Review

Van Kralingen volgt Brouwenstijn groots op

ENSCHEDE - Het openingsbeeld van de nieuwe 'Fidelio'-enscenering bij de Nationale Reisopera komt hard aan, maar blijkt uiteindelijk heel vrijblijvend. Regisseur Monique Wagemakers toont tijdens de ouverture tot Beethovens enige opera een groep tot op het ondergoed uitgeklede gevangenen. Langzaam sjokken ze over een loopbrug het decor in, waarna via belichting wordt gesuggereerd dat daarachter iets gruwelijks gebeurt. Hopen schoenen en jassen is het enige wat van hen op het toneel achterblijft.

Marzelline, dochter van de gevangenbewaarder Rocco, ontfermt zich vervolgens over de achtergebleven kleding en het is gezien de gruwelijkheden die in de gevangenis plaatsvinden niet meer dan normaal dat ze zo venijnig reageert op de avances van die zak van een Jaquino: op deze desolate plek waar dood en verderf heerst staat haar hoofd daar totaal niet naar. Een origineel en sterk begin, maar Wagemakers kan de beklemming niet vasthouden. Al snel wordt het weer de burgerlijke biedermeier-sfeer die óók aan Beethovens opera kleeft. Rap geeft Marzelline zich weer over aan haar onmogelijke liefde voor Fidelio, van wie zij denkt dat het een man is. Dagdromend, verdwijnt haar mededogen met de gevangenen als sneeuw voor de zon.

Na een vrij statische voorstelling, zonder veel opzienbarends komt Wagemakers via een scherpe personenregie (waar vooral Miranda van Kralingen als Fidelio/Leonore van profiteert) bij een slotbeeld uit dat voor raadsels zorgt. Leonore heeft, vermomd als Fidelio, haar man Florestan uit de klauwen van zijn politieke tegenstander Pizarro kunnen redden en het jubelende slotgezang is een hulde aan haar moed, maar ook aan een samenleving vrij van tirannen.

Wagemakers ziet dit slot als afgeleid van Mozarts 'Zauberflöte'. Beethovens minister Don Fernando ziet eruit als Mozarts Sarastro die dezelfde teksten bezigt: 'Tyrannenstrenge sei mir fern. Es sucht der Bruder seine Brüder und kann er helfen, hilft er gern'. Met op de achtergrond een vanuit het heelal gefotogafeerde aardbol en met een koor verkleed als hogepriesters en -priesteressen verkondigt Fernando/Sarastro een soort van pantheïstische heilsboodschap. Met wat fantasie kun je ook de andere personages in Mozarts opera plaatsen: Leonore is Pamina, Marzelline is Papagena en Pizarro is de gevaarlijk Königin der Nacht.

Wagemakers maakt hiermee een nogal ongeloofwaardige slag in de lucht en van het gruwelijke slotbeeld blijft niets over; alsof er van politieke moord in Rocco's gevangenis nooit meer sprake zal zijn.

Nee, de glorie van de voorstelling op zondagavond (de tweede van de reeks in Enschede) lag in de orkestbak en bij een aantal zangers. Jaap van Zweden leidde het Orkest van het Oosten en hij deed dat schitterend. Afgelopen zomer bewees hij tijdens een concertante uitvoering van 'Fidelio' in het Amsterdamse Concertgebouw al dat hij de partituur van Beethoven volledig in de vingers heeft. Nu, voor het eerst in de bak, bestendigde Van Zweden die positieve indruk en ontpopte hij zich als een operadirigent van formaat. Liefdevol begeleidde Van Zweden het eerste duet tussen Marzelline en Jaquino en in de bulder-aria 'Ha welch ein Augenblick' van Pizarro was de detaillering in het orkest fantastisch. Het beroemde gevangenenkoor liet hij uiterst zacht beginnen en daarin overspeelde hij zijn hand een beetje, omdat de kwaliteit van het Orkest van het Oosten, hoewel verder uitstekend, daar net te wensen overliet.

Miranda van Kralingen presenteerde haar interpretatie van de titelrol voor het eerst in Nederland. Bij de Komische Oper in Berlijn vertolkte zij Fidelio al met veel succes. In Enschede heeft de interpretatie zich waarschijnlijk verdiept. Hier stond een als man verklede vrouw die letterlijk op springen stond, een emotionele bom die elk moment ontploffen kon. Prachtig hoe zij in elke beweging en elk gebaar en in elke gezongen frase liet doorschemeren dat zij een geheim meedraagt en dat dat geheim haar onuitsprekelijk grote liefde voor haar man Florestan is.

Toen de explosie uiteindelijk kwam, veroorzaakte dat letterlijk een grote schokgolf in de zaal: met een waanzinnig gaaf en opwindend gezongen 'Töt erst sein Weib' wierp zij zich tussen Pizarro en Florestan. Tjonge, wat een overgave in spel en zang! Van Kralingen treedt met deze rol overtuigend in de voetsporen van Gré Brouwenstijn, die wereldwijd zo'n gewaardeerde Fidelio was.

Naast haar was Machteld Baumans met haar prettig pregnante sopraan perfect gecast als Marzelline. Henk Smit was een en al vocale en theatrale autoriteit als Pizarro en Reinhard Dorn zette de 'kleine man' Rocco zeer overtuigend neer. Naast hen viel de Florestan van Albert Bonnema niet mee. Bonnema maakt momenteel een grote carrière in het buitenland als heldentenor Hij heeft de volharding en de kracht voor de zware Florestan-rol, maar weinig subtiliteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden