BoekrecensieRoman

Uit het leven van een njai

Dido Michielsen baseerde haar debuut op een foto van haar anonieme betovergrootmoeder.

Toen Reggie Baay twaalf jaar geleden een geschiedenis schreef van Javaanse vrouwen die leefden als concubine en dienstmeisje voor Nederlandse mannen, zoals zijn eigen voormoeder en die vele andere Indische Nederlanders, raakte hij een gevoelige snaar. Het pijnlijkste is dat deze vrouwen, njais, voor hun nazaten vaak een zwarte vlek zijn. Niemand nam notitie van hun namen, een geboorte- of sterftedatum. Wat ze vonden, hoe ze leefden, uit welke familie ze kwamen; het blijft een vraagteken.

Na het onderzoek van Baay is een roman als ‘Lichter dan ik’ een belangrijke en gelukkig ook goed geslaagde invulling van die onbekende tak van menige stamboom. Ook schrijfster Dido Michielsen bezit alleen een foto van haar naamloze betovergrootmoeder. Als romanfiguur bespaart Michielsen haar het lot van de meeste njais: kazerneconcubines die onder auspiciën van de Nederlandse regering leefden in barakken naast hun KNIL-militair om hem te weerhouden van ongezond bordeelbezoek.

Piranti, om wie het draait in ‘Lichter dan ik’, wordt rond 1850 geboren als bastaard van een Javaanse prins. Ze start haar leven bevoorrecht in een buitenring van het hof van de sultan in Djokja, de kraton. Noem het rebellie of onbezonnenheid, maar als 16-jarige gooit zij die veiligheid te grabbel door een rol als huishoudster van een Nederlandse militair te verkiezen boven een gedwongen huwelijk met een Javaan. Haar liefhebbende moeder, een batikster, verliest ze.

Nederlandse maaltijden

Rudolph Gey van Pittius lijkt een goedmoedige heer voor Piranti, al geeft hij haar een nieuwe naam: Isah. Onder zijn dak krijgt ze mooie kleren, geld om voedsel voor bij voorkeur Nederlandse maaltijden in te kopen en personeel om te koken en schoon te maken. Maar na de geboorte van hun tweede dochter wordt Gey onverschilliger en keert zonder gewetenswroeging terug naar Nederland om daar met een Haarlemse te trouwen. Isah wordt van de hand gedaan aan een echtpaar dat haar kinderen adopteert en moet voortaan genoegen nemen met een nederige rol als hun baboe.

Dido Michielsen

Isah’s lot als afgedankte bijvrouw had nog veel erger gekund. Michielsen voert in ‘Lichter dan ik’ njais op die zonder bescherming van hun ‘toean’ ernstig mishandeld en misbruikt worden, in schrale armoede leven in de kampongs, verstoten worden door hun familie of door de kolonist beroofd worden van hun kinderen. Maar Isah is wel slachtoffer van zowel het regime van de Javaanse kraton, waar zij als bastaarddochter onder aan de hiërarchie bungelde, als van de vernederingen door Nederlandse kolonisten. In de tweede helft van de 19de eeuw zou het leven van de njais bovendien een tragisch kantelpunt bereiken. Als het Suezkanaal in 1869 opent en meer Nederlandse vrouwen de overtocht naar de Oost aanvaarden, verslechtert hun positie en die van hun halfbloedkinderen.

Michielsen overtuigt juist door het leven van Isah eenvoudig te houden, een opeenvolging van jeugdige rebellie, (moeder)liefde en eenzaamheid. Isah vertelt haar eigen verhaal, en houdt de Hollandse lezer ook een spiegel voor. Zo vindt ze Gey en zijn beste vriend ‘griezelig’ veel op elkaar lijken: “Hij was net zo blond, had minstens zo’n uitstekende kin, precies dezelfde snor met daarboven een flinke Hollandse neus, ... blauwe ogen en lichtbruine wenkbrauwen”. Het duurt jaren voor Isah verschillen tussen Europeanen goed ziet.

Piranti

Het innerlijk leven van Isah en haar eigen vertelstem dienen het doel om de zo anonieme njai persoonlijkheid te geven, maar Michielsen laat daardoor helaas ook geregeld te weinig aan de verbeelding over. Bijvoorbeeld als ze Isah omslachtig laat vertellen waarom haar moeder haar Piranti (‘instrument’) noemde: “Dit kun je natuurlijk op twee manieren opvatten. Mijn moeder wenste mij toe dat ik alle vormen en soorten van instrumenten tot mijn beschikking zou hebben die ik tijdens mijn leven nodig had – maar misschien gaf ze me onbewust deze naam omdat ik zelf het instrument moest zijn dat ons leven omhoog zou stuwen.”

Voor Piranti en haar moeder mocht de naam uiteindeljk niet baten; hoe hun lichte nazaten het ervan afbrachten lijkt me prachtig materiaal voor een volgend boek.

Dido Michielsen
Lichter dan ik
Hollands Diep; 266 blz. € 21,99

Lees ook:

De vergeten ‘inlandse meubels’ van Nederlands-Indië

In Nederlands-Indië leefde ruim de helft van de Europese mannen met een inheemse concubine, die ook zo weer weggestuurd kon worden. Reggie Baay, kleinzoon van zo’n njai, gaf deze groep vrouwen een geschiedenis.

Anneloes Timmerije schreef ‘De mannen van Maria’, over de grande dame van Batavia

In de rubriek ‘Vandaar dit boek’ vertellen schrijvers over hun drijfveren achter het schrijven van een boek. Deze keer: Anneloes Timmerije (1955), zij schreef ‘De mannen van Maria’. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden