Review

Uitstekend straaljagerskoper in ’Das klagende Lied’

Rotterdams Philharmonisch Orkest en Brabant Koor olv Vladimir Jurovski. Met Twyla Robinson (sopraan), Hedwig Fassbender (mezzo), Michael Hendrick (tenor) en Christopher Purves (bariton). Werk van Britten en van Mahler. Do 11/1 in Vredenburg, Utrecht. Herhaling in De Doelen, Rotterdam: za 13/1 om 20.15 uur en zo 14/1 om 14.15 uur.

Meer dan honderd jaar duurde het totdat ’Das klagende Lied’ van Gustav Mahler eindelijk in 1997 in de volledige versie in première ging. Lang na de dood van de componist, die de enorme symfonische cantate voltooide in 1860, toen hij twintig was. De indrukwekkende Nederlandse première in 2000, met het Nederlands Filharmonisch Orkest onder Hartmut Haenchen, staat nog vers in het geheugen gegrift.

Ik hoorde Haenchens uitvoering destijds in het Utrechtse Vredenburg, een zaal die algemeen bekendstaat als ’anti-romantisch’, vanwege haar heldere en analytische akoestiek (waar die voor de romantiek juist mengend en omfloerst zou moeten zijn) en vanwege haar iets te krappe afmetingen.

Maar ’elk nadeel heb zijn voordeel’, zo bleek donderdag toen ’Das klagende Lied’ voor het eerst in zeven jaar terugkeerde naar Vredenburg. Dit keer met het Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO) onder leiding van de jonge Russische operadirigent Vladimir Jurovski.

Door de Utrechtse zaalakoestiek klonk Mahlers wrange sprookje echt in your face, met het sterke Brabant Koor dat je van je stoel af bulderde, het uitstekende koper van het RPhO dat als een straaljagerformatie over Mahlers donkere wouden scheerde en het Fernorchester dat zacht vanuit Vredenburgs crypte de zaal in spookte.

Op een doodsbedje van strijkers. Want Mahlers meesterlijke jeugdwerk is een griezelsprookje over twee rivaliserende broers, van wie de een de ander vermoordt. De stem van de overleden broer komt tot leven in een fluitje van een speelman, gemaakt van een bot van de overledene. Als dat lugubere instrument klinkt op de bruiloft van de levende broer, stort de feestzaal in: iedereen dood. ,,Ach Leide!’’, herhaalt Mahlers tekst keer op keer.

Stond Haenchens uitvoering zeven jaar geleden in het teken van de harde contrasten, zo legde Jurovski donderdag de nadruk op de grote lijn. En op de zangers, die hij als een echte operadirigent alle ruimte gaf om hun zegje te doen. Tussen de solisten dit keer geen jongenssopranen, maar wel het melancholiek-gloedvolle geluid van Hedwig Fassbender, een mezzo die haar reputatie opbouwde als Wagner-vertolkster.

Jurovski overtuigde donderdag niet helemaal als Mahler-vertolker. Zijn gestiek zag er dramatischer uit dan de uitwerking op het orkest klonk. Terwijl het RPhO over het algemeen geen moeite heeft met de geladen muziek van Mahler. Op het al even donkere ’Sinfonia da requiem’ van Benjamin Britten, dat ’Das klagende Lied’ donderdag vergezelde in zijn gang over het kerkhof, leek Jurovski niet echt greep te krijgen. Hij zorgde in makkelijke passages voor ongelijke inzetten in het hout en zelfs in het koper, liet melodieën niet mooi uitspelen en hanteerde te veel de grove kwast in de mahleriaanse strijkers. Ach Leide!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden