Week van het Nederlands

Van vaagtaal tot straattaal: deze zes titels maken kans op de Taalboekenprijs

Zullen we bij mij thuis afteren? Het ‘Smibanese woordenboek 2.0’, over straattaal uit de Bijlmer, staat op de shortlist van de Taalboekenprijs 2020.

“Je moet pas adviseren als er naar je geluisterd wordt.” Van wie is deze uitspraak? Van Johan Cruijff inderdaad, de enige Nederlandse voetballer met een eigen lemma in de Dikke Van Dale. Daar wordt het ‘cruijffiaans’ beschreven als ‘raadselachtige, diepzinnig aandoende uitspraken die niet altijd de regels van de logica lijken te volgen’.

Wie zich weer eens wil verdiepen in het gedachtegoed van het voetbalicoon kan grijpen naar het recent verschenen ‘Cruijffiaans. Uitspraken, gedachtegoed en voetbalvisie: een thematisch totaaloverzicht’ van voormalig hoogleraar sportrecht Rob Siekmann. Hij analyseert de cruijffismen tot op het bot en verdient daarmee een nominatie voor de Taalboekenprijs.

Die prijs is een initiatief van Genootschap Onze Taal, het Algemeen-Nederlands Verbond en Trouw en wordt dit jaar voor de tweede keer uitgereikt, begin oktober. Vorig jaar ging de prijs naar taaljournalist Gaston Dorren voor zijn aanstekelijke boek ‘Babel. De twintig reuzentalen van de wereld’.

Naast ‘Cruijffiaans’ staan er nog vijf titels op de shortlist: ‘De geniale eenvoud van taal’ van Hedde Zeijlstra, ‘De handen van Cicero. Retorische antwoorden op de retoriek van deze tijd’ van onder anderen Arnon Grunberg en ‘15 eeuwen Nederlandse taal’ van de productieve taalkundige Nicoline van der Sijs. 

Een vijfde nominatie is voor ‘Wat je zegt, gaat vanzelf. 67 opgewekte taalverhalen’ van de onlangs overleden taaljournaliste Liesbeth Koenen. Zij ergerde zich soms aan vaagtaal, bijvoorbeeld als mensen iets ‘aangeven’ in plaats van gewoon ‘zeggen’. Maar haar bundel ademt vooral taalplezier uit: “We zijn geweldig in taal. Allemaal.”

Verrassend is de nominatie van ‘Smibanese woordenboek 2.0’ van rapper Soortkill, over de straattaal uit de Bijlmer. Het Smibanese komt voort uit de hiphopgemeente en is een mix van allerlei talen en neologismen. Zo komt babba (speeksel of spuug) uit het Surinaams: “Alleen maar babba komt uit z’n mond als-ie praat, lompe guy.” En afteren (van afterparty) komt uit het Engels: “Zullen we afteren bij mij thuis?”

Heeft het taalboek een eigen prijs nodig? “Er kunnen niet genoeg prijzen zijn”, vindt juryvoorzitter en neerlandica Nelleke Noordervliet. “En het is belangrijk om aandacht te hebben voor onze taal.” Het Nederlands wordt soms verdrongen door het Engels, maar daarover maakt zij zich geen grote zorgen. “Het Engels is nu de lingua franca, waarmee ik teruggrijp op het Latijn. In de zeventiende en achttiende eeuw wemelde het weer van het Frans. Zo vond Multatuli het heerlijk om mensen te epateren met zijn kennis van het Frans.”

Dat neemt niet weg, zegt Noordervliet, “dat je wel je eigen taal moet beschermen en uitdragen, propageren én onderwijzen. Met een dikke streep onder dat laatste woord.” 

Wie de Taalboekenprijs 2020 krijgt, wordt bekend gemaakt tijdens de Week van het Nederlands (3 t/m 10 oktober). 

Lees ook:

Eerste Taalboekenprijs voor Gaston Dorrens aanstekelijke ‘Babel. De twintig reuzentalen van de wereld’

Vietnamees leren was té moeilijk voor taaljournalist Gaston Dorren. Maar hij won met ‘Babel’ wel de allereerste Taalboekenprijs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden