Recensie Boek

Vader was een kampoverlevende die crimineel werd

Lilian de Bruijn Beeld Leendert Brouwer

Kampoverlevende Ton de Bruijn belandde in het criminele milieu. Dochter Lilian verweeft zijn levensverhaal met het hare.

Terwijl Nederland tijdens de Wederopbouw overeind krabbelde, leek het crescendo te gaan met Ton de Bruijn. De kantoorbediende werkte zich via een avondstudie op tot technisch tekenaar, ging later in zaken. Hij trouwde en kreeg een gezin. Zijn vrije uren besteedde de charmante verschijning graag aan zijn bootje en waterskiën. Veelvuldig feesten en stevig drinken hoorden ook bij zijn levensstijl.

Maar Lilian de Bruijns ‘Ik kreeg mijn vader niet dood. Het roekeloze bestaan van een kampoverlevende’ laat zien dat er ook een andere Ton de Bruijn bestond. Die Ton kreeg de buitenwereld niet of nauwelijks te zien. Dat was een man die moeilijk loskwam van de demonen uit zijn verleden. Hij had de hel gezien en de mens in zijn meest duivelse verschijningsvormen.

In 1943 probeerde hij als jongeman via Zwitserland te ontkomen uit het door de Duitsers beheerste Europa. De Gestapo kreeg hem echter te pakken. Hij werd veroordeeld, maar mocht zelfs na het beoogde einde van zijn straf, 27 april 1944, niet vertrekken. Het ergste moest nog komen. De Duitsers konden elke dwangarbeider gebruiken. Voor De Bruijn betekende dit nog een jaar met verblijven in de concentratiekampen Dachau en Buchenwald.

Zijn dochter komt in haar boek met een aantal macabere ervaringen uit die tijd: De Bruijn die met een Russische ­medegevangene een herdershond van een SS’er slachtte en opat. De mededader werd gepakt, maar noemde De Bruijns naam niet. Die moest later met alle andere gevangenen toezien hoe de man werd opgehangen. Tijdens een latere ­dodenmars was De Bruijn zo zwak dat hij niet verder kon. Opnieuw werd hij gered door een Russische medegevangene die hem op de rug verder droeg.

Zelfs na het einde van de oorlog kon de Nederlander niet direct naar huis. Hij was zo zwak dat hij eerst in een sanatorium op krachten moest komen. Fysiek kwam het goed, psychisch niet. Het gevolg: vluchtigheid, vreemdgaan, drinken, een door echtscheiding verscheurd gezin, foute vrienden, criminele ontsporingen (onder meer in het vroege drugs­milieu) en een dood onder schimmige omstandigheden in Gibraltar in 1978.

Dochter Lilian de Bruijn, werkzaam bij het CBG/­Centrum voor Familiegeschiedenis en ook actief als schrijfdocent, verweeft haar vaders wederwaardigheden met haar eigen ervaringen. “O papa, wat haat ik je en wat hou ik ontzettend veel van je”, schreef ze op 29 januari 1973 in haar puberdagboek. “Waarom ben je zo onbereikbaar? Of heb ik je zo gemaakt.” Veel van die tegenstrijdige gevoelens blijven terugkomen tijdens de zoektocht van zo’n 45 jaar later. Die is ook een therapeutische exercitie, geeft de auteur toe. Niet alle antwoorden blijken voorhanden. Veel van het gevondene roept nieuwe vragen op.

De Bruijn levert met ‘Ik kreeg mijn vader niet dood’ een zeer persoonlijk boek met een beklemmende geschiedenis af. Lang niet alles uit haar vaders verleden weet ze helemaal scherp te krijgen. Dat zal te maken hebben met het feit dat hij bij leven deel was van maar liefst twee onderwerelden – die van het drugsmilieu en de hel van zijn kampervaringen. In beide waren ze niet zo van het vastleggen, wat het reconstrueren bemoeilijkt. De auteur heeft, zo blijkt uit de bronnenlijst, haar best gedaan om zoveel mogelijk boven water te halen.

De gaten die onvermijdelijk vallen weet De Bruijn te compenseren met schrijftalent. Het boek heeft een slimme opbouw. Menige scène zoals Lilian de Bruijns laatste verjaardag in het bijzijn van haar vader (gul met cadeau en complimenten) en haar bezoek aan het graf van haar vader blijven je als lezer nog wel even bij.

‘Ik kreeg mijn vader niet dood’ gaat over het onvermogen om bij verdriet te komen en het toe te laten, een probleem waar vader en dochter mee worstelden. In het linkse milieu van Lilian de Bruijns studententijd was de oorlog graad­meter voor goed of fout. Zij schaamde zich een beetje voor het ‘vage’ verhaal van haar vader: hij leek min of meer het kamp te zijn in gerommeld. En werd zij als kind nu verwaarloosd door haar vader of verwaarloosde zij hem? Stond de dochter wel genoeg open voor het verhaal van haar vader?

Laat het de zoveelste herinnering zijn voor de komende herdenking van de Bevrijding. De oorlog is nooit afgelopen, die woedt nog altijd door. 

Lilian de Bruijn
Ik kreeg mijn vader niet dood. Het roekeloze bestaan van een kampoverlevende
Boom; 216 blz. € 20,-

Oordeel: zeer persoonlijk, beklemmend boek met slimme opbouw.

Lees ook:

Verbittering zal Dirk Mulders afscheid van Kamp Westerbork niet beheersen

Na 34 jaar neemt Dirk Mulder afscheid als directeur van Kamp Westerbork.  Hoe te herdenken is voor hem het grootste dilemma.  Een interview. 

Schrijven over daders die in slachtoffers veranderden: het is ongemakkelijk

Recensie van twee biografieën over families die in Duitsland aan de foute kant stonden maar uiteindelijk verschrikkelijke dingen meemaakten: Jan Konsts ‘De Wintertuin’ en Ingrid Hogendijks ‘Ons gaat het in ieder geval nog goed’.

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden