Review

Van vaderland naar moederland

In het ’vervolg’ op zijn doorbraakroman ’Sproetenkoppen’ geeft de (half-) Ierse schrijver Hugo Hamilton zijn jonge held de ruimte: hij gaat werken aan zee en vindt zichzelf in Duitsland, het land van zijn moeder.

Soms kan een schrijver ook nadat zijn boek verschenen is, het gevoel houden dat de personages nog iets van hem willen. Denk maar aan Roddy Doyle, die moeilijk ’zijn ster’ Henry Smart en Paula Spencer (‘De vrouw die tegen de deur aan liep’) kan loslaten.

Een schrijver die evenmin afscheid kan nemen van de rib die hij uit zijn eigen lijf genomen heeft, is Hugo Hamilton. Hij publiceerde in 2003 de prachtige autobiografische roman ’Sproetenkoppen’ (The Speckled People’). Het is het verhaal van een jeugd die overschaduwd wordt door zijn anti-Engelse en uitsluitend Gaelic sprekende vader Jack en Duitse moeder Irmgard -–haar oorlogstrauma werd in 1991 al beschreven in de roman ’Het laatste schot’. De verteller, Johannes, voelt zich onbegrepen omdat hij Iers móet zijn en niet Duits mág zijn. Klem tussen de opvattingen van zijn vader en de geschiedenis van zijn moeder, voelt hij zich tweemaal gehersenspoeld en mist hij een eigen identiteit. In ’Sproetenkoppen’ ebt de spanning pas weg in het laatste hoofdstuk nadat Jack gestorven is. Als Irmgard en Johannes teruggaan naar haar lievelingsplek bij Lough Derg, voel je de ontlading wanneer zij na lange tijd voor het eerst weer een sigaret opsteekt: ,,We roken de nieuwe rook in de schone lucht en wachtten. Ze zei dat ze niet wist hoe we verder moesten. We waren verdwaald, maar ze lachte en het gaf niets.”

Hamilton moet dat zich daarna vaker hebben afgevraagd: Hoe nu verder? Want al kon Irmgard eindelijk roken en vrij ademhalen, Johannes stond erbij en keek ernaar. Wat zou zijn bestemming worden?

In ’De verdwijntruc’ komt de schrijver op die vraag terug. Om zich te bevrijden van zijn jeugd, vereenzelvigt Johannes zich met zijn grootvader John Hamilton, die diende bij de Britse marine en daarom door zijn fanatiek-Ierse zoon weggemoffeld is uit de herinnering: zijn portret hangt achterin de kleerkast. Vandaar ook de oorspronkelijke titel: ’The Sailor in the Wardrobe’.

Na de middelbare school besluit de ’ik’ samen met zijn stoere vriend Packer bij een kreeftenvisser te gaan helpen, in een haventje onder de rook van Dublin.

Het bijzondere van deze vlucht naar de kust is dat Hamilton een nieuw décor schept waarin zijn verteller ook werkelijk de ruimte krijgt om zich van zijn benauwde jeugd te bevrijden en zichzelf te ontdekken in een tijdperk dat niet geheel toevallig samenvalt met de roerige jaren zestig van The Beatles en de Praagse lente.

Het decor van de zee en de haven, die uit de lucht de vorm heeft van een Ierse harp, geeft de schrijver bovendien de kans om het autobiografische element ondergeschikt te maken aan de verbeelding. En ook daarin slaagt Hamilton meesterlijk. Zo wordt een vete tussen Johannes’ katholieke baas en een andere, protestantse visser, metafoor van het godsdienstgeweld in Noord-Ierland. Ook de verdwijning van zijn Duitse oom Stefan (die zijn ziel terug wilde winnen aan de Ierse westkust) voedt Johannes’ droom om weg te gaan.

Als hij na veel omzwervingen uiteindelijk besluit om naar Berlijn te verhuizen en daar een nieuw leven te beginnen, heeft hij voor het eerst het gevoel ’vaste grond’ onder zijn voeten te hebben. Met dank aan zijn weggestopte grootvader, zijn verstandige en liefdevol beschreven moeder en niet te vergeten zijn idool John Lennon, half-Iers toch, met zijn profetische woorden: ,,Get back to where you once belong(ed), get back, Jojo.’’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden