Column

Van het Franse chanson ben ik nooit een liefhebber geweest

Rob Schouten Beeld Maartje Geels

Ik ben nooit een liefhebber, laat staan een kenner van het Franse chanson geweest, het was me te poëtisch en te zoet, zei me te weinig over de tijd waarin ik leefde. Zo, dat is er uit. 

Je kunt je een heel leven lang aan van alles onttrekken, behalve aan het weer, aan het nieuws en aan de muziek. Van de cultuuruitingen is de muziek het hardnekkigst. Ook al zou je het niet willen, je hoort het overal en in alle mogelijke vormen opklinken. Het is het kraanwater onder de kunsten. Vandaar ook dat mensen op straat fluiten, neuriën, een liedje in hun hoofd hebben, luchtgitaar spelen of met de vingers een pianoconcert van Rachmaninov op tafeltjes tokkelen. Nooit zie je ze al lopend lezen of vage schilderbewegingen maken.

Onvrijwillig cultuurdeelnemer

Van nature houd ik van klassieke muziek, ik zou niet zonder willen leven, maar als onvrijwillig cultuurdeelnemer ben ik opgegroeid met de Beatles, de Stones, Bob Dylan, Neil Young. Hoe ik mij ook verzette, ik kon hun aanwezigheid niet negeren en ik kan niet ontkennen dat mijn hoofd evenzeer gemeubileerd is met 'Old man, look at my life, I'm a lot like you were' als met 'Erbarme dich'.

Het Franse chanson was in mijn jeugd al op weg naar de uitgang, we hadden op school weliswaar een leraar die op schoolavonden zulke chansons ten gehore bracht, maar dat voelde als een daad van verzet van de schoolleiding tegen de heersende, verderfelijke popcultuur.

Ook de teksten van de liedjes, die we nog net meekregen leken in mijn oren op een vertrek te wijzen: 'Ne me quitte pas', 'Je ne regrette rien'. En naar Parijs hoefden we ook zo nodig niet meer, Londen en New York, dáár moest je wezen. En zo verdween het Franse chanson uit mijn leven, behalve als ik in komkommertijd Radio Tour de France aanzette en het weer even mocht opklinken.

Afgelopen weekend, op de verjaardag van een dierbare vriendin, verscheen aan het slot uit het niets een ouderwetse chansonnier die in charmant Nederlands aankondigde dat hij een paar liedjes voor de jarige en voor ons wilde zingen. Hij tokkelde op zijn gitaar en zong van ontwakend Parijs en de liefde die hopelijk niet voorbijgaat. Eventjes voelde het alsof wij, feestgangers, met z'n allen in een cocon zaten, ver van de woedende wereld, luisterend naar lieve liedjes van weleer.

En ineens, na vijftig jaar popmuziek en klassieken in mijn hoofd, klonk het als een gevoelige wereld die per ongeluk met het badwater was weggegooid, een oude kunstvorm waar niemand zich voldoende om had bekommerd, een naklank van de wereld van ooit, met Parijs als Lichtstad, de liefde als iets moois en subtiels, afscheid als een weemoedig besef.

Feestelijke aanwezigheid

Een paar gasten, die de traditie in hun hart bewaard hadden, wiegden zacht mee, als zaten ze in een café aan de Boulevard Saint-Michel, en er steeg iets existentieels uit ons aller feestelijke aanwezigheid op. Het was mooi en zelfs een beetje ontroerend.

Even later verdwenen we allemaal weer in de nacht, naar oost, west, noord en zuid, ik op de fiets door de stille straten van de Pijp naar huis, in het besef dat ik er over vijftig jaar ook niet meer zou zijn.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u in dit dossier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden