Wat moeten we zien in Otterlo

Van Goghs onder twee meter beton en acht meter zand

De ingang van de schuilkelder, waar in de oorlog de kunstschatten zijn verstopt. Beeld Kröller-Müller Museum

Elke week kiest Trouw uit een museum de blikvanger die we niet mogen missen. Vandaag: de schuilkelder van Helene Kröller-Müller.

Het is kletsnat in de bossen bij het Kröller-Müller Museum in Otterlo. Onder de druipende bomen  klinken geheimzinnige tonen. Ze variëren van een zacht ­gezoem tot een klaaglijk geloei en schrille fluittoon. De geluidsinstallatie The Wind Rose van Susan Philipsz (1965, Glasgow) begeleidt de bezoekers over een slingerend pad. Voor de acht atonale tonen nam ze het geluid op dat ontstaat wanneer er op een hoornschelp wordt geblazen. Ze gebruikte schelpen uit verschillende delen van de wereld. De tonen staan voor de acht windrichtingen en zijn volgens de kunstenaar een metafoor voor het leven en onze sterfelijkheid.

De klanken betoveren en daardoor waan je je even in het schat­kamersprookje van Ali Baba en de veertig rovers als zich plotseling een poort opent, in een heuvel. Maar er is niets sprookjesachtigs aan deze verborgen schatkamer. Het is de schuilkelder waar in de Tweede Wereldoorlog de kunstcollectie van het museum is verstopt voor de Duitsers. Voor het eerst is de kelder nu open voor het publiek, vanwege de herdenking van de Operatie Market Garden, 75 jaar geleden. 

Inscriptie boven de poort

Al begin 1939 drong Helene Kröller-Müller aan op de bouw van een schuilplaats voor haar kunstcollectie. Pas na de inval van de Duitsers in Polen, op 1 september van dat jaar, wist ze de minister van onderwijs, kunsten en wetenschappen te ­overtuigen. Meteen erna begon de aanleg van de betonnen kelder, die werd bedekt onder een dikke laag zand. Boven de ingang van de toegangspoort werd in 1943 in het Latijn een ­inscriptie aangebracht: ‘Opdat de muil van Mars de monumenten van de kunst niet zou verslinden, is deze kelder tweemaal twee jaar geleden gebouwd. Nu, omdat de razernij van de god die zich om gevechten bekommert, almaar groeit, werd hij zowel bedekt als ­verborgen onder een hoge heuvel van zand.’

In de kelder staan nu alleen nog de stellages, waar in 1940 de kisten met kunstwerken uit het museum alsmede schatten uit de Eusebiuskerk in Arnhem werden opgeslagen. Kröller-Müller sloot op 29 juli 1940 de deuren, maar conservator Willy Auping gaf daarna nog wel regelmatig rondleidingen door de schuilkelder. ‘Onze grote meesters moesten wij beschermen onder twee meter beton en acht meter zand. Ik geneerde me telkens weer, wanneer ik de zware kluisdeuren achter me sloot’.

Op 15 april 1945 staan Canadese tanks boven op de schuilkelder. ‘Dat had Van Gogh zich nimmer kunnen dromen’, schrijft Auping.

De schuilkelder is te bezichtigen tot en met 27 oktober, donderdag tot en met zondag van 11.00 tot 15.00 uur. Meer informatie op krollermuller.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden