifestatie werd aangezocht en kunstenaars mocht vragen om hun visie op het nieuwe millennium te geven. Vreemd genoeg is dat veel beter gelukt dan de terugblik: hoewel Hoet geen enkel historisch houvast had, lieten zijn kunstenaars het niet afweten. Van begin tot eind is 'Ausblick' een show van superlatieven, niet alleen wat de namen betreft, maar ook qua omvang van de werken die elke zaal, elke hoek en de gangen (en dat zijn er nogal wat in dit labyrintische gebouw) van het Kunstmuseum in Bonn hebben gevuld. Hoet kwam tot 99 namen, de meesten uitgerijpt of gearriveerd, een kleiner aantal onbekend, want uit verre, afgelegen streken, maar weinigen of geen ongetalenteerd.

'Rückblick' en 'Ausblick' vormen tezamen de mega-tentoonstelling 'Zeitwenden' (Keerpunten). De derde titel van dit overzicht van de westerse kunst wil op mogelijke keerpunten duiden, maar die zijn in Bonn met een lantaarntje te zoeken.

Van keerpunten in de geschiedenis is weinig te vinden, van keerpunten in de kunstgeschiedenis al helemaal niets. Verwacht dus niet schilderijen van Vlaamse meesters te vinden (de weinige gotische taferelen zijn van lokale meesters uit het Rijngebied), geen Gouden Eeuwers als Rembrandt, Rubens of Vermeer, geen impressionisten, geen kubisten of abstracten. En wie denkt dat de moderne kunst met Cézanne, Malewitsj of Mondriaan is begonnen - wat gelukkig onomstotelijk vaststaat - die wordt in Bonn op het verkeerde spoor gezet. Het hele 'historische' traject krijgt een krachtig slotakkoord in de vorm van een installatie van Bruce Naumann waarin een stormvloed van geweld die de westerse samenleving over zich heeft afgeroepen, wordt aangekondigd.

En toch, het is zo gemakkelijk om op te noemen wat er allemaal niet is, terwijl de samenstellers van de expositie het getoonde toch met grote zorgvuldigheid presenteren. Wat te zien is, heeft alles met dat zien, met kijken te maken. Iedereen kijkt op deze schilderijen naar zichzelf, naar anderen, naar interessante zaken, of gewoon in het niets. Mensen scholen bijeen, op pleinen, markten, bij feesten en in het bad, ze reageren op elkaar of houden zich van de domme. Behalve de schilderijen worden geschreven en gedrukte bronnen getoond, zoals bijbels, manuscripten, globes en wereldkaarten, als even zo vele bewijzen van de menselijke aanwezigheid op deze planeet. Voortdurend lijken de organisatoren (in dit geval een team onder leiding van Frank G. Zehnder, directeur van het Rheinisches Landesmuseum in Bonn) zich bewust van het feit dat de mens voor een hoogstaande cultuur heeft gezorgd. Geen spoor van oorlog of geweld (de installatie van Naumann laat hoogstens een gesublimeerde en overgestileerde vorm van verbaal geweld zien) en ook niet de reacties die daarop ontstonden. 'Terugblik' kent daardoor nauwelijks enige dynamiek, is in zijn diepste wezen statisch.

Met 'Vooruitzicht' is dat minder het geval. Hoet bewandelt weliswaar een beproefd parcours door een groot aantal gelouterde namen te kiezen, van Georg Baselitz, Anselm Kiefer en Louise Bourgeois tot Rob Birza, Avery Preesman en Rebecca Horn, maar duidelijk is dat hij geen uitgesproken voorkeuren heeft willen tonen. Schilders hangen keurig naast installatiemakers, filmers naast fotografen. Iedereen mocht zijn ideeën over de 21ste eeuw vertonen, maar weinigen blijken over profetische gaven te beschikken. De meeste geïnviteerde kunstenaars vertonen het kunstje dat je van hen mag verwachten. Dat betekent dat je van het Brits-Italiaanse duo Gilbert and George een keurig en kleurig fotoluik kunt zien, On Kawara's obsessie voor cijfers (ditmaal uitgesproken in plaats van genoteerd) kunt volgen en dat Roman Opalka opnieuw zijn getallenreeksen schildert. Eén ding wordt duidelijk: Hoet moet niks hebben van de jonge Britten. Geen Damien Hirst, geen Sarah Lucas, geen Ed Lipski.

Geen enkele kunst op de expositie confronteert, alles voegt zich soepeltjes in het beeld dat de meeste kijkers van kunst verwachten. Ook daarmee wordt geen keerpunt aangegeven. Maar, zal Hoet zeggen, als de huidige kunst niet voor een beslissende wending staat, dan zal dat er ook niet uitkomen. Er is in deze optiek nog niets belangrijks aan de hand. Voor de ambitieuze samenstellers in Duitsland moet dat zo kort voor de eeuw- en millenniumwende een zure appel zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden