Review

Van Gogh Museum spiedt voortaan het Museumplein af

In de volksmond heet ie al 'de mossel' en ook de betiteling 'koekoeksei' is te horen. De nieuwe vleugel van het Van Gogh Museum die met zijn hoog opgetrokken dakvenster over het Museumplein in Amsterdam poogt te kijken, ziet er afwerend en gesloten uit. ,,De vleugel houdt zijn ware vorm geheim'', zegt museumdirecteur John Leighton terecht. Des te meer verrast het interieur waarvan de architectuur heel wat beter te omschrijven is. Totale kosten van nieuw- èn vernieuwbouw van het museum: 75 miljoen.

Voor de museumwereld is het gebouw van de Japanse architect Kisho Kurokawa een regelrechte aanwinst. Niet omdat de omvang zo imponerend zou zijn - in zijn maatverhoudingen is het een uitbreiding van een bestaand museum - maar omdat er tal van innovaties zijn toegepast. Die hebben alles te maken met de afkomst van de architect die in eigen land al een respectabel aantal musea op zijn naam heeft staan, maar ook in Europa van zich deed spreken. Zo bouwde hij in 1992 in Parijs de Pacific Tower en ontwierp hij voor Louvain-la-Neuve in België eveneens een museum.

Kurokawa laat zich graag inspireren door de Japanse Zen-tuinen, maar werkt verder in een streng-geometrische stijl. Zo is hij voor het Van Gogh Museum uitgegaan van de ellipsvorm. Die vorm heeft op zich weinig te maken met de oudbouw van het museum. Dat gebouw, dat ooit door architect Rietveld is bedacht maar na zijn plotselinge dood door zijn collega Van Tricht werd voltooid, is niets meer dan een strenge ordening van bouwvolumes die als in een blokkendoos op elkaar zijn gestapeld. Kurosawa houdt minder van bouwdozen, al schuwt hij de kubusvorm niet. Zowel de gevel van de nieuwe vleugel aan de zijde van de oudbouw als die aan de kant van het Museumplein bestaan uit twee spits toelopende halve bogen. De verbinding met de oudbouw wordt gevormd door een ondiepe vijver, waarvan de bodem een hellend vlak heeft. Dat heeft als effect dat opgepompte water dat er schuin overheen loopt, beweging geeft. Net zoals het gezicht op de Rijn in het Arnhemse Museum voor Moderne Kunst en het uitzicht op de heuvel achter het Museum Kurhaus Kleve een spectaculair hoogtepunt van het bezoek betekenen, zo levert het gezicht op het spiegelende oppervlak van het water een visueel genoegen.

De nieuwe vleugel wordt uitsluitend gebruikt voor tentoonstellingen. Die krijgen onderdak in drie wijdse ruimtes die zich in halve bogen om een zichtas plooien. Op elk niveau kan daglicht binnentreden, dat met kunstlicht kan worden gemengd. Kurosawa heeft dus niet voor een theatrale expositie-inrichting gekozen, die het mogelijk zou maken om de getoonde kunst te dramatiseren. Zijn opvattingen staan daarmee haaks op de trend om museumzalen zo veel mogelijk af te sluiten van daglicht, zoals bijvoorbeeld in het nieuwe Groninger Museum van Mendini en Starck het geval is. De combinatie van dag- en kunstlicht in een als een mossel zo gesloten vorm wordt door Kurosawa als een overheersend stijl-element toegepast. Wel wreekt zich hier het feit dat de architect bij zijn plannen rekening moest houden met een eis die al bij voorbaat was gesteld door de Deense landschapsarchitect Sven-Ingvar Andersson. Deze neemt het Museumplein onder handen. Andersson vindt dat op of aan 'zijn' plein geen dominant gebouw mag staan. Ten aanzien van het museum stelde hij als voorwaarde dat maar liefst 75 procent van de nieuwbouw onder de grond moest. De nieuwe vleugel steekt nu nog geen tien meter boven het maaiveld, zonder dat het de suggestie wekt dat daar onder zoveel meer is te zien. Binnen die relatief beperkte ruimte heeft Kurosawa toch nog zo'n 2 300 vierkante meter vloeroppervlakte gevonden. Dat op zich is al een tour de force geweest. Maar het heeft er ook toe geleid dat het gebouw allerminst markant is.

Ook in de gebruikte materialen is Kurosawa terughoudend geweest. De oostelijke gevelwand naast het Museumplein is opgetrokken uit grijsbruin gekleurd natuursteen. De westgevel die uitzicht biedt op de oudbouw is van titanium gemaakt, een keus die nog niet eerder in de Nederlandse musea werd toegepast. Ook al omdat alle plafonds van aluminium zijn, is de overwegende sfeer nogal grijs.

In wat nu de oudbouw heet, is de sfeer ingrijpend veranderd. Ook hier is veel meer ruimte gevonden, ontstaan door de nieuwbouw van kantoorruimtes die als een glazen doos aan de gevel zijn bevestigd. Door de entree van plaats te veranderen, is de toegang geschikt voor veel grotere bezoekersgroepen dan tot nu het geval was. Martien van Goor, als architect van het bureau Greiner Van Gool aangesteld voor de vernieuwbouw, zegt daarover: ,,Bij de bouw van het Van Gogh een kwart eeuw geleden, was gerekend op zo'n 100 000 bezoekers per jaar. Tegenwoordig komt er ruim een miljoen mensen, tien keer zo veel. Beheersing van die bezoekersstromen stelt nieuwe eisen.''

Van Goor heeft de oplossing voor dit probleem in een gewijzigde entreepartij en een nieuwe interne routing gezocht. Vanuit de entree, die ter hoogte van de bestaande winkel werd geprojecteerd, komen de bezoekers direct voor de keus te staan of ze naar de permanente Van Goghs gaan kijken of er voor kiezen om met de roltrappen naar de nieuwe vleugel te gaan waar in de ondergrondse verdieping de wisseltentoonstelling begint.

Het museum opent 24 juni zijn deuren met een expositie in de nieuwe vleugel, die de betekenis belicht die Vincents broer Theo van Gogh voor de kunst heeft gehad. Daarna wordt aandacht besteed aan de Franse kunstverzamelaar Docteur Gachet, die ooit verschillende doeken van Van Gogh en Cézanne in bezit had. In de oudbouw zijn de Van Goghs, inclusief 'De Aardappeleters', permanent te zien, maar wel in samenhang met werk van zijn tijdgenoten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden