Review

Valery Gergjev begint met passie aan langdurig vaarwel

Rotterdams Philharmonisch Orkest, Igor Gruppman (viool) en Floris Mijnders (cello) olv Valery Gergjev, met werk van Brahms. Wo 8/3 in De Doelen, Rotterdam. Herhaling: vanavond 20.15 uur en zondag 14.15 uur.

Woensdag begon Valery Gergjev met een mooie aanloop aan zijn laatste seizoen bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO). Het afscheid als chefdirigent (hij blijft zijn Gergjev Festival ieder jaar leiden) wordt een langdurig vaarwel, zoals het een topdirigent betaamt.

Vorige week kreeg de Rus de Rotterdam Promotieprijs uitgereikt door burgemeester Opstelten, wegens zijn verdiensten als cultureel ambassadeur van de stad. Een soort vaarwel van het publiek van Rotterdam, dat Gergjev al die tijd op handen droeg.

En zoals het gaat bij het afscheid van geliefden, zegt ook Gergjev langdurig ’daaag’, ’daaag’ en nog eens ’nou daaag’ tegen Rotterdam. In juni 2008 trekt hij (je zou bijna zeggen symbolisch) de deur dicht met ’Ein Deutsches Requiem’ van Johannes Brahms.

Al vanaf woensdag bleef Gergjev in de deuropening staan. Anticiperend op de grote gebeurtenis volgend jaar, dirigeerde hij de ’Akademische Festouvertüre’, het minder vaak gehoorde Dubbelconcert en de Vierde symfonie van Brahms, als begin van het einde van een periode.

Het Dubbelconcert en de ’Akademische Festouvertüre’ kwamen zo in een welhaast symbolisch licht te staan. De door het RPhO fijn voluit gezongen ouverture omdat Brahms die ooit als dank voor een eredoctoraat componeerde en die nu Gergjevs dank leek uit te drukken, aansluitend op de Rotterdamse oorkonde; het Dubbelconcert omdat het het laatste orkestwerk was dat Brahms schreef, ook een soort afscheid dus.

De uitstekende solisten in Brahms’ Dubbelconcert kwamen uit de eigen gelederen: concertmeester Igor Gruppman tekende voor de vioolpartij, in een innige muzikale omarming met solocellist Floris Mijnders. Brahms schreef ooit dat hij de twee solisten in zijn laatste orkestwerk beschouwde als ’één grote viool’: de partijen zijn zó met elkaar verstrengeld dat die klinken als één solist, als het goed is.

En het was goed. Het gepassioneerde spel van Gruppman en Mijnders deed Brahms versmelten tot één gezongen stem in het openingsdeel, had de juiste bronzen sehnsucht in het andante en sloot evenwichtig af in het slotdeel. Gergjev gaf de solisten alle ruimte, nam geen onnodige risico’s en liet zijn orkest steeds als een mantel om het solerende duo vallen. In het slot was het RPhO niet altijd onderling samen, maar dat was overkomelijk en deed niets af aan de afgewogen uitvoering.

Op de Vierde symfonie kon Gergjev het meest zijn eigen stempel drukken. Brahms laatste symfonie opende voortvarend en voluit, het orkest deed Brahms bij tijd en wijlen klinken als een Russisch componist, het broertje van Tsjaikovsky. Om in het tweede met de vingertoppen te raken aan de vroege Mahler, die Gergjev afgelopen week nog uitvoerde met het RPhO. Ook het door Brahms als ’speels’ (giocoso) aangeduide derde deel werd onder de Russische dirigent van een Oosteuropees groots-meeslepende ernst. Een hartstochtelijke Brahms dus, in de beste traditie van Gergjev en het RPhO.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden