Van kijken naar planten leer je meer dan erover lezen

Beeld COLOURBOX

Wat lees je graag voor jezelf, vroegen we aan onze critici. Deze week verklaart Yolanda Entius haar liefde voor tuinboeken.

Mijn eerste tuinboek was ‘De ecologische siertuin’ uitgegeven door VELT (Vereniging Ecologische Leef- en Teeltwijze). In Frankrijk had ik een bouwval met een flinke tuin gekocht. Alle bomen waren geveld. Dat had met geld van doen: door ze te kappen waren ze van onroerend roerend goed geworden. Met zwaar materieel was het stookhout van het land gesleept en dat had diepe sporen in de drassige grond achtergelaten.

Na een regenbui stond het water er tot aan het maaiveld waarna de muggen er hun eitjes legden. ‘Verstoorde grond’ heet zoiets, hoorde ik later. Er groeiden kleefkruid, brandnetels, bramen en andere ruigtekruiden waarvan ik de naam niet kende, en één Oost-Indische kers. Die had ik, nog voor de grond van mij was, in een molshoop gezaaid. Fijn spul. Hij strekte zich in meterslange ranken uit over het terrein.

Ik wist niets van planten en tuinieren. ‘De ecologisch siertuin’ ging daar verandering in brengen. Ik las het van A tot Z en weer terug en deed daarna exact wat mij werd aanbevolen: de gesloten ruimte, de open ruimte, het bos, een bosrand; zo bouw je een natuurlijke tuin op. Niet beseffend dat dat er allemaal al was, plantte ik mijn eerste boompjes: hazelaars die ik bij een kweker in Boskoop had gekocht. ‘Saloperi’, mompelde mijn buurman die van zijn heuvel was afgedaald om te zien wat ik in hemelsnaam aan het doen was daar. Grinnikend wees hij naar de andere hazelaartjes die her en der uit eigen beweging naast de aangeplante waren opgeschoten - ik had ze niet herkend.

Je leert meer van kijken naar planten dan erover lezen, wil ik maar zeggen. Maar verslavend is het wel en pure noodzaak als ik dreig weg te kwijnen in mijn Amsterdamse werkkamer op drie-hoog achter, waar ik me moet behelpen met een plank. Die is buiten, onder het raam, aan de gevel bevestigd. Daar stonden dit voorjaar zinnia’s, venkel, savooie- en palmkool, borage, bieten, en stekkies van een pol kattenkruid (afgemaaid door mijn vriend die er per abuis jonge brandnetels in zag) te wachten op verscheping naar mijn Franse tuin. Binnen hangen, haaks op die minikwekerij, de planken met mijn boeken. De diagonaal die de zo gevormde rechthoek bindt is mijn lievelingsplek. Daar, voor het open raam, lees ik in mijn nieuwste aanwinst ‘Life in the Garden’ dat ik alleen al om de naam van de auteur - Penelope Lively - heb aangeschaft.

Ook het omslag mag er wezen. Je kunt het blad van de Oost-Indische kers bijkans aanraken. Saai is ze niet, Penelope - ze filosofeert poëtisch over de bijzondere tijdsbeleving van de tuinier die van zijn mislukkingen uit het verleden heeft geleerd en zich, al spittend, wroetend, zaaiend, plantend, wiedend, vloekend en fluitend, verheugt op de toekomst waarin alles volgens plan zal tieren (wie denkt dat je alleen in het hier en nu gelukkig kunt zijn vergist zich deerlijk) - en toch sla ik haar zo nu en dan dicht.

Ik móét gewoon naar dat diepe groen van mijn eerste liefde kijken; het licht lijkt er wel doorheen te komen. En dan dat zilverblauw van de Echinops. “Mensen gingen tuinieren om op één plaats te kunnen blijven”, schrijft Penelope. Om als een boom te zijn dus. Vermits hij niet is omgehakt.

Tip 1 Alles kan wachten

Na een ruzie met mijn vriend kreeg ik mijn eerste Romke van de Kaa: ‘Alles kan wachten’. “Behalve het goedmaken”, schreef ik venijnig op de Franse pagina; zo gemakkelijk liet ik mij niet paaien. Maar ik was wel verkocht. Ik heb ze nu allemaal en ik herlees ze bijna dagelijks. Vaak begint het ermee dat ik iets op wil zoeken over een plant en het eindigt ermee dat ik door blijf lezen. Romke is grappig. Uit mijn hoofd: Een klant komt op de kwekerij, ze wil een hosta (één) hebben. Die krengen staan achterin. Als Romke terugkomt met die ene hosta, wil mevrouw er opeens twee. Hij pakt zijn schop en plant hem midden in de hosta. Zó,’ zegt hij, “nu heeft u er twee.”

Romke van de Kaa
Alles kan wachten
Olympus; € 12,50

Tip 2 Het jaar van de tuinier

In ‘Life in the Garden’ schrijft Penelope Lively over tuinen in de literatuur en over schrijvende tuiniers en tuinierende schrijvers. Ann Pavord. James Fenton, Beth Chatto; voor menig tuinlezer is dat gesneden koek misschien, maar voor mij was het nieuw. ‘Het jaar van de tuinier’ van de Tsjechische (toneel)schrijver Karel Čapek is in een oude vertaling (uit het Frans) in 2017 opnieuw verschenen als een hardcover Rainbow mét leeslint. Iets te koddig misschien, maar hij schiet wel in de roos als het om het karakter van de tuinier en zijn eeuwige strijd met de natuur (het weer, belagers) en vooral de tuin zelf gaat. Gelukkig nemen de meeste tuiniers zichzelf niet al te serieus.

Het jaar van de tuinier
Karel Čapek
Rainbow; € 12,50

Tip 3 Groene gedachtes

Al het onbekende wat Penelope tipte heb ik besteld. Sommige boeken zijn gewoon leverbaar, andere vond ik bij Boekwinkeltjes.nl ’Green Thoughts’ van Eleanor Perényi is erg geestig. Over nieuwe kruisingen: “A garden entirely stocked with the newest, showiest hybrids is as depressing as a woman with a facelift: the past is erased at the expense of character.”

Green Thoughts
Eleanor Perényi
Random House; € 18,99

Lees ook:

Hoe meer ik over hem lees, hoe mysterieuzer de rabiate racist een lieve opa voor mij wordt
Wat lees je graag voor jezelf, vroegen we aan onze critici. Deze week verklaart Rob Schouten zijn liefde voor apartheidsboeken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden