null Beeld

BoekrecensieRoman

Van der Heijden bejubelt en vervloekt het lichaam op virtuoze wijze: geestig, macaber en soms buitengewoon grotesk

AFTH fileert het menselijk lichaam als bron van genot, maar ook van verraad in Stemvorken, een vonkend, lesbisch liefdesverhaal.

A.F.Th. van der Heijden leidt het leven van een heremiet, zo zei hij in een interview. Een quarantaine die zich al elf jaar voortsleept, sinds het overlijden van zijn zoon Tonio, waarvan hij de dagen grotendeels in zijn werkkamer op driehoog doorbrengt, schrijvend aan dat imposante oeuvre dat maar blijft uitdijen en verbluffen. Stemvorken zou aanvankelijk als novelle verschijnen, maar Van der Heijden besloot toch weer groots uit te pakken met een vuistdik liefdesepos, een nieuw deel, het achtste, van zijn romancyclus De tandeloze tijd, haast negenhonderd pagina’s aan literair spektakel, een vonkend relaas over de liefde tussen twee vrouwen.

Hè, een oude man die over lesbische seks schrijft, hoor ik u denken, maar die angel trekt Van der Heijden er slinks uit door zijn hoofdpersonage Zwanet Vrauwdeunt zich hardop af te laten vragen welke schrijver die liefde ook echt tot in het hart van de zaak bezongen heeft: ‘Ik heb met alle respect in de Nederlandse vertelkunst bitter weinig aanknopingspunten gevonden.’

Mulisch’ Twee vrouwen? Te duidelijk geschreven door een man. Vrauwdeunt: ‘Van een mannelijke schrijver verwacht ik zoveel verbeeldingskracht en inlevingsvermogen dat hij zich overtuigend in een vrouw verplaatst… en dan niet alleen wat haar hoge hakken betreft.’ Aan verbeeldingskracht bij Van der Heijden geen gebrek, hij ontleedt de liefde tussen twee vrouwen met chirurgische precisie; zeker overtuigend, maar ook buitensporig soms.

Voyeur Egberts wordt de kamer uitgebonjourd

Het is 1997, toneelschrijver Albert Egberts organiseert een borrel om zijn vrouw Zwanet kennis te laten maken met zijn maîtresse Corinne Suwijn. Hij doet het voorkomen alsof hij zijn geweten wil ontlasten maar de kennismaking dient een ander doel: de twee vrouwen samenbrengen in de echtelijke sponde met hem als derde partij, als voyeur, als regisseur. In al zijn zelfingenomenheid houdt hij er geen rekening mee dat de vrouwen wel eens voor elkaar zouden kunnen vallen en dat is precies wat er gebeurt. Na een paar keer ongemakkelijk toekijken aan het voeteneinde van het bed wordt Egberts de slaapkamer uitgebonjourd en veroordeeld tot het sleutelgat, tot ook dat hem onmogelijk wordt gemaakt; de sleutel gaat in het slot, voortaan moet hij het doen met de genotskreten die door het plafond heen lekken.

null Beeld Mark Kohn
Beeld Mark Kohn

Ruim twintig jaar later blikt Zwanet terug op die aan waanzin grenzende verliefdheid waarvan van meet af aan duidelijk was dat er van een ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’ nooit sprake zou zijn. Stemvorken is háár verhaal. ‘De liefde had bij ons allebei tegelijk toegeslagen, in even verwoestende mate. Coup de foudre.’

De romance laat zich in het begin het best als beestachtig omschrijven. Snot, zweet, het vocht van een blaar, zelfs het aangekoekte vuil dat tussen de tenen achterblijft na een boswandeling op legerkistjes verdwijnt in hongerige monden. ‘Zelfgekaasd aardpek’ noemt Van der Heijden dat laatste, wat misschien tamelijk briljant is, maar toch ook ronduit smerig.

Niemand die zo erudiet kan uitweiden over orgasmes

Beide vrouwen hebben nog nooit een lichaam van dezelfde sekse bemind, haast alle remmingen vallen weg, zelfs de rioolgangen van het lijf die in het begin nog worden ontzien, blijken niet geheel veilig voor de hartstocht. Van der Heijden doet gedetailleerd verslag, niemand die zo erudiet kan uitweiden over orgasmes, over vingeren, de clitoris of het mannelijk lid als hij. Wat begint als onvervalste lust, verandert echter langzaam in een wurgende liefde, die bij beide vrouwen angst en wanhoop aanwakkert en de roman van een beklemmende ondertoon voorziet. Dit is Van der Heijden op zijn best, als hij diep in het gevoelsleven van zijn personages weet door te dringen.

Stemvorken speelt zich grotendeels af tussen de klamme lakens, maar er gebeurt meer tijdens die bloedhete zomer eind jaren negentig. Zwanet, die bij de ongediertebestrijding van de GG&GD werkt, raakt betrokken bij de zaak van een verwarde vrouw die wordt aangetroffen bij een dode man. Wie hij is en wat hem is overkomen is onbekend, de vrouw is niet aanspreekbaar, ze lijdt aan zoantropie (de waan dat ze in een dier is veranderd) en gedraagt zich als een tijger.

Je kunt gerust zeggen dat Van der Heijden hier het menselijk lichaam fileert. Het lichaam als bron van genot, maar toch zeker ook als bron van verraad; vroeg of laat keert het zich immers tegen je, of het nou het noodlot is dat toeslaat of simpelweg de ouderdom. Van der Heijden keert het binnenstebuiten, bejubelt het en vervloekt het op virtuoze wijze; geestig, macaber en soms buitengewoon grotesk. Bij sommige scènes zou je je ogen liever dichtknijpen, maar de schrijver sleurt je mee langs desastreuze ongelukken, traumatische bevallingen, afwijkingen, ziektes. Stemvorken wordt bevolkt door mankepoten, verminkten, door middelbaren die treuren om het onvermijdelijke verval van hun lichaam.

null Beeld Mark Kohn
Beeld Mark Kohn

Pijkel, de verwarde vrouw, heeft een gehavende huid na een aanval door de tijgers waarmee zij als dompteuse in een circus werkte. Ze loopt bij een psychiater die zich God waant en die haar koppelt aan Tibbolt ‘Movo’ Satink, ook zo’n meelijwekkend geval. Zijn moeder reed de auto waarmee ze zich naar het ziekenhuis spoedde om van hem te bevallen in de kreukels. Een reep metaal drong door haar buikwand en beschadigde Tibbolts benen. Zijn moeder onderging een reeks aan operaties waarbij lappen huid verplaatst werden. De jongen groeide op met een gewelddadige obsessie voor zijn moeders verminkte lichaam, die hij volgens de psych wel eens zou kunnen bekoelen door het met Pijkel... Nou ja, u raadt het al.

Een voetbalhooligan die zijn vader zal vermoorden en zijn moeder beminnen

Deze Tibbolt ‘Movo’ Satink is, net als meerdere personages uit deze roman, een oude bekende, maar dan niet uit De tandeloze tijd-cyclus waaraan Van der Heijden al sinds 1983 werkt, maar uit de romancyclus Homo duplex. We leerden Satink kennen in De Movo Tapes, het ‘nulde’ deel dat in 2003 verscheen en waarin hij als een moderne Oedipus werd opgevoerd, een voetbalhooligan die zijn vader zal vermoorden en zijn moeder beminnen. Van der Heijden integreert met Stemvorken dus twee cycli, in een oeuvre dat al vol dwarsverbanden en vertakkingen zit, maar laat u dat niet weerhouden: de roman laat zich prima zonder voorkennis lezen.

Vooralsnog is de schrijver, die dit jaar zeventig wordt, geenszins van plan zijn zelfverkozen bestaan als heremiet ten einde te brengen; er staan nog vijf delen van De tandeloze tijd op de planning en ook de Homo duplex-cyclus is nog niet voltooid. Zijn ambities en schrijfdrift stuwen hem immer voort. ‘Ik heb geen talent voor een writer’s block’, zei hij ooit. Dat is, niet alleen voor hem, een groot geluk.

null Beeld

A.F.Th. van der Heijden
Stemvorken
Querido; 848 blz. € 29,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden