Uitgever: Ik zelf

Ze dromen van hun eigen boek maar komen bij de gevestigde uitgeverijen niet binnen. Daarom geven beginnende schrijvers hun boek tegenwoordig zelf uit.

Iris Pronk

Ze is een realist, zegt Anouschka Voskuijl (42), voormalig journalist. Maar wel een realist met een droom: zij wilde een boek schrijven dat niet in haar bureaula of op de slush pile (letterlijk: slijkstapel, berg van ongelezen manuscripten) van een uitgeverij zou eindigen. En dus nam ze het heft in eigen hand.

Lees hier de tips van thrillerschrijfster Anouschka Voskuijl

Om te beginnen schrééf ze een boek, in één jaar tijd, en dat was al een avontuur op zich. „Ik had voortdurend het gevoel alsof er jongleurs in mijn hoofd zaten die wel dertig bordjes tegelijk in de lucht hielden.” Alle details in haar spannende thriller ’De hondse moord’, die zich afspeelt rondom een Haarlemse dierenartsenpraktijk, moesten met elkaar kloppen.

Toen haar manuscript af was, stuurde Voskuijl het naar vier uitgeverijen: „Niet omdat ik dacht dat ze het ook echt gingen uitgeven, hoor. De kans dat je de staatsloterij wint is groter.” Maar het is nu eenmaal de klassieke weg: wie een boek heeft geschreven, meldt zich bij een van de statige uitgeefhuizen in de Amsterdamse grachtengordel.

Alleen is die weg maar voor heel weinigen begaanbaar, zo weten Voskuijl én vele tienduizenden andere ambitieuze, beginnende schrijvers. De gevestigde uitgeverijen zijn klein en kritisch, ze krijgen karrevrachten ongevraagde rotzooi binnen en hebben niet altijd de energie om daarin dat ene juweel te ontdekken. Ook Voskuijl ontving – na maanden wachten – louter afwijzingsbrieven. De vriendelijkste luidde: ’Uw boek is goed, maar het past niet in ons fonds.’

Wat toen, het manuscript verscheuren of nogmaals ermee leuren? Dat laatste zag Voskuijl niet zitten: „Ik ben niet zo assertief, ik verkoop mezelf niet graag.” Zij koos voor een andere, tijdrovende maar volgens haar zeer bevredigende methode: ze richtte haar eigen uitgeverij op en maakte het boek helemaal zelf. Van het lettertype op de kaft tot de ISBN-code en het verpakkingspapier: ieder elementje van haar professioneel ogende thriller is selfmade.

Voskuijls aanpak is exemplarisch voor een revolutie op de boekenmarkt. Beginnende schrijvers zitten niet langer handenwringend te kniezen omdat ze geen kans krijgen van de gevestigde uitgeverijen. Een kleine meerderheid stuurt het manuscript niet eens meer op naar het officiële circuit, zo bleek uit een enquête van Schrijven Magazine dit voorjaar. Deze doordouwers doen wat Voskuijl deed: ze publiceren hun boek gewoon zelf, meestal met hulp van een online printing on demand(POD)-bureau of internetuitgeverij.

Alleen al in Nederland zijn er zo'n dertig tot veertig van dit soort bedrijven en hun business is booming, zo schrijft Maarten Dessing in het deze week verschenen boek ’Uitgeven in eigen beheer’ (uitgeverij Augustus). Nederlandse omzetcijfers heeft hij niet, maar Amerikaanse cijfers geven een goede indruk van de online boekenhype. Zo zag het bekende POD-bedrijf Lulu haar jaaromzet stijgen van een miljoen dollar in 2004 naar dertig miljoen in 2007. Lulu publiceert nu elke week wereldwijd 5000 nieuwe boeken, waaronder zo'n 200 Nederlandse.

Ook zangeres en letterkundige Mariska Reijmerink (41) koos al gauw voor een uitgave via internet. Zij schrijft sinds haar tiende, maar maakte nooit iets af. Totdat daar, na lang schaven, toch ’Boventonen’ lag, een mooie, verstilde novelle over een zangeres uit een Nederlands amateurkoor, die tijdens een muziekweek in Cornwall diepere zelfkennis opdoet.

Reijmerink stuurde haar novelle op naar één redactrice die ze toevallig kende via haar man, schrijver en cabaretier Vincent Bijlo. Maar die redactrice oordeelde als volgt: ’Je schrijft heel mooi, maar ik mis een plot.’ Tsja, dacht Reijmerink: „Daar raakte ik wel door ontmoedigd. Want zij had er dus niets van begrepen.” Ze voelde er niet voor om verder te ’shoppen’ aan de Amsterdamse grachten („Kwaliteit is voor uitgevers blijkbaar geen criterium”) en ging met internetuitgeverij Free Musketeers in zee.

Daarmee nam zij, net als Voskuijl, een verkeerd besluit, zegt Paul Sebes, literair agent en spin in het web van de literatuurwereld. Tenminste als zij de ambitie heeft om financieel succes, literaire roem of erkenning te oogsten. Uit zijn onlangs verschenen boek ’Bestseller. Wat elke beginnende schrijver moet weten’ klinkt een luid en duidelijk advies: geef je boek vooral niet in eigen beheer uit.

„Het is leuk voor een doos onder je bed,” zo licht Sebes toe. „Maar met het boekenvak heeft het niets te maken.” Hij benadrukt de nadelen die kleven aan de eigen-beheerbranche: de schrijvers laten vaak geen goede redactie doen en hebben doorgaans moeilijk toegang tot boekwinkels en media, en daarmee tot een potentieel lezerspubliek.

Maar Sebes schrikt ook terug voor het imago dat volgens hem aan het zelf uitgegeven boek kleeft: „Er hangt iets kneuterigs en regionaals omheen, een zweem van mislukking ook. Je denkt: die zal wel overal afgewezen zijn.” Krijgt hij een kant-en-klaar boek op zijn bureau, dan schat hij de schrijver meestal in als een ’lastige klant’, die vermoedelijk aan zelfoverschatting lijdt. Kortom, zegt Sebes: „Het heeft het gewoon niet.”

Nou hebben de meeste officieel uitgegeven boeken ’het’ – namelijk de belofte van roem of financieel gewin – ook niet. Op de huidige boekenmarkt heerst bestselleritis: een handvol titels knalt door naar de Top-10, verreweg de meeste boeken (literair of niet) belanden in het beste geval bij De Slegte. De gemiddelde auteur verdient uit honoraria slechts een habbekrats.

Aan de andere kant laat de jonge, vitale online boekenmarkt zien dat verkoopsuccessen wel mogelijk zijn, zeker op het gebied van non-fictie. Zo verkocht De Amerikaanse auteur van ’You Can Beat Prostate Cancer’, uitgegeven via Lulu, zo'n 50.000 exemplaren van zijn boek. Internetuitgeverij Gopher, die in 1997 de eerste was op de Nederlandse online-markt, meldt geregeld meer dan 5000 exemplaren van één titel te verkopen. Dat is niet genoeg voor een tweede huis in Frankrijk, maar toch lang niet gek.

Maar voor de zelfdoeners in (literaire) fictie is het veel moeilijker om te scoren. Zij lopen nog hard tegen de door het traditionele boekenvak opgetrokken muur aan, zo merkt Reijmerink: „Er is heel veel snobisme. Mensen halen hun neus op voor een uitgave als de mijne.”

Zij zit daar niet mee, ze kan er ’wel om lachen’. Maar de afwijzende reacties, ook uit eigen omgeving, hebben haar wel verbaasd: „Ik ben meer thuis in de muziekwereld, en daar werkt het heel anders. De officiële platenmaatschappijen geven alleen maar commerciële shit uit. Echt leuke muziek verschijnt bij de kleine labels en in eigen beheer.”

De literaire uitgeverswereld is arrogant, vindt ook Klaas van Eijkeren, directeur van Free Musketeers. „Ik ben dat niet. Om goed te leren schrijven, moet je vallen en opstaan. Ik wil auteurs die kans graag geven.”

Het is jammer dat traditionele uitgeverijen beginnende schrijvers met enige potentie vaak zo resoluut de deur wijzen, vindt Maarten Dessing. Hij pleit in zijn boek voor een ’probeerfonds’ voor auteurs die net niet goed genoeg zijn voor het echte fonds, maar het later misschien wel kunnen gaan maken: „De stap van uitgeven in eigen beheer naar uitgegeven worden, zal veel kleiner zijn.”

Voor het zover is, moeten Reijmerink en Voskuijl nog zelf met hun boeken de boer op, zonder hulp van een uitgeverij. „Het allermoeilijkste is publiciteit zoeken,” heeft Voskuijl inmiddels ervaren. Zij besteedt zeker twintig uur per week aan de marketing van ’De hondse moord’: ze zette een advertentie in een huis-aan-huisblad, verstuurde recensie-exemplaren en persberichten, ze belt tijdschriften en kranten. Met als voorlopig resultaat, zo'n twee maanden na verschijning: 115 verkochte exemplaren.

Dat is, zegt Voskuijl, bij lange na niet genoeg om de 10.000 euro en de jaren werk die zij in haar thriller investeerde ook maar een beetje te compenseren. Maar dat vindt ze niet erg: „Al blijven al die exemplaren in de garage staan, ik heb mijn droom waargemaakt. Hoeveel mensen denken niet: ik wil ook een boek uitgeven? Ik kan het ze alleen maar aanraden.”

Sonja Bakker deed het ook

Dat je met een uitgave in eigen beheer heel rijk en beroemd kunt worden, bewees Sonja Bakker. Zij leurde tevergeefs met haar dieetboek bij uitgeverijen, besloot het toen maar zelf uit te geven en werd in anderhalf jaar tijd miljonair. Adviezen voor wie dit ook wil proberen staan onder meer in ’Uitgeven in eigen beheer’ van Maarten Dessing.

Lees ook de tips van thrillerschrijfster Anouschka Voskuijl aan beginnende auteurs met uitgeefambities.

[fragment 1]

,,Ik ben een echt vadermeisje. Daarom sta ik het liefst tussen de eerste tenor en de mannenalt. Hardop zeg ik natuurlijk dat de mannenalt beter dan ik van blad kan zingen en dat ik goed kan intoneren naast een tegenstem. Misschien heb ik zelf ook jaren geloofd dat dit waar is. Onzin allemaal. Ik stond en sta het liefst naast mannen.”

Uit ’Boventonen’ van Mariska Reijmerink, ISBN 978 90 8539 680 2, uitgeverij Free Musketeers.

[fragment 2]

,,Rik Boogerd had een scheve neus en toen Verkes even de tijd had genomen om hem goed te bekijken, ontwaarde hij ook een bloemkooloor onder Boogerds haardos. De man zag er verder uit als een bouwvakker en bleek dat ook te zijn, een bouwvakker die in zijn vrije tijd graag een potje bokste, binnen en buiten de ring. Hij had de rechtercheurs binnengelaten op zijn etage in Haarlem Noord. Ze waren gaan zitten nadat ze de rommel van de bank bovenop de rommel op de tafel hadden gedeponeerd. Boogerd leek Verkes geen type om ruzie mee te krijgen."

Uit ’De hondse moord’ van Anouschka Voskuijl, ISBN 978 90 813252 1 9, uitgeverij De Goede Kater.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden