Uit graniet gehouwen klanken van ’de vrouw met de hamer’

Galina Oestvolskaja

Van de meeste componisten zou je kunnen zeggen dat de muziek die ze schrijven overeenkomt met wie ze zijn. Maar zoals altijd bevestigen de uitzonderingen de regel. Zo componeerde de timide Russin Galina Oestvolskaja (1919-2006) buitengewoon krachtige statements.

Muziekpublicist Elmer Schönberger (bezig met een boek over Oestvolskaja) noemde haar ooit passend ’de vrouw met de hamer’, een bijnaam die internationaal werd overgenomen.

Sinds Schönberger Oestvolskaja’s muziek ruim twintig jaar geleden ontdekte, vond haar werk een fervent ambassadeur in dirigent en pianist Reinbert de Leeuw. Hij voerde haar werk niet alleen voor het eerst in Nederland uit, hij nam ook cd’s op en figureerde in een documentaire waarin Oestvolskaja zelf, mensenschuw als ze was, nauwelijks in beeld wilde komen.

De piano speelt een centrale rol in Oestvolskaja’s werk: het instrument wordt er niet bepaald zachtzinnig behandeld. In haar Vijfde pianosonate bijvoorbeeld worden de toetsen werkelijk afgeranseld door herhaald en zeer luid gebeuk. Beethovens noodlot, kaalgestript en uitgeschreeuwd.

Ook in het ’Concert voor piano, groot strijkorkest en pauken’ uit 1946 – vrijdag in Vredenburg Leidse Rijn uigevoerd door het Radio Filharmonisch Orkest (RFO) en de sublieme Russische pianist Alexei Ljoebimov onder leiding van dezelfde Reinbert de Leeuw – klonk die ongenaakbaarheid door. Geen parelende solopartij voor Ljoebimov, maar eerder een versplinterde Bach die in scherpe punten het instrument werd ingeslagen.

Een soloconcert was het werk in die zin dat de geconcentreerde Ljoebimov alleen op het podium leek te zitten. Alsof hij een aangeklede pianosonate uitvoerde, doemden het strijkorkest en de pauken als schaduwen achter hem op. Ze onderstreepten zijn pointillistische handelingen of beantwoordden de tijdloze, gebeeldhouwde frasen met fuga-aanzetten en naakt contrapunt – met als omineus slot een lage pianotriller met een paukenroffel. Als er 2006 als jaartal achter het werk had gestaan, had ik het ook geloofd.

Wat dat betreft klonk de Nederlandse première van Oestvolskaja’s Symfonisch gedicht nr. 1 ’Vuur op de steppen’ uit 1958 meer door tijd en plaats bepaald: Russische climaxenmuziek, met pompend laag koper, gillend hoge strijkers en knetterend slagwerk. Goed en vakkundig gemaakt, met verve en in felle kleuren uitgevoerd door het RFO, maar lang niet zo authentiek als het pianoconcert.

Hyperexpressief zong de bas Robert Holl vrijdag de Michelangelo-suite van Oestvolskaja’s leraar en bewonderaar Dmitri Sjostakovitsj. Het lied ’Waarheid’ werd bij Holl een aanklacht, ’Scheiding’ klonk Britten-achtig smachtend, en tussen het koper en slagwerk in ’Toorn’ wierp de bliksemende bas een boze blik op het publiek. Een extraverte vertolking, waar je of ademloos naar luisterde, of waarvan je na een paar liederen buiten adem raakte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden