Vader Cuyp treedt eindelijk uit schaduw

Zonen van beroemde vaders hebben zo hun eigen problemen. Omgekeerd kunnen vaders van beroemde zonen een bestaan leiden dat evenzeer in de schaduw staat van hen die zij hebben voortgebracht. Een goed voorbeeld van een relatief onbekende vader en een wereldberoemde zoon is de familie Cuyp in Dordrecht. Aelbert Cuyp werd daar in de 17de eeuw een landschapsschilder van formaat, wiens werk al bij zijn leven in honderdvoud naar Engeland werd verscheept om uiteindelijk vooral in de Amerikaanse musea terecht te komen, zoals de prachtige expositie in het Rijksmuseum in Amsterdam laat zien.

Cees Straus

In de marge van de grote Amsterdamse presentatie brengt het Dordrechts Museum in die stad de vader van Aelbert Cuyp, die de voornamen Jacob Gerritsz. droeg. Jacobs populariteit haalt het niet bij die van zijn zoon, maar dat neemt niet weg dat deze eerste eenmanstentoonstelling veel kijkplezier biedt. Jacob Cuyp verdient heel wat meer waardering dan hem tot nu toe ten deel viel, zo is de conclusie na het zien van de zomerexpositie.

Eigenlijk is er sprake van een schilderdynastie, daar in het Dordtse, want behalve Aelbert leerde Jacob het ambacht eveneens van diens vader. Jacob Cuyp, die leefde van 1594 tot 1652 en daarmee op de drempel stond van wat later de beroemde Gouden Eeuw zou worden, was de zoon van Gerrit Gerritsz. (1565-1644). Hij kreeg nog vóór Aelbert (1620-1691) een tweede zoon, Benjamin geheten (1612-1652), die eveneens schilder zou worden. Stamvader Gerrit Gerritsz. was oorspronkelijk een 'glasscrijver van Venloo', een schilder op glas die lid was van het St. Lucasgilde; een verplicht lidmaatschap omdat je anders naar opdrachten kon fluiten.

Jacob Gerritsz. koos ervoor zijn brood te verdienen met het uitvoeren van opdrachten voor portretten van welgestelde ingezetenen van Dordrecht. Het verhaal wil dat Jacob Cuyp lle rijke burgers van Dordrecht heeft geportretteerd. Aan de plaatselijke bevolking alleen al moet hij zijn handen vol hebben gehad. Er zijn geen werken bekend die hij buiten de Merwedestad heeft gemaakt. Overigens waren het niet uitsluitend volwassenen die zich door Jacob Cuyp lieten vereeuwigen, ook hun kinderen en hun hof met alle beesten die erbij hoorden kwamen voor een fraai schilderij in aanmerking. Cuyp had wat met dieren, hij schilderde ze meestal in een pastorale setting (kinderen als herders en herderinnetjes met honden of vee dat opkeek naar de jonge meesters) met bijzonder veel liefde voor hun glanzende vacht of verendos. Autonome landschappen, zoals zoon Aelbert die maakte, zijn nooit zijn 'stiel' worden. Voor zover er al sprake was van een landschap, ging het vader Cuyp toch altijd om een natuurlijk ogende entourage voor mens en dier.

Ook de vele bijbelse onderwerpen die de oude Cuyp in nogal Hollandse sferen opvoerde en die hij sterk onder invloed van de Utrechtse school schilderde (Abraham Bloemaert en de Caravaggisten) bevatten landschappelijke elementen zonder dat het landschap zelf dominant aanwezig is. Jacob Cuyp is trouwens waarschijnlijk ook bij Bloemaert in de leer geweest, zoals hij ook invloed van Claes Moeyaert heeft ondergaan. Was Cuyp vanuit Dordrecht meer op Amsterdam of zelfs Den Haag georiënteerd geweest, dan had dit onderwerp waarschijnlijk wel heel anders uitgepakt.

Daar wreekt zich ook de ontwikkeling in het oeuvre. Het verging Jacob Cuyp zo goed in Dordrecht (economisch gezien bloeide de stad volop in het begin van de 17de eeuw en Cuyp plukte daarvan als portrettist de vruchten) dat hij niet de neiging had om zich elders te vestigen. Jacob Cuyp heeft dan ook nergens voor een vreemd hof gewerkt, om maar te zwijgen van het feit dat een vorst of een andere weldoener zijn oog op hem liet vallen en hem verder in de wereld bracht.

Cuyp had ook als kinderportrettist een gezocht schilder kunnen worden: zijn voorstellingen zijn op dat punt indrukwekkend van inlevingsvermogen. Zagen de meeste schilders het kind als een kleine volwassene, Jacob Cuyp volgde het kind in zijn spel, als het verzonken was in eigen bedrijvigheden. Het prachtige portret van de rijk aangeklede Michiel Pompe die aan de boorden van een rivier met zijn valk jaagt, is niet alleen dé topper in zijn oeuvre, het is ook een hoogtepunt in de 17de-eeuwse portretkunst.

Veel zoeter en niet echt pittig zijn de pastorales waarin Jacob Cuyp een lofzang op het plattelandsleven betracht. De mens, beter gezegd het kind, staat ogenschijnlijk nog in directe relatie met de natuur. Althans dat moest Cuyps opzet zijn. Kijk je langer, dan valt het op hoezeer de voorstelling van de aanminnige kinderschare 'gemonteerd' is in een omgeving die volstrekt irreëel overkomt. De vanzelfsprekende natuurlijkheid die uit de kinderhouding spreekt, ziet er misplaatst uit in het landschap. Het schijnt dat Jacob zijn zoon Aelbert vroeg die landschappen te schilderen, maar als dat zo is, dan is de samenwerking bepaald niet geslaagd.

Er zijn dus verschillende redenen aan te voeren waardoor Jacob Cuyp uiteindelijk niet boven het door hem zelf geambieerde niveau is uitgegroeid. Pas zijn nazaat, en dan alleen Aelbert want Benjamin kwam nauwelijks boven het niveau van de vader uit, slaagde erin aan het plaatselijke succes te ontstijgen. De combinatie van één Cuyp-tentoonstelling in Amsterdam en één in Dordrecht maakt duidelijk hoe sinds de 17de eeuw met successen is omgegaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden