Review

Vader heeft verdriet, zijn oren zijn van glas

Pleun Prins is amper vijftig als de mot in haar brein toeslaat. Nog maar net heeft ze met het voltallige gezin van een genoeglijke vakantie in de Zwitserse bergen genoten. Op een warme zomerdag brengt ze haar jongste dochter Roos voor de studie naar Leiden, een grote uitpuilende koffer achter in de auto. ,,Op een vrouw van vijftig zit niemand meer te wachten', denkt ze triest. De voorbode van een depressie? Of misschien van het 'lege-nest-syndroom'?

Het blijkt erger. Het begint met hoofdpijn. Ze krijgt in toenemende mate last van geheugenverlies en recente gebeurtenissen memoreert ze steeds moeilijker. Zo weet ze opeens niets meer van 'Het meesterstuk' van Anna Enquist. Op een wandeling naar haar lievelingsplek bij het kleine Brandven ziet ze een jongen met de leeftijd van haar zoon Thijs bij het water staan, keurig in grijze broek en blauwe blazer. Aan de lijn een grote herdershond. Ze groet hem vriendelijk maar is inwendig boos omdat dit háár plek is, waar ze alleen in de zon aan het ven had willen zitten.

,,Mevrouw, mag ik u iets vragen? Heeft u zin om te vrijen?', wil de jongen weten. De lezer weet het direct. Hier klopt iets niet. Ondertussen vlucht ze in ijltempo het pad af naar haar auto, bang elk moment door de hond in haar been gebeten te worden. Eenmaal terug in de auto sluit zij de portieren van binnenuit af en steekt een sigaret op. Je hoopt dat het bij deze paranoïde reactie blijft, maar dat is niet zo. Het blijkt het begin van een afgrijselijke nachtmerrie die eindigt in een verpleegtehuis.

Altijd gedacht dat Bernlef de enige literaire schrijver zou blijven die erin geslaagd is de psychische aftakeling van een demente (mannelijke) persoon overtuigend te tekenen. Wat Bernlef in 'Hersenschimmen' (1984) presteerde is werkelijk subliem. De fijnzinnige debuutroman 'Gewiste sporen' van Annelies Nolet over een vroeg dementerende vrouw bewijst hoezeer ik me heb vergist. Ik durf zelfs te beweren dat deze nieuwe roman aangrijpender is dan Bernlefs boek. Hopelijk wordt 'Gemiste sporen' niet meteen verfilmd, maar echt gelezen.

De kracht van dit boek zit in de heldere eenvoud en de opgewekte, montere stijl. Geestig is de onverwachte vinnigheid waarmee de vrouw haar omgeving ineens van katoen kan geven. Het is niet ongewoon dat bij dementie atrofie van de recente en tegenwoordige tijd wordt gecombineerd met hypertrofie van de verleden tijd, van de vroege jeugd. Daardoor zien dit soort patiënten hun kinderen aan voor hun broers en zusters en hun echtgenoot voor hun vader. Om zo'n persoon enigszins te kunnen volgen moet je iemands vroegkinderlijke jeugd en oorspronkelijke gezinssituatie kennen.

Briljant slaagt de schrijster erin om de radeloosheid en de schok die patiënt en familie overkomt tastbaar te maken. De compositie is ijzersterk. In de eerste twee delen pendelt de belevingswereld van de hoofdpersoon tussen nu en vroeger, waarbij de vroegere ervaringen cusief staan afgedrukt. In het derde deel is dat onderscheid volledig verdwenen. Dit compleet door elkaar heel lopen van heden en verleden met overheersing van het verleden weerspiegelt prachtig het aftakelingsproces.

Het meest werd ik getroffen doordat de sanatorium-tijd geheel opdoemt in de beleving van deze vroeg-demente vrouw. Met negen jaar werd ze wegens tbc bij de nonnen in een sanatorium gestopt. Het was er minder leuk dan ze had gedacht. In haar verwarde toestand later vreest ze dat mensen met witte pakken haar mee zullen nemen. ,,Ze stoppen mij in een grote auto en rijden door druipende dennenbossen en dan kom ik hier nooit meer terug', denkt ze, vóór ze een van haar vele vluchtpogingen onderneemt. Dit gevoel van onveiligheid hoor je als een sinistere paranoïde toon door de hele roman: ,,Je bent zo vals als een kat! Ik hoef je wijn niet', schreeuwt de vrouw tegen de dochter die niets van haar moeder begrijpt. O, ze wil zo graag verhuizen van een eenpersoonskamer, naar de kinderzaal. Maar wat valt dat tegen. ,,De bedden in de kinderzaal zijn leeg.' Ze mag niet huilen, heeft ze vader beloofd. Vreemd genoeg kwam haar vader destijds zelden op bezoek in het sanatorium, maar nu in het verzorgingstehuis kijkt ze constant naar hem uit. Ze verwacht hem ieder moment. Maar wat is tijd met zo'n stoornis van je brein anders dan eéé onafgebroken nunc stans?

Toch een hele troost dat Willemijn en zuster Schwürz, die altijd zo lief tegen haar deden, er ook zijn. Kijk, vader zit nu achter de piano. Ze geeft de medebewoner die meeneuriet op de muziek van Liebestraum van Liszt een venijnige stomp met haar elleboog. Dat gebrom maakt haar vader alleen maar furieus. Als de man persisteert met zijn geneurie slaat ze hem met de vlakke hand op zijn mond. ,,Mevrouw Prins, wat doet u nou?' Een zuster pakt haar hand en legt die op de stoelleuning. ,,Vader is verdrietig, zijn oren zijn van glas', antwoordt ze gevat. ,,Sst, we gaan straks samen zingen', fluistert ze nog. Het eeg dat men wil maken verwart ze met de bromscopie (bedoeld is bronchosopie, het van binnen bekijken van de luchtpijp, als onderzoek bij tbc). En ook: ,,Gezonde kinderen mogen hier niet komen, dat weet je toch? We zijn allemaal besmettelijk.' Een andere keer denkt ze: Wie is die man daar? ,,Ik ken hem, maar waarvan? Ineens gaat zijn hand naar de rits van de broek. Hij trekt hem open. Ik voel mijn lip trillen: het is Kees.' Net als toen, de viezerik.

'Gewiste sporen' is nooit sentimenteel en blijft tot het eind toe ontroerend. In de slotscène zien we een desperate vrouw op zoek naar haar vader. Ze weet te ontsnappen en loopt de auto's op de snelweg tegemoet. Kijk, daar zie ik vader al. Dat loopt niet goed af, maar als lezer heb je daar vrede mee. Al dat wachten leidt immers tot niks. Je hebt nu eenmaal geen eeuwen de tijd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden