Review

Van sporten word je dik en dom

Plato waarschuwde al tegen sportverdwazing. De bioloog Midas Dekkers haalt in zijn nieuwe boek de wijsgeer graag aan. Sport is ongezond en ook onnatuurlijk, kijk maar naar de dierenwereld. ’Sport is een dier gewoon te link.’

De gymzaal moet voor Midas Dekkers in zijn jonge jaren een kwelling zijn geweest. Scholen zijn tankstations van de geest, dacht hij. Maar tot zijn grote verbazing bleek dat ze daar ook zijn lichaam wilden onderwijzen. Hij moest bokje springen, in rekken klimmen, rare pasjes maken, hardlopen tot ie pufte, voetballen tot ie viel. „Verbazing maakte plaats voor verontwaardiging. Lijfstraffen waren toch afgeschaft”, schrijft hij in zijn nieuwste boek ’Lichamelijke oefening’. „Waarom kreeg ik in plaats van kennis een bal naar mijn hoofd?”

In de gymzaal werden de ’hooggestemde idealen’ van Dekkers’ jongensgeest met grote voeten getreden. En dat werd op de universiteit alleen maar erger. „Ook in de tempel van de wetenschap werd het lichaam vereerd.”

Terwijl de sportscholen uitpuilen met mensen die hun lichaam tarten en de opwekking om te bewegen ter wille van je gezondheid op allerlei manieren in praktijk wordt gebracht, gaat Midas Dekkers deze hedendaagse Körperkultur van de Homo adidas te lijf. Zoals het een bioloog betaamt: met een fileermes, gescherpt met ironie en overdrijving. Sport hoort niet op school thuis, vindt hij: „Niet meer dan tangodansen, pindapellen of pimpampetten, lijkt me.” Sport is meer iets voor je eigen vrije tijd, louter tijdverspilling. „Vanouds wordt sport door veel mensen als het tegenovergestelde van denken beschouwd. Het verhoogt je niet, maar verlaagt je.”

Met instemming verwijst Dekkers naar de wijsgeer Plato, die al waarschuwde tegen sportverdwazing. Of naar schrijver-journalist Rudy Kousbroek, die sport iets voor imbecielen noemde. Toch is niet iedereen die sport bedrijft wat Dekkers betreft onwijs. „Goethe zwom, kampeerde en reed paard. Gorter speelde cricket en werd later alpinist. Tolstoj was oersterk en een hartstochtelijk jager. Byron was paardrijder en zwemmer. Ook geleerden kunnen sporters zijn. Voor hij het atoom splitste, was Ernest Rutherford een gevierd rugbyspeler en zijn collega-kerngeleerde Niels Bohr vierde in Kopenhagen triomfen als voetballer. Vanwaar deze interesse voor het lichaam bij de ridders van de geest? Vervelen ze zich daarboven? Hebben ze hun verstand verloren?”

Voor Dekkers is sport onnatuurlijk. Hij wijst er in dat verband op dat een dier in de regel niet sport. „Het is wel wijzer. In medailles is hooguit een ekster geïnteresseerd en eer kun je niet eten. Sport is een dier gewoon te link.” Jonge leeuwtjes rennen niet om zich voor later te oefenen maar ’om al hun systemen in te regelen’: „Eenmaal volwassen, verzetten ze geen poot onnodig.” En vogels vliegen alleen in de lente om hun jongen groot te brengen en in de herfst om naar het zuiden te trekken – in de tussentijd zitten ze lui op een tak te kijken naar een ondergaande zon.

Dekkers vindt sport maar ongezond. Hij ziet meer mensen binnen in een zweethal over een band lopen dan lekker buiten in de natuur: „Wandelen geldt als niksen, fitness als bezig zijn.” En met verbijstering beluistert hij ex-minister en marathonlopen Pieter Winsemius, wiens levensleus luidt dat al dat hollen geen zin heeft als het geen pijn doet.

’Lichamelijke oefening’ bevat een eindeloos aantal voorbeelden dat sport niet deugt of alleen maar problemen oproept. Het is te danken aan de dienstplicht dat we zijn gaan sporten (’kanonnenvlees moet mals zijn’) en met het ideaal dat je met het lichaam de geest verbetert. Dekkers gaat dwars tegen alle reclameboodschappen in dat sport zo goed voor je is: hoe meer we bewegen, hoe vetter worden we.

Natuurlijk valt er een hoop af te dingen op de zuurpruim en humoristische scherpslijperij van Dekkers, al zal hij er vast ook wel weer iets tegenover kunnen stellen. En hij is ook echt geestig, tot in de fotobijschriften aan toe: ,,Toen geen mens meer met een stok wilde lopen uit angst voor oud te worden versleten, verzonnen de stokkenfabrikanten een list: twéé stokken. De rage van het nordic walking.’’

Met al zijn voorbeelden houdt Dekkers de Homo adidas een spiegel voor, al is het een lachspiegel. Daarin doet het boek denken aan ’Alleman’, de film van Bert Haanstra.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden