Uithuilen aan de borst van papa Bas

(Trouw)

Getraumatiseerde oorlogsslachtoffers zonder hoop op genezing konden altijd nog terecht bij Jan Bastiaans. Bram Enning beschrijft hoe de ultieme remedie van de psychiater een lege huls bleek te zijn.

Lang was professor Jan Bastiaans boven elke kritiek verheven. Wie uithaalde naar de wetenschapper en zijn gedachtengoed wist op voorhand wat hij losmaakte.

De auteur Gerrit Komrij liet zich er niet door weerhouden en schreef in februari 1983 in een column in NRC Handelsblad: „Als professor Bastiaans er niet was geweest, dan had het KZ-syndroom niet bestaan. Door hem gingen sommige oorlogsslachtoffers zich weer hevig in hun oude leed verdiepen. Door hem kwamen er, dertig jaar na de oorlog, zelfs oorlogsslachtoffers bij die allang vergeten waren ooit oorlogsslachtoffer geweest te zijn.”

Komrij noemde het concentratiekampsyndroom een zelfbedachte constructie van Bastiaans. Met behulp van de niet al te kritische media werd het idee uitgevent. De ’klantenlokkerij’ was volgens de columnist zó succesvol dat de psychiater inmiddels iedereen onder behandeling had ’die ooit langer dan een kwartier in een openbaar toilet zat opgesloten’. NIOD-medewerker Bram Enning formuleert wat diplomatieker en genuanceerder in zijn proefschrift ’De oorlog van Bastiaans, De LSD-behandeling van het kampsyndroom’, maar zijn conclusies wijken nauwelijks af van die van Komrij ruim een kwart eeuw geleden.

Jan Bastiaans (1917-1997) maakte in de jaren vijftig naam met zijn proefschrift ’Psychosomatische gevolgen van onderdrukking en verzet’, dat jarenlang de enige studie naar de gevolgen van de oorlog voor verzetsstrijders bleef. Een decennium later volgde roem die nog verder reikte. Bastiaans, inmiddels hoogleraar, presenteerde zich als de man met de ultieme genezingsmethode voor de zwaarste gevallen onder de oorlogsslachtoffers.

Tijdens sessies keerden zijn patiënten -vaak met behulp van lsd- terug naar naar de hel. Ze moesten het crematorium van het concentratiekamp weer ruiken. In de behandelkamer werden situaties nagebootst en rollenspelen gespeeld. Patiënten moesten schreeuwen, huilen, met Bastiaans over de grond rollen, bij hem op schoot kruipen of tegen zijn borst uithuilen.

Het ontzag voor Bastiaans was groot. Behalve als psychiater trad hij op als belangenbehartiger en steunpilaar bij juridische procedures. De vooraanstaande, voormalige verzetsstrijder Piet Maliepaard zei in een toespraak dat de psychiater al ’honderd psychische concentratiekampen’ had doorstaan. Tijdens sessies werd hij liefkozend ’papa Bas’ genoemd.

Sessies met de professor werden gezien als een voorrecht. Het gaf de problemen van de slachtoffers een zekere glans, exclusiviteit. Bastiaans liet ze hun identiteit als slachtoffer ontdekken. Alleen al het wegvallen van de mogelijkheid tot behandeling zou de dood van sommigen kunnen betekenen.

De methode-Bastiaans droeg ook voor maatschappij en overheid een geruststellende belofte in zich: zij konden door de omstreden behandeling toe te staan en in stand te houden hun medeleven tonen met de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Politici waagden het niet om die groep tegen de haren in te strijken.

Mediasocioloog Peter Hofstede omschreef Bastiaans in zijn gloriedagen als ’een van de weinigen in Nederland die in zekere zin over het prestige beschikken om tegen prof. De Jong op te tornen’. Dat was niet bezijden de waarheid: de oorlogshistoricus schrapte een noot in een van de delen van zijn geschiedwerk over een door een slachtoffer verzonnen verhaal. Om Bastiaans’ positie niet in gevaar te brengen. Deze stapte zelf makkelijk over onwaarheden van patiënten heen: „Je weet dat je niet almachtig bent. Als ik primair een recherchetaak had gehad en ik er dan ingeluisd was, had ik het veel erger gevonden.”

Ook de media pakten de psychiater met zijden handschoenen aan. Louis van Gasterens film ’Begrijpt u nu waarom ik huil...’ had Bastiaans op de kaart gezet. De tijdgeest werkte ook in diens voordeel: vanaf de jaren zestig was de oorlog herontdekt als onderwerp en de toepassing van lsd maakte zijn methode extra mediageniek.

Het duurde ruim twee decennia voordat het demasqué van Bastiaans volgde. De professor was slim in het gat gesprongen tussen medische kennis over lichamelijke en psychische gevolgen oorlog en de leniging ervan. Noemenswaardige wetenschappelijke verantwoording bleef uit.

De definitie van het KZ-syndroom werd steeds verder verbreed. De diagnose kon na verloop van tijd ook gesteld worden bij niet-deporteerde verzetsstrijders en ondergedoken Joden. Zelfs in mensen, die uiterlijk onaangedaan leken, kon een slapende vulkaan schuilgaan. Bastiaans schroefde het aantal mogelijke patiënten op van drieduizend naar veertigduizend.

Iedereen nam aan dat het syndroom bestond, maar niemand kon het bewijzen. Door alle aandacht voor de slachtoffers raakten professionals en leken doordrongen van de kwalijke gevolgen van de oorlog, hoorden over het KZ-syndroom, namen de terminologie over en begonnen klachten bij zichzelf en anderen te herkennen.

Bastiaans zag zo ongeveer alle klachten als het gevolg van traumatische gebeurtenissen tijdens de oorlog. Andere oorzaken van stress werden genegeerd. Patiënten hunkerden naar erkenning, die in veel gevallen ook een gerechtvaardigde aanspraak op een pensioen betekende. Zij wisten wat er van hen werd verwacht: zij moesten de juiste gebeurtenis reproduceren. Ze waren, zoals de socioloog Milkowski het uitdrukte, als klei in handen van de pottenbakker. De methode-Bastiaans was een self-fulfilling prophecy geworden.

De Gezondheidsraad kwam in 1985 tot de conclusie dat wetenschappelijk bewijs voor de methode ontbrak, maar de naamgever mocht doorgaan uit vrees voor de gevolgen bij slachtoffers voor het stopzetten van de behandeling. Onder leiding van de ervaren Bastiaans waren de risico’s aanvaardbaar. In feite was het een officiële erkenning van de symbolische status van de methode.

Vervolgonderzoek wees daarna definitief uit dat de psychiater nooit echt onderzoek had gedaan naar de effectiviteit van zijn aanpak. Het betekende de afgang van Bastiaans als wetenschapper. Hij ging door met behandelen maar zag zijn imago helemaal afbladderen nadat een drugsverslaafde tijdens een sessie overleed.

Ennings boek beschrijft opkomst en ondergang van het fenomeen Bastiaans op ontnuchterende wijze. Hij zet goed neer hoe het stilzwijgende bondgenootschap tussen slachtoffers, politiek en media werkte en hoe Bastiaans daar lang als onaantastbare grootheid boven zweefde. De schrijver had hooguit wat meer aandacht mogen hebben voor de betovering van de psychiater, want zijn succes kan onmogelijk alleen zijn voortgekomen uit het aura van heiligheid dat lang rond de jaren ’40-’45 hing.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden