Review

Vader, zoon en geest van de slavistiek

Russen zijn onvoorspelbaar, vond de eerste hoogleraar slavistiek, Nicolaas Van Wijk. Over deze zelf nogal mysterieuze figuur, verscheen onlangs een biografie. Ook slavist-vertaler Hans Boland, die in 1992 in Rusland ging wonen, licht ons in over 'de brede Russische natuur'.

Cees Willemsen

De liefhebber van Russische literatuur kan tegenwoordig maar liefst kiezen uit vijf courante Nederlandstalige Russische literatuurgeschiedenissen. Dat was tot twintig jaar geleden totaal anders.

Toen deden eerstejaars slavistiek in Leiden nog een 'tentamen Van Wijk' waarvoor ze een in 1926 verschenen 'Geïllustreerde geschiedenis der Russische letterkunde' uit het hoofd moesten leren. Het was een weinig diepgravend werkje van de eerste Nederlandse hoogleraar slavistiek Nicolaas van Wijk (1880-1941), die volgens zijn professionele nazaat Karel van het Reve (1921-1999) ooit even beroemd was als zijn Leidse collega's Huizinga en Lorentz.

De meeste studenten vergaten Van Wijks naam op het moment dat ze het tentamen achter de rug hadden. Zijn latere biograaf Jan Paul Hinrichs verging het nauwelijks anders. Toen hij in 1979 in Sofia ging studeren, werd hij dan ook totaal verrast door de eerste vraag die zijn Bulgaarse mentor op hem afvuurde. Wat wist hij te vertellen over zijn landgenoot Van Wijk? Heel weinig.

Nogal wat studieboeken in de Leidse universiteitsbibliotheek bevatten een ex-libris met de tekst 'Legaat Van Wijk 1941', en er gingen verhalen rond over Van Wijks onconventionele levensstijl. Hij zou zijn bijgezet in het graf van zijn jong gestorven Russische pleegzoon wiens broer Van Wijks enige erfgenaam werd. Hij hief graag het glas met zijn studenten en nam regelmatig Oost-Europese vluchtelingen in huis op. Oh ja, en koningin Juliana ontving een eredoctoraat in het jaar dat Van Wijk rector magnificus was.

Maar veel verder kwam Hinrichs niet. Pas toen hij vakreferent Slavische talen werd, de collectie Van Wijk onder zijn beheer kreeg, en daaruit wel eens een brief van Van Wijk te voorschijn kwam, groeide zijn interesse.

Maar het bleek niet eenvoudig zijn toenemende nieuwsgierigheid te bevredigen. Want het persoonlijk archief van deze eerste hoogleraar slavistiek - hij bezette in Leiden de leerstoel Balto-Slavische talen van 1913 tot aan zijn dood in 1941 - is vrijwel geheel verloren gegaan. Jan Paul Hinrichs doet het in de inleiding op zijn knappe biografie omstandig uit de doeken. Het is overigens best mogelijk dat Van Wijk die, te oordelen naar zijn publicaties en in de herinnering van tijdgenoten, karig was met het doen van persoonlijke mededelingen, zijn archief na de Duitse inval zelf heeft vernietigd of nooit heeft bijgehouden. Daarmee werd het verhaal achter de biografie van Nicolaas van Wijk er een van één groot ongeluk met vele kleine gelukjes.

Want gelukkig voor de biograaf zijn er nogal wat mensen uit Van Wijks naaste omgeving geweest, die direct of indirect over hem geschreven hebben. Een schrijvende vader, een oom die memoires naliet, een klasgenoot, een rector en, van later datum, de pregnante herinneringen van tijdgenoten als Jan en Annie Romein, Etty Hillesum en anderen.

De biografie begint met een karakterschets van Nicolaas' vader, dominee in de Nederlands Hervormde kerk. Een intelligente, zeer hardwerkende, idealistische maar ook wat wereldvreemde man. Dit beeld roept naarmate je in de biografie vordert steeds meer gelijkenis op met dat van zijn enige zoon.

Over hard en consciëntieus werken gesproken. Van Wijk heeft in zijn relatief korte leven maar liefst zeshonderd titels gepubliceerd, voornamelijk op het terrein van de letteren, maar verspreid over talrijke specialistische deelgebieden. Nou ja, wat heet deelgebied. Hij schreef over het Indo-Europees, de Baltische talen, het Oud-kerkslavisch, de Slavische dialectologie, maar ook over Nederlandse dialectologie en etymologie, Middel-Nederlandse handschriftkunde en fonologie.

Maar Van Wijk was ook een publieksschrijver. Om zijn tijdgenoten begrip bij te brengen voor de Russen introduceerde hij het ietwat metafysische begrip 'brede Russische natuur'. Het beoordelen van Russische toestanden was vooral zo moeilijk vanwege het onvoorspelbare karakter van de Russen. Hun literatuur was een spiegel van de werkelijkheid en gaf een authentiek beeld van de Russische mens. Dostojevski was de beste gids voor het Russisch volkskarakter, met name diens 'Broers Karamazov'.

Generaties slavisten hadden zelfs geen andere keuze dan Van Wijks raad ter harte te nemen, omdat het land na de revolutie van 1917 haar grenzen praktisch gesloten hield voor buitenlandse bezoekers.

Hans Boland, eminent vertaler van onder meer Poesjkins lyriek en auteur van het in sprankelende stijl geschreven 'Mijn Russische ziel', moest zelfs tot 1992 wachten voordat hij toestemming kreeg zich in dit mysterieuze land te vestigen.

Eerder, in zijn Amsterdamse studentenjaren, hadden de stemmen van Dostojevski en Achmatova hem zo verrassend vreemd in de oren geklonken dat een fascinatie werd geboren voor hun vaderland.

In zijn derde jaar Russisch zou Tatjana, een Russische schone die als een wervelwind door zijn leven trok en waarvan hij in het eerste deel van 'Mijn Russische ziel' een fascinerend portret geeft, hem de geheimen van de 'brede Russische natuur' openbaren. Bovenaan de lijst van nationale karakteristieken prijkt volgens Boland het najagen van een leven op het scherp van de snede. Russische roulette is evenzeer een manifestatie van de Russische ziel als het experiment met het communisme dat miljoenen doden kostte.

Een Rus moet en wil altijd weer kiezen tussen alles of niets. Bij een kalm leven heeft hij Oblomov voor ogen, de lethargische held van Gontsjarov. De Russen zijn wars van burgerlijke waarden als orde, stiptheid, netheid, rationaliteit, zuinig zijn en vooral maat houden.

Boland kreeg het er tijdens zijn jarenlange verblijf in Rusland, zoals alle Nederlanders die er langer wonen, steeds moeilijker mee. Wanneer hij als eerste buitenlandse dichter na Rilke een Russischtalig gedicht gepubliceerd weet te krijgen, verliest hij er zijn laatste Russische vrienden door. “Half Europees maar ook half Aziatisch: wie had hier niet het paradijs verwacht? Zwakzinnigheid neemt echter systematisch bij ons de plaats in van verbeeldingskracht.“

De formulering 'bij ons', verraadt zijn haat-liefde verhouding tot zijn tweede vaderland. Die blijkt ook wanneer hij apetrots zijn Russisch paspoort in ontvangst neemt. Voor wie er maling aan heeft of Bolands Russische observaties politiek correct zijn of niet en tegelijkertijd wil lachen en leren is 'Mijn Russische ziel' een aanrader.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden