RecensieLiteratuur

Van Auschwitz moet je geen mystieke, heilige plek maken

Beeld Getty Images

Arnon Grunberg verzamelt ooggetuigenverslagen uit Auschwitz, met beelden die je niet meer uit je hoofd krijgt

De beelden van Auschwitz zijn cliché geworden: het ‘Arbeit macht frei’ bij de ingang, het prikkeldraad, de barakken, de vermagerde gevangenen, de SS’ers. Het is op archiefbeelden, in speelfilms en documentaires al zo vaak voorbijgekomen, ook wie zich niet in de geschiedenis heeft verdiept denkt te weten wat er zich heeft afgespeeld en maakt er zich liever geen voorstelling van.

Misschien dat het daarom voelt alsof de schellen je van de ogen vallen als je de getuigenissen van voormalige Auschwitzgevangenen leest die nu door Arnon Grunberg zijn verzameld in de bloemlezing ‘Bij ons in Auschwitz’.

Grunberg heeft (onder meer) teksten van bekende Auschwitz-schrijvers opgenomen, zoals Primo Levi en Imre Kertész, maar ook hier nog onbekende teksten zoals een fragment uit ‘Hierheen naar de gaskamer, dames en heren’ van de Poolse schrijver Tadeusz Borowski, de getuigenis van de in het kamp vermoorde Zalmen Gradowski die zijn document begroef in de asresten bij crematorium III, de verslagen van de Hongaarse patholoog-anatoom Miklós Nyiszli, assistent bij Mengele’s experimenten, verslagen van Filip Müller, lid van het Sonderkommando, die ook in Claude Lanzmanns ‘Shoah’ werd geïnterviewd, een fragment uit de in 2015 gepubliceerde getuigenis van Hannelore Grünberg-Klein, de moeder van de auteur en de enige vrouwelijke stem in dit boek.

Mystieke plek

Bondskanseliers Merkel en Schmidt spraken respectievelijk in 2015 en in 1977 in Auschwitz ieder in andere woorden over de onmogelijkheid om over het vernietigingskamp te spreken. De Holocaust heeft zo’n vertrouwensbreuk teweeggebracht dat wij het vertrouwen in de taal erbij verloren, is de gedachte, maar daar gaat Grunberg tegen in. “Het inzicht heeft twee vijanden”, schrijft hij,“het te snelle begrijpen en de heiligverklaring, want waar het heilige opduikt verdwijnt de kritische distantie.” We moeten ervoor oppassen van het vernietigingskamp een onbeschrijflijke, mystieke, ‘heilige’ plek te maken. “Auschwitz heeft bestaan, bestaat nog steeds, en er kan over gesproken worden; de vraag is alleen hoe en door wie; wie mag er spreken”, aldus de samensteller in zijn inleiding waarin hij het morele kader van zijn project schetst, en kort de geschiedenis van het kamp uiteenzet. 1,1 miljoen merendeels Joodse gevangenen werden er vermoord. Voordat in 1942 de vergassingen begonnen, werden er weerspannige Polen gevangengezet (onder wie Wieslaw Kielar, van 1940 tot 1945, een van de verslagleggers in dit boek) en vervolgens Russische krijgsgevangenen. Dat Auschwitz uitgroeide tot hét symbool van de Jodenvervolging komt ook door die wisselende bestemming, waardoor er relatief veel getuigenissen zijn .

In deze bloemlezing kiest Grunberg voor teksten van de ‘morele getuigen’, mensen die niet alleen gezien hebben wat er gebeurde maar die er ook slachtoffer van waren. Het zwaartepunt ligt bij de Sonderkommando’s, de gevangenen die de gaskamers leegruimden, de lijken naar de crematoria vervoerden, het goud uit de gebitten verwijderden. “Het bedenken en realiseren van de Sonderkommando’s is de meest demonische daad van het nationaal-socialisme geweest”, schrijft Primo Levi. Grunberg waarschuwt ervoor hen te verketteren. Lees je de verslagen van Sonderkommando’s Wieslaw Kielar en Filip Müller, dan komt iedere veroordeling je absurd voor. Müller beschrijft zijn werk in een modderig massagraf waar de lijken worden opgestapeld, en er op kommando’s die uitglijden wordt geschoten. “Honderden armen, benen, levenloze gezichten en ineengestrengelde ledematen staarden ons als een gruwelijke laocoöngroep aan.”

Alles in dit boek is moeilijk te lezen en na te vertellen. Confronterend is de verbijstering van de gedeporteerden bij aankomst in het kamp, getuigenissen van een nu allang verloren onwetendheid. “Er sprongen eigenaardige wezens in gestreepte jasjes de wagon in”, schrijft Eli Wiesel. “Ze liepen in het gelid”, aldus Primo Levi, “vreemde houterige stappen, hangend hoofd, en stijf gestrekte armen. Ze hadden een raar mutsje op het hoofd en droegen lange gestreepte jassen waaraan je ook bij nacht en van ver kon zien dat ze smerig en kapot moesten zijn. Een ding hadden we begrepen. Dat was de gedaantewisseling die ons wachtte.”

De Poolse schrijver Tadeusz BorowoskiBeeld Frank Castelein

Staanbunker

Bikkelhard is het allereerste verslag van Tadeusz Borowski die de aankomst van de transporten beschrijft vanuit het perspectief van gevangenen die moeten helpen de treinen te ontruimen. “Wij springen naar binnen. Her en der verspreid in de hoeken te midden van mensendrek en verloren horloges liggen verstikte, vertrapte baby’s.” Borowski overleeft het kamp maar zal in 1951 zelfmoord plegen, kort na de geboorte van zijn dochter. Lees je zijn passage over de moeder die met handen over de oren vergeefs probeert haar achter haar aan rennende, huilende peuter te ontvluchten om zichzelf te redden, dan krijg je dit beeld het hoofd niet meer uit.

Er is het verslag van M. S. Arnoni die in de wagon op de grond ‘tussen een hoop stinkende menselijke wezens’ de borst van de vrouw naast hem zoekt en afgeweerd wordt. Wieslaw Kielar schrijft over de danseres die in het portaal voor de gaskamer een SS’er dodelijk verwondt, en over zijn verblijf in de nauwelijks een vierkante meter grote staanbunker waarin hij met vier mannen is opgesloten. Hoe hij hoopt dat de half bewusteloze man die op zijn schouders hangt sterft, omdat die dan zal worden weggehaald. Borowski verkettert ‘de hoop’ die zoveel kwaad aanricht.“ Als er niet de hoop was dat die andere wereld eens zal komen, dat de rechten van de mens zullen terugkeren, denk je dat we het dan maar een dag zouden uithouden in het kamp. (…) Juist de hoop gebiedt de mensen apathisch de gaskamer binnen te gaan, geen opstand te riskeren.”

Primo LeviBeeld Frank Castelein

Muzelmannen

Primo Levi tilt de lezer even op uit de drek met zijn scherpe duiding van wat er om hem heen gebeurt. Hij typeert de ‘redzamen’. De één ‘onmenselijk sluw en ondoorgrondelijk als de slang uit Genesis’, een ander ‘gedisciplineerd, hoffelijk maar grenzeloos egoïstisch’. Ze staan tegenover de ‘muzelmannen’, ‘de niet-mensen die in stilte marcheren en zwoegen’. Volgens Levi de enige echte getuigen van het kamp, omdat ze de weg naar vernietiging helemaal hebben afgelegd. “Als ik het kwaad van onze tijd in één beeld kon samenvatten zou ik dit beeld kiezen dat ik zo goed ken: een uitgemergeld mens met hangend hoofd en kromme schouders, in wiens gezicht niets meer te lezen is van een gedachte.”

Voel je je als lezer aanvankelijk een ramptoerist, de overtuiging groeit dat deze feitelijke, gedetailleerde verslagen door zoveel mogelijk mensen gelezen moeten worden.

Afgelopen 27 januari riep Auschwitzoverlevende Marian Turski op de Holocaustherdenking, 75 jaar na de bevrijding, op tot een elfde gebod: ‘Gij zult niet onverschillig zijn’. Hij beklemtoonde dat Auschwitz niet uit de lucht was komen vallen. Dat er een lange weg gegaan was van de eerste uitsluiting van de Joden uit de samenleving tot aan hun vernietiging. Die weg beschrijft dit boek niet, maar wel het einde van die weg, de fysieke en morele vernietiging, en de intense angst van deze slachtoffers dat hun lot niet begrepen of gehoord zou worden, vandaar de behoefte om te getuigen.

Het boek eindigt met de notities van de in het kamp vermoorde Zalmen Gradowski over de lotgenoten die verdwenen zijn. “Wij verlangen naar onze broeders omdat zij onze broeders zijn. Wij verlangen ook naar hen omdat wij het licht missen en de warmte, het geloof en de hoop die van hen uitgingen. Met hun verdwijning vervliegt onze laatste troost.”

“Auschwitz bevindt zich buiten ons gezichtsveld”, schrijft Grunberg. “Het is aan de morele getuigen om de plek voor ons vertrouwd te maken.” Ook al bekeek je Claude Lanzmanns ‘Shoah’, las je eerder Primo Levi, wat er zich in Auschwitz afspeelde beklijft niet, het moet steeds opnieuw onder ogen worden gezien. 

Arnon Grunberg
Bij ons in Auschwitz
Querido; 336 blz. € 24,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden