'Belgravia' gaat over de ontluikende liefde tussen twee mensen uit verschillende milieus.Beeld AP

TV-columnRenate van der Bas

Van genotteren van ‘Belgravia’ toch weer naar snotteren

Genotteren. Is dat eigenlijk wel fatsoenlijk Nederlands? Het is in ieder geval het perfecte woord om te gebruiken voor ‘Belgravia’, het nieuwe kostuumdrama over een klassenconflict in de hogere kringen van het negentiende-eeuwse Engeland.

Karakteristieke koppen, mooie aankleding, intrigerende actrices en een verhaal dat je meteen opzuigt. Belgravia begint met de ontluikende liefde tussen twee jonge mensen uit verschillende milieus, die in de kiem wordt gesmoord omdat de jongeman in kwestie moet meevechten bij Waterloo. Het is 1815. Jaren later pakt het script de draad weer op, als we leren over een bastaardkind, en zien hoe het oude adellijke milieu worstelt met de acceptatie van de oprukkende middenstand der selfmade mensen. Het decor voor dit alles is het Londense Belgravia, een wijk vol chique herenhuizen waar in de jaren zeventig ook het succesvolle ‘Upstairs, Downstairs’ - over de familie Bellamy en hun personeel - was gesitueerd.

Alles aan de kwaliteit van de nieuwe serie - die zaterdag bij KRO-NCRV startte op NPO2 - doet denken aan het fameuze Downton Abbey en dat is niet vreemd: Belgravia heeft dezelfde bedenker, Julian Fellowes. Of excuse me, officieel dient deze schrijver en acteur te worden betiteld als Julian Alexander Kitchener-Fellowes, Baron Fellowes of West Stafford DL.

De meest exotische hoofdbedekkingen

Dat klinkt alsof Fellowes de chique milieus waarover hij schrijft goed kent. En inderdaad. Alleen al zijn Wikipedia-pagina leest als een roman over de high society. Neem Fellowes’ persoonlijke liefdesleven: hij ontmoette op een feestje een Britse hofdame, viel als een blok voor haar en deed binnen twintig minuten een huwelijksaanzoek. Ze zei nog ja ook, deze Emma, die een achter-achternicht is van de eerste Earl Kitchener en een extravagante mevrouw. Dat maak ik althans op uit alle foto’s die je op internet kunt vinden, waarop ze staat afgebeeld met de meest exotische hoofdbedekkingen. Want ja, mijn genotter ging zaterdagavond naadloos over van de televisie naar alle trivialiteiten die je kunt vinden via google. Soms moet dat even.

En trouwens, de serieuze programma’s weten vaak ook van wanten, qua trivia. Neem die nieuwe soap, die we erbij lijken te hebben gekregen: ‘Zeg Mondkapje, waar moet dat henen’. Nu gaan we vanaf 1 juni dus tóch allemaal aan de mondbedekking, wanneer we met het openbaar vervoer willen. Ondanks dat we al maanden horen dat eenvoudige kapjes helemaal niet helpen of zelfs juist het besmettingsgevaar bevorderen.

Het mondkapje als de vijand

Zaterdagavond was de omgang met het mondkapje opnieuw een groot onderwerp in ‘Op1’, waar ik toch nog even naartoe zapte. Hoogleraar infectiepreventie Andreas Voss liet jolig zien dat het nonchalant dragen van een kapje ónder de kin niet veel nut heeft. Ha ha. Maar hij sprak vervolgens zo smeuïg en beeldend over ‘dat vochtige lapje dat je wegstopt in zak of tas en waar je steeds met je handen aanzit’ dat ik een mondkapje nu meer als de vijand zie dan ooit.

Er kwamen nog een paar voor mij nieuwe weetjes voorbij. Zoals dat een gebruikt mondkapje vanzelf ongevaarlijk wordt als je het drie dagen rustig laat liggen. Of het een tijdje in de diepvries bewaart.

Tja, zie maar weer wat u hiermee doet. Het mondkapje, een kostuumdrama in het klein.

Vijf keer per week schrijven Renate van der Bas en Maaike Bos columns over televisie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden